Hier nam Pieter Bruegel de boot

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu. Vandaag: "Rivierlandschap bij Baasrode" van Pieter Bruegel of de geschiedenis van een Scheldedorp gevat in een schets van de grootmeester

Een jonge Pieter Bruegel, ongeveer 25 jaar, met een schetsboek in een bootje al drijvend op de Schelde bij Baasrode. Er is geen enkel afdoend bewijs dat het zo gegaan is. Toch is het helemaal niet onwaarschijnlijk dat Bruegel "Rivierlandschap bij Baasrode" op deze manier heeft getekend, op een plek stroomafwaarts van Baasrode. Bruegelkenner Manfred Sellink denkt zelfs dat het niet onmogelijk is dat Bruegel de schets maakte op een boot, tijdens het lange wachten. Boten moesten nog wachten op het goede getijde om af te varen naar Antwerpen.

En nog even verder speculeren. Misschien tekende Bruegel wel vanop de veerpont over de Schelde die Baasrode en Moerzeke verbond. Van dit Scheldeveer dat nog steeds de oversteek doet, werd al in de dertiende eeuw melding gemaakt.

Bruegel tekende verschillende riviergezichten, telkens breed en centraal en met het gezichtspunt midden boven de rivier. Het uitgeven en verspreiden van gedrukte prenten was een revolutie in de zestiende eeuw. Bruegel trad in 1554 in dienst bij Hieronymus Cock die met zijn uitgeverij "Aux Quatre Vents" een van de belangrijkste Europese producenten was van kunstgravures. Bruegel was in dienst als tekenaar. Anderen maakten van zijn meticuleus tekenwerk  gravures. Cock kon daarna de tekeningen in hoge oplage verspreiden. Meer dan zestig tekeningen zijn er van Bruegel bewaard gebleven en erkend als van zijn hand. 

Historisch uitermate leerzaam

Dankzij Bruegels precisie is de visuele weelde van "Rivierlandschap bij Baasrode" historisch uitermate leerzaam. Eeuwenlang leefde Baasrode van de binnenscheepvaart. Het oeverdorp had alles te danken aan haar ligging langs getijdenrivier de Schelde, precies daar waar de noord-zuidrichting in een oost-westloop overgaat. Het Scheldedorp lag maar op één getijde varen van Antwerpen en kon zich ontwikkelen tot achterhaven. Vanuit Baasrode kon de rest van de scheepvaart in een volgende getijde gebeuren naar Mechelen en Gent. Bovendien profiteerde het van de dure scheepstol die in het naburige Dendermonde werd geheven, wat leidde tot een jarenlange vete met deze stad. Het Scheldedorp was tot in de negentiende eeuw een bloeiend handelscentrum van scheepvaart en scheepsbouw.

Palingboeren

Bruegels tekening toont de Schelde die nog niet rechtgetrokken is. Toch zijn er al sporen zichtbaar van oeverversterking. Links is een versterkt "hoofd" te zien om de stroming te breken, rechts zijn er aanlegsteigers. De Schelde leek bijzonder druk bevaren door verschillende types van boten, met en zonder zeil. Beurtschepen voerden goederen af en aan. Maar ook vissersboten waren actief. Baasrodenaars werden trouwens "palingboeren" genoemd. Ook op andere tekeningen is te zien dat Bruegel een neus had voor allerlei soorten vaartuigen die hij in detail bestudeerde, in havens of op stranden.

In het dorpscentrum zijn verschillende stapelmagazijnen en herbergen te zien, naast de toren van de Sint-Ursmaruskerk en de beide torens van het voormalige kasteel, Hof van Peene. Niet veel later zouden troepen van de Hertog van Alva het kasteel plunderen en vernietigen. Met minutieuze pennentrekken tekende Bruegel verder nog  roeibootjes, de wandelende mensen op de kade en de kerkhofmuur van Baasrode

Godsdienstoorlogen en overstromingen

Twee ijkpunten hebben de tijd en Bruegels tekening overleefd: het Hof van Peene en de Sint-Ursmaruskerk, rechts van de Schelde. Het Hof van Peene verwijst naar de adellijke Heren Van Peene die eigenaars waren van het omvangrijke pand dat in de tijd van Bruegel floreerde met handels- en brouwersactiviteiten. De latere godsdienstoorlogen verwoestten het gebouw dat later meermaals werd heropgebouwd, maar zonder de 30 meter hoge toren uit de periode van Bruegel.

Nog meer dan van oorlogen had de Sint-Ursmaruskerk te lijden van de Schelde. Indijkingen met aarde en hout konden niet vermijden dat de kracht van de rivier en verschillende overstromingen bij springtij een deel van de oever deden verdwijnen. De historische Allerheiligenvloed van 1570 zette de hele streek onder water. De kerk van Baasrode moest meermaals verbouwd en ondersteund worden. Een deel van de oever zoals Bruegel die zag is later door de Schelde weggespoeld. Door de eeuwen heen werden dijken verhoogd en de oevers rechtgetrokken en verstevigd tot wat ze nu zijn. Het creëren van extra overstromingsgebieden moet vandaag het laatste gevaar van de getijdenrivier die de Schelde nog altijd is, uitsluiten.

"Rivierlandschap bij Baasrode" van Pieter Bruegel hangt in het Kupferstichkabinett in Berlijn