© TOM BJÖRKLUND

Sociale ongelijkheid en uithuwelijking bestonden 4.000 jaar geleden al 

De standenmaatschappij bestond 4.000 jaar geleden al in Zuid-Duitse boerengemeenschappen. Door chemische analyses en archeologie te verenigen, konden wetenschappers de herkomst van millennia oude skeletten in het zuiden van Duitsland achterhalen. Daaruit blijkt dat rijke boeren samenleefden met arme bedienden of slaven. Een vroege vorm van sociale ongelijkheid dus. Nog een verrassende vondst is dat de vrouwen uit veel graven van honderden kilometers verder kwamen. Bewijs van uithuwelijking in de bronstijd. 

De bronstijd liep in Centraal-Europa van ca. 2.500 voor Christus tot ca. 800 v. Chr. en was de periode waarin de Europeanen van toen -zoals de naam al doet blijken- brons leerden maken, de legering van koper en tin. Het gebruik van dat nieuw materiaal leidde tot een groot handelsnetwerk en een vroege vorm van globalisering in Europa. 

Toch is er maar weinig geweten over de bronstijd omdat we er geen geschreven bronnen van hebben. Maar door nieuwe ontwikkelingen in DNA- en isotopenonderzoek, kunnen archeologen sinds kort veel meer leren uit de botten van de mens uit de bronstijd. Het onderzoek van een interdisciplinair team Duitse onderzoekers heeft nu 104 skeletten op 13 grote begraafplaatsen onderzocht in het gebied van de Lechvallei, vlakbij Augsburg. Daarmee hebben ze een ongekende inkijk op de samenleving 4000 jaar geleden gekregen.

Een van de 104 onderzochte skeletten uit het derde en tweede millennium v. Chr. © Stadtarchäologie Augsburg/The Max Planck Institute for the Science of Human History.

Familiegraven verraden sociale ongelijkheid

De Lechvallei was tijdens de bronstijd bezaaid met kleine boerderijen, waar een grote nucleaire familie samen leefde. Elke boerderij had een eigen begraafplaats. De 104 gevonden skeletten komen uit een periode tussen 2.800 v. Chr en 1.700 v. Chr. Met DNA-sequenties konden de Duitse archeologen ook zes stambomen opstellen van de gevonden skeletten. "We misten elk spoor van de jonge dochters. De zonen daarentegen bleven op de boerderij van hun ouders en hielden de rijkdom in hun familie", zegt teamlid Alissa Mittnik, postdoctoraal onderzoekster van de Harvard Medical School in Boston. 

De familieleden, mannen én vrouwen lagen dicht bij elkaar begraven, voorzien van heel wat grafgiften, zoals bronzen bijlen, dolken en sieraden, wat een zekere status doet vermoeden. De begraafplaatsen bevatten wel twee groepen individuen die niet gerelateerd waren aan de families. Enerzijds waren dat mensen met armzalige graven, anderzijds vrouwen van hoge status.

De kans dat die eerste groep individuen inwonend huispersoneel of zelfs slaven waren, is zeer groot. Er is in ieder geval sprake van een vroege standenmaatschappij en sociale ongelijkheid. "Deze bevinding is veel complexer dan we ooit dachten over een boerenbedrijf rond 2000 v. Chr.", zegt een van de leidende archeologen van het onderzoek, Philipp Stockhammer van de Ludwig Maximilian Universiteit Munchen. De groep "vreemde" vrouwen in de begraafplaatsen, zijn dan weer bewijs dat een vorm van uithuwelijking al bestond in de bronstijd.

Chemie in de archeologie

Deze nieuwe inzichten zijn te danken aan nieuwe technieken in de archeologie. Naast de hulp van computer- en biochemische technieken om beenderen te reconstrueren, heeft vooral de chemie nieuwe deuren geopend met geochemische analyses van botfragmenten. De Belg Christophe Snoeck is ook één van de grote namen betrokken bij dat onderzoek.

Bij zo een geochemische analyse gebruiken onderzoekers een isotopenanalyse om de tanden van de gevonden skeletten te reconstrueren. Philipp Stockhammer van het onderzoeksteam legt uit hoe dat werkt: "Tanden bouwen zich laag per laag op tot we ongeveer 17 jaar zijn. De chemische compositie van het terrein en milieu waarin we leven, wordt opgenomen in die tanden." Specifieker kunnen de onderzoekers door het element strontium, dat afhankelijk van de regio in specifieke mate voorkomt, de herkomst van skeletten achterhalen. 

Tanden bouwen zich laag per laag op tot we ongeveer 17 jaar zijn. De chemische compositie van het terrein en milieu waarin we leven, wordt opgenomen in die tanden

Philipp Stockhammer, archeoloog

"Als we de tanden van de vrouwelijke skeletten onderzochten, zagen we een chemische samenstelling die niet overeen kwam met andere skeletten uit het zuiden van Duitsland. De dichtstbijzijnde regio waar we die wel vonden was in de buurt van Leipzig of Bohemen, in Tsjechië", legt Stockhammer uit. De vrouwen kwamen dus van ver, tot wel 600 km, in een tijd zonder auto's of deftige wegen.

Vrouwen al vroeg op weg

De stambomen, opgesteld door DNA-sequentieonderzoek, overspannen meerdere generaties en volgen enkel de mannelijke lijn. Van de dochters uit die familie was geen spoor terug te vinden in de graven. Samen met de ontdekte sporen van de 'vreemde' vrouwen van hoge status, wijst dat erop dat uithuwelijking in de bronstijd een welgekende praktijk was.

Ik ben vrij zeker dat niemand gezegd zal hebben: 'Kijk dochter, je bent 17 jaar. Het is tijd om te gaan. Het is maar 600 kilometer.'

Philipp Stockhammer, archeoloog

Op onderstaande kaart staat de tocht die de "vreemde" vrouwen van hoge status afgelegd moeten hebben. Een tocht van honderden kilometers die tot vier maanden kon duren.

Die uithuwelijking verbond families en gemeenschappen over honderden kilometers en moeten grote netwerken tot stand hebben gebracht, vermoedt Stockhammer: "Ik ben vrij zeker dat niemand gezegd zal hebben: 'Kijk dochter, je bent 17 jaar. Het is tijd om te gaan. Het is maar 600 kilometer. Dat kan je wel alleen doen.' Er moet een soort georganiseerde trektocht zijn geweest via een handelsroutes en ze namen sowieso hun kennis en kunde mee."

Philipp Stockhammer doet al langer onderzoek naar de mobilisatie van vrouwen in de bronstijd. In onderstaand filmpje legt hij uit hoe dat onderzoek verloopt:

Bronstijd in België

Ook in België is men bezig met het vernieuwende strontiumonderzoek en andere geochemische analyses. Zo is onlangs het project, "CRUMBEL" van start gegaan, dat gecremeerde botten gevonden in België, van het neolithicum tot de vroege middeleeuwen zal onderzoeken. Het onderzoek zal geleid worden door archeoloog Christophe  Snoeck van de VUB, die met zijn strontiumanalyses ook baanbrekend onderzoek deed naar de mensen die Stonehenge bouwden, 5.000 jaar geleden. 

In Noord-Europa was crematie van de doden een meer voorkomende praktijk dan ze te begraven. Uit gecremeerde botten kan helaas geen DNA gehaald worden. Door de techniek van Snoeck kunnen gecremeerde botfragmenten ons toch nog veel leren, net zoals de skeletten uit de Lechvallei dat hebben gedaan. Het project zal vier jaar in beslag nemen, maar zal ons veel leren over de mensen die in onze gebieden leefden, vanwaar ze kwamen en hoe hun samenleving was opgebouwd.