IHA

De Europese Unie moet zelf kunnen beslissen of ze militaire operaties uitvoert in Syrië

Professor Sven Biscop vindt dat de Europese Unie zelf moet kunnen beslissen waar en wanneer ze troepen inzet bij conflicten in haar grensgebied. Dat president Trump besliste om de Amerikaanse militairen terug te trekken uit het noorden van Syrië bewijst volgens hem dat niemand de Europese belangen daar nog langer voor ons zal verdedigen.

opinie
Sven Biscop
Prof. Dr. Sven Biscop doceert aan de UGent en doet onderzoek aan het Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel. Hij publiceerde recent European Strategy in the 21st Century - New Future for Old Power.

De Europese Unie en haar lidstaten verwijten Amerikaans president Donald Trump zijn troepen terug te trekken uit Noord-Syrië. Daardoor heeft Turkije vrij spel om zijn leger de grens over te sturen en een zelfverklaarde “veiligheidszone” te creëren.

Onze Koerdische bondgenoten, die aan onze zijde meevochten tegen IS, worden opgeofferd. Niet voor de eerste keer: in 1991 al, tijdens de eerste Golfoorlog, werd Saddam Hussein uit Koeweit verdreven, maar mocht hij nadien ongehinderd een Koerdische opstand in Irak neerslaan. Wat er nu zal gebeuren met de gevangen IS-strijders die de Koerden bewaakten, weet niemand. 

Europese houding is niet ernstig

Het is moeilijk om de Europese houding ernstig te nemen. Blijkbaar vindt Europa dus wel dat een westerse militaire aanwezigheid noodzakelijk is voor onze veiligheid. Maar Europa is niet bereid om zelf troepen te sturen. Nochtans grenzen Turkije en Syrië aan Europa, niet aan de VS, en zal Europa de gevolgen ondervinden als de situatie opnieuw escaleert. Voor een keer kan je het Trump niet kwalijk nemen dat hij vindt dat Europa zelf maar zijn verantwoordelijkheid moet opnemen. 

Voor een keer kan je het Trump niet kwalijk nemen dat hij vindt dat Europa zelf maar zijn verantwoordelijkheid moet opnemen

Die Amerikaanse houding is niet nieuw. De VS zal ons natuurlijk bijstaan, via de NAVO, als ons eigen grondgebied aangevallen wordt. Maar al sinds het einde van de Koude Oorlog signaleren de Amerikanen keer op keer dat het aan Europa zelf is om veiligheidsproblemen rondom Europa aan te pakken. De VS gaat dat niet in onze plaats doen. De Europeanen hebben die boodschap echter niet willen horen.

Het is natuurlijk gemakkelijk om jezelf wijs te maken dat, wat er ook gebeurt, de Amerikaanse cavalerie het altijd zal komen oplossen. Dan is het dus ook helemaal niet dringend om de eigen defensie te versterken. Tot de cavalerie een keer niet komt opdagen of vroegtijdig de aftocht blaast…  

Te laat om Europese troepen te ontplooien

De huidige situatie was anders al van bij het begin van de oorlog tegen IS voorspeld. IS zou verslagen worden, dat was onvermijdelijk, maar de oorlog in Syrië zou pas eindigen met de uitputting van alle andere partijen.

Zoals verwacht resulteerde dat in een patstelling: verschillende groeperingen controleren stukken grondgebied, waar Assad hen niet kan uit verdrijven, maar ze kunnen Assad ook niet meer bedreigen. Het was dus van in het begin zaak om een strategie te ontwikkelen: welke groepen verdienen de blijvende politieke, economische en militaire steun van de VS en Europa? Anders gezegd, welke groepen willen we niet aan hun lot overlaten. 

Het was van in het begin zaak om een strategie te ontwikkelen over welke groepen we niet aan hun lot willen overlaten

De Europeanen hebben dat debat echter nooit echt willen voeren. Dat is het tegengestelde van strategie: wel deelnemen aan de gevechtsoperaties van de coalitie tegen IS, maar niet weten wat het politieke einddoel is dat je daarmee wilt bereiken. 

Nu is het natuurlijk te laat om nog Europese troepen te ontplooien. Het Turkse leger is al op het terrein en de Europeanen gaan niet riskeren het leger van een NAVO-bondgenoot te moeten confronteren. De EU dreigt er nu mee geen hulpverlening te zenden naar gebieden onder Turkse controle als de rechten van de inwoners daar niet gerespecteerd worden. Dat zal president Erdogan niet tegenhouden.

De EU heeft een capaciteit voor militaire machtsprojectie nodig

De ganse triestige situatie bevestigt nog maar eens wat de EU al wist, maar nog niet heeft gedaan: dat de EU strategisch autonoom moet zijn. Dat betekent in de eerste plaats dat de Europeanen in staat moeten zijn om desnoods alleen militaire operaties uit te voeren in de eigen periferie, omdat niemand onze belangen voor ons zal verdedigen.

Dit is sinds 1999 het officiële doel van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de EU. Twintig jaar later kunnen we er misschien eindelijk werk van maken, dankzij instrumenten zoals Permanente Gestructureerde Samenwerking (PESCO) en het Europees Defensiefonds van de Commissie. Nu een voormalig minister van defensie, Ursula von der Leyen, Commissievoorzitter is, moet het lukken. 

De EU heeft een capaciteit voor militaire machtsprojectie nodig. Niet om die te pas en te onpas te gebruiken – in tegendeel, gebruik van geweld blijft het allerlaatste middel. Maar wie géén militaire macht heeft, zal altijd in situaties terecht komen waarin hij niks kan doen, ook al staan zijn belangen op het spel, en hoeveel politieke en economische macht hij ook heeft. De EU moet ervoor zorgen dat Europa nooit meer aan de zijlijn moet blijven staan. 

Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.