NASA lanceert satelliet om het "weer in de ruimte" te voorspellen

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft een nieuwe satelliet gelanceerd die de bovenste laag van de atmosfeer gaat bestuderen. Wetenschappers hopen zo meer te leren over het "weer in de ruimte" en om ooit zelfs weersvoorspellingen te kunnen doen. Dat is belangrijk omdat het ruimteweer gevaarlijke storingen kan veroorzaken bij navigatie- en communicatiesystemen op aarde.

De Ionospheric Connection Explorer, kortweg ICON, satelliet werd zopas gelanceerd boven de Atlantische Oceaan. En voor een keer gebeurde de lancering niet vanop de grond, maar wel vanuit een groot vliegtuig. 

De ICON-satelliet gaat de ionosfeer bestuderen. Dat is de bovenste laag van de atmosfeer, een uitgestrekt gebied op 50 tot 1.000 kilometer hoogte. Het is de plek waar deeltjes door straling van de zon worden geïoniseerd: het worden elektrisch geladen deeltjes doordat ze elektronen kwijtraken. Het is ook op die plek dat het prachtige noorderlicht ontstaat. 

Wetenschappers hebben lang gedacht dat de ionosfeer enkel beïnvloed werd door het "weer in de ruimte", zoals zonnestormen. Maar sinds een tiental jaar is er steeds meer bewijs dat ook grote weerfenomenen op aarde, zoals orkanen, de ionosfeer kunnen beïnvloeden.

"We hebben het bewijs dat het weer op aarde gelinkt is met het weer in de ruimte, maar we hadden geen goede manier waarop we dat op die hoogte konden bestuderen", zegt Scott England, projectleider van het ICON-project in een persbericht van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. "De nieuwe satelliet heeft alle middelen aan boord om dat wel te doen."

Waarom is het weer in de ruimte belangrijk voor ons?

Veel communicatie- en navigatiesystemen, zoals gps, maken gebruik van de ionosfeer. Radiogolven reflecteren er op de vrije elektronen waardoor ze veel grotere afstanden kunnen afleggen in de ruimte.

Maar zonnestormen kunnen ook gevaarlijke storingen op aarde veroorzaken. Zo heeft Zweden in 2015 zijn luchtruim even moeten sluiten, omdat een zonnestorm de communicatie van de luchthaven in Stockholm had verstoord. Een grote zonnestorm kan zelfs het elektriciteitsnet op aarde helemaal platleggen.

Net daarom willen wetenschappers veel meer leren over de ionosfeer. "Maar het enige wat we nu al weten, is dat de ionosfeer op één dag tijd compleet kan veranderen", zegt Thomas Immel, onderzoeker bij het ICON-project in een interview. "En dat die veranderingen moeilijk te voorspellen zijn."

De ICON-satelliet moet de wetenschappers nieuwe inzichten geven over de wisselwerking tussen het ruimteweer en het weer op aarde en wat dat doet met de ionosfeer. De satelliet heeft daarvoor allerlei instrumenten aan boord om temperatuur, wind, geladen deeltjes en plasma in de ionosfeer te meten. "Met al die gegevens gaan we proberen om te voorspellen hoe de ionosfeer reageert", zegt Immel. "Zo hopen we op een dag het ruimteweer te kunnen voorspellen, zoals we het weer op aarde voorspellen."

Eén van de vier instrumenten is de "Far Ultra-Violet" telescope van de universiteit van Berkeley. Het Centre Spatial de Liège, het ruimtevaartinstituut van de universiteit van Luik, heeft meegewerkt aan de ontwikkeling en de ijking van de telescoop.

De lancering van de ICON-satelliet was oorspronkelijk gepland voor november 2017, maar werd door technische problemen telkens uitgesteld.