Waarom woorden als "mekel" en "dwaan" verdwenen zijn uit het Nederlands

In het straatbeeld van de stad Turijn is een huizenhoog woordenboek verschenen. Het boek toont meer dan 3.000 Italiaanse woorden die dreigen te verdwijnen. De organisatoren van het project “Parole da Salvare” willen Italiaanse woorden redden die volgens hen veel rijker en expressiever zijn dan hun nieuwe varianten. Maar ook het Nederlands is niet immuun. Of weet u nog wat een "dwaan" is?

“Woorden verdwijnen nu eenmaal voortdurend,” zegt taalwetenschapper Freek Van de Velde in “De wereld vandaag” op Radio 1. “Dat is van alle tijden. Het kan een beetje pijn doen, maar het is een doodnormaal proces. In het Italiaans en ook in het Nederlands.” 

Over mekel en dwaan

KU Leuven-professor Van de Velde bestudeerde verschillende processen waardoor woorden verdwijnen uit een taal. “Er zijn woorden die voor dingen staan die we niet meer gebruiken. Denk aan het kledingstuk wambuis of oubliette, een vergeetput. Objecten of referenten waarnaar een woord verwijst, kunnen ook blijven bestaan terwijl het woord compleet anders wordt. We spreken nu niet meer van onderdaan, wel van burger. Het concept is gebleven, maar we spreken liever van het minder strenge burger."

Dwaan werd dwaal en later het woord dweil. En met een dweil maak je nog steeds dingen schoon.

"Je hebt ook woorden die verdwijnen zonder dat we weten waarom, zonder dat er een goede reden is. Het is een mysterie waarom mekel uit het Middelnederlands plaats heeft moeten maken voor het woord groot. Hetzelfde geldt voor het woord dwaan dat later het totaal anders klinkende woord wassen of schoonmaken werd.”

Mekel was lang een heel courant woord met verschillende varianten. Mekelen stond voor groeien, mekelijk was groots en mekelmoedig betekende grootmoedig. Het woord dwaan is eveneens totaal vergeten, maar heeft toch voor een nakomeling gezorgd. Dwaan werd dwaal en later het woord dweil. En met een dweil maak je nog steeds dingen schoon.

Woorden die tienduizend jaar blijven

“Het is onvoorspelbaar wanneer een woord zal verdwijnen”, stelt taalwetenschapper Freek Van de Velde. “Maar toch zie je patronen. Het lijkt op een natuurlijk proces. Woorden die verwijzen naar concepten die we allemaal hebben, die in alle culturen voorkomen, blijven langer. Woorden voor lichaamsdelen zoals arm of been. Woorden voor hemellichamen zoals zon en sterren. Dit soort woorden kunnen twee- tot vierduizend jaar meegaan. Je hebt zelfs woorden die tot tienduizend jaar kunnen standhouden. Het gaat dan vooral om voornaamwoorden zoals ik en jij. Ze kunnen wel aangetast worden, de klank kan wijzigen, maar ze blijven veel langer bij ons. Het is ook zo dat hoe frequenter een woord voorkomt, hoe langer het zal blijven.”

“De verschriftelijking van onze samenleving heeft ervoor gezorgd dat er ontzettend veel woorden bij komen. Meer dan ooit, al kan je het in vroege tijden natuurlijk moeilijk meten. De boekdrukkunst en het onderwijs houden woorden levend. De geschiedenis laat zien dat samenlevingen die woorden opschrijven hun woorden langer behouden. De boekdrukkunst heeft er ook voor gezorgd dat woorden voor altijd blijven bestaan. Het is moeilijk nog een eindpunt te bepalen. In het werk van Ernest Claes staan vreemde woorden, maar ze bestaan nog minstens zolang de boeken bestaan. Het is een papieren bestaan. Toen de boekdrukkunst nog niet bestond, kon een woord voor altijd verdwijnen.”

En welk bedreigd woord mag van Freek Van de Velde ten slotte zeker niet verdwijnen uit het Nederlands? “Zigzaggen!”