Dit Vlaamse dorpje wilde zo groot worden als Gent en Brugge

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu. Vandaag: De "Bladelin-triptiek" van Rogier Van der Weyden of hoe de vertrouweling van Filips de Goede zich een stad liet bouwen

De krachtmeting tussen Gent en Brugge om de economisch machtigste stad te zijn heeft eeuwen geduurd. Het had niet veel gescheeld of er had nog een derde concurrent meegestreden. Tegen de grens met de provincie West-Vlaanderen en Nederland ligt het Oost-Vlaamse dorpje Middelburg. Het had ooit de ambitie Gent en Brugge naar de kroon te steken. Wat een grote stad had moeten worden is nu een deelgemeente van Maldegem met minder dan 1000 inwoners. Van het groots verleden is nauwelijks iets te merken in deze stille uithoek van Vlaanderen. 

Rogier Van der Weyden schilderde Middelburg op haar hoogtepunt op zijn beroemde "Bladelin Triptiek". Wat hij schilderde is gelukkig archeologisch nog te reconstrueren. De "Bladelin Triptiek" of "Triptiek met de geboorte van Christus" is een drieluik met centraal Jozef en Maria bij de pasgeboren Jezus Christus. Links hoort keizer Augustus het nieuws van de geboorte, rechts de drie wijzen.

Naast Maria heeft Rogier Van der Weyden een knielende Pïeter Bladelin geschilderd. De machtige raadgever van de Bourgondische hertogen is helemaal in het zwart getooid. Zijn wambuis en puntige snavelschoenen tonen zijn welstand. Het was Bladelin die Van der Weyden de opdracht gaf voor dit retabel. Op de achtergrond pronkt de stad die hij heeft gesticht. 

Majordomus Bladelin

Pieter Bladelin, ook bekend als Pieter de Leestmaekere, maakte dankzij zijn financiële en juridische kennis snel carrière bij de Bourgondische hertog Filips de Goede, en daarna Karel de Stoute. Hij werd raadgever, bemiddelaar en majordomus, een soort beheerder van bezittingen. Zelfs de titel "schatbewaarder van de Orde van het Gulden Vlies" mocht hij zich toeëigenen. De hertogen wilden een hedendaags geordende staat en riepen de hulp in van specialisten als Bladelin. Het leverde hem fortuin en macht op.

In 1433 kocht hij pachtgoed dat eigendom was van de abdij van Middelburg in Zeeland. Het was het begin van de nieuwe stad. Filips de Goede liet de stad erkennen als " 't Hof van Middelburch in Vlaenderen". Rond de heerlijkheid Heile kocht Bladelin grond om er stapsgewijs een kerk, hospitaal, klooster, burgerhuizen, stadsmuren, poorten en een omwalling op te trekken. In 1458 verwierf "Middelburch" stadsrechten. Vanuit de stad werden 283 achterlenen bestuurd verspreid over het Vlaamse kustgebied. Voor zichzelf trok Bladelin een kasteel op. Het vierhoekige kasteel met flankeertorens schilderde Van der Weyden pal in de rug van Bladelin. Waarschijnlijk machtiger en indrukwekkender dan het in werkelijkheid was, want zo zal zijn opdrachtgever het graag gezien hebben. Het onderzoeksteam van archeoloog en professor Wim De Clercq van de UGent deed vele jaren onderzoek naar Bladelin en zijn stad. De onderzoekers menen dat Van der Weyden vooral een fictief ideaalbeeld schilderde van de stad zoals Bladelin die zich toewenste.

Verzanding van het Zwin

En toch is Middelburg nooit de grote historische Vlaamse stad geworden. Dat had alles te maken met  de verzanding van het Zwin die de streek economisch oninteressant en moeilijker bereikbaar maakte. De competitie met Gent en Brugge bleek niet te winnen. De opeenvolgende godsdienstoorlogen  waren de doodsteek en vernielden de stad en haar patrimonium. Dat gebeurde nog eens een laatste keer in de Tweede Wereldoorlog, maar toen was Middelburg al niet meer dan een klein landelijk dorpje.

Wat Rogier Van der Weyden schilderde is nog duidelijk archeologisch te reconstrueren. Maar enkel de Sint-Petrus en Pauluskerk, die dateert uit de bloeiperiode van de vijftiende eeuw, is nog duidelijk zichtbaar. De kerk werd meermaals en noodgedwongen verbouwd door godsdienstoorlogen en verloor veel van haar kerkschatten. 

Vloertegels met initialen van Bladelin

Het kasteel van Bladelin is geleidelijk in verval geraakt. In de achttiende eeuw was de ruïne tot een steengroeve verworden waar materiaal werd gehaald om andere woningen te bouwen. Later werd zelfs een station gebouwd op de site. In de jaren negentig van vorige eeuw volgde een verkaveling met woningen en een nieuwe straat. De werkzaamheden brachten op verschillende plaatsen schade toe aan de archeologische site. Het duurde tot 2002 voor een grote opgravingscampagne kon beginnen. Sindsdien is de site archeologisch beschermd en is de belangstelling in de Bladelin-geschiedenis van Middelburg gegroeid.

De opgravingen toonden de resterende grondvesten van het kasteel, de wal en de grachten. Ongeveer twee meter onder het maaiveld werd een enorm fundament van een grote toren met metersdikke muren blootgelegd. Het totale gebouw was 48 meter breed en had ronde hoektorens, daar waar Van der Weyden ze vierkant schilderde. Een van de opzienbarendste ontdekkingen bestond uit de vloertegels met de initialen van Pieter Bladelin en het symbool van de Orde van het Gulden Vlies. 

Stadsconcept van de vijftiende eeuw

Ook in de rest van Middelburg geeft de bodem stilaan haar geheimen prijs. Bij het Bladelinplein werd vastgesteld dat bestaande woningen rusten op muren die teruggaan tot de vijftiende eeuw. Ook resten van waterwegen, wallen en grachten zijn gesitueerd. Maar het meest markant is toch het stratenplan dat nog steeds het stadsconcept van de vijftiende eeuw laat zien. Bladelin en zijn bouwmeesters gingen heel planmatig te werk. Tot vandaag is Middelburg nog altijd een van de weinige plaatsen in Vlaanderen waar een stad doelbewust op korte tijd uit de grond werd gestampt.

Het originele retabel van Rogier Van der Weyden heeft vermoedelijk in de kerk van Middelburg gestaan. Later is het doorverkocht door een van de nieuwe eigenaren van de heerlijkheid. In de negentiende eeuw heeft het zijn definitieve plek gevonden in het Staatliche Museen zu Berlin. Middelburg doet het met een kopie van schilder Jan Ryckx. Ook zijn drieluik is intussen 400 jaar oud en een historisch relict geworden.

De "Bladelin-triptiek" van Rogier Van der Weyden hangt in de Staatliche Museen zu Berlin in Berlijn