Het Himalayagebergte in Nepal. Rabi Maharjan/Pixabay

Vlaamse wetenschappers bepalen diepte van sneeuwlagen met behulp van satellieten

Wetenschappers van de KU Leuven en de Universiteit Gent hebben samen met internationale collega's een methode ontwikkeld om de diepte van sneeuwlagen te meten aan de hand van satellietgegevens. De methode helpt om de evolutie van sneeuwlagen te bestuderen in moeilijk toegankelijke gebieden. En ook om de gevolgen van de klimaatopwarming in het oog te houden. 

De wetenschappers maken gebruik van gegevens afkomstig van de 2 satellieten van de Sentinel-1-missie. Die werden in 2014 en 2016 door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gelanceerd om onder meer het zee-ijs te observen en bossen en landbouwgronden in kaart te brengen.

Elektromagnetische golven

Maar met de satellieten is het ook mogelijk om de diepte van sneeuwlagen te bepalen, zo hebben wetenschappers vastgesteld. "Satellieten zenden elektromagnetische golven uit die als ze het aardoppervlak raken worden teruggekaatst", legt Hans Lievens van het departement Aard- en Omgevingswetenschappen van de KU Leuven uit.

"Door de ijskristallen in sneeuw worden de golven vervormd teruggekaatst. Hoe meer ze vervormd zijn, hoe meer ijskristallen er zijn en hoe dikker dus de sneeuwlaag is. Wij hebben een methode ontwikkeld om de dikte te berekenen."

Hoe meer de golven vervormd zijn, hoe dikker de sneeuwlaag is.

Hans Lievens, departement Aard- en Omgevingswetenschappen KU Leuven

Lievens en zijn collega's hebben de afgelopen 2 jaar de sneeuwlagen bestudeerd van meer dan 700 berggebieden in het noordelijk halfrond. De dikste laag vonden ze in de Coast Mountains in het westen van Canada. Daar lag gemiddeld 380 kubieke kilometer sneeuw. In de Alpen lag er gemiddeld 150 kubieke meter. 

Tot nu toe werd de dikte van sneeuwlagen berekend aan de hand van metingen op de plaatsen zelf. Maar die metingen zijn niet zo nauwkeurig. En op moeilijk te bereiken plaatsen, zoals in de Himalaya, zijn ze ook niet altijd mogelijk.  Met de methode die Lievens en zijn collega's hebben ontwikkeld vallen die beperkingen weg. 

Overstromingen en klimaatopwarming

De methode laat het toe de evolutie van het sneeuwvolume te volgen, zowel op korte als op lange tijd. Ze helpt te bepalen wanneer het smeltseizoen begint en maakt het mogelijk het risico op overstromingen in te schatten.  

Met de methode kan ook de invloed van de klimaatopwarming worden nagegaan. Al zijn daar volgens Lievens veel meetgegevens voor nodig. "Aan de hand van de gegevens die we de afgelopen 2 jaar verzameld hebben, kunnen we daar geen uitspraak over doen.  We hebben gegevens nodig van minstens 10 jaar. Maar in de toekomst moeten we over die invloed wel iets kunnen zeggen. "