Video player inladen...

De paddenstoelen zijn terug... en daar zijn ook de stropers

Er staan dit jaar massaal veel paddenstoelen. Het is verboden die te plukken, maar het gebeurt natuurlijk toch. Een boswachter uit Hoogstraten betrapte deze week twee keer mensen met zakken boordevol eetbare paddenstoelen. Ook op andere plaatsen is illegale pluk een jaarlijks terugkerend fenomeen. Maar wie zijn die stropers? Wat doen ze met hun buit? En wat als je per ongeluk giftige paddenstoelen plukt en opeet?

Vrijdagochtend aan provinciedomein de Kesselse Heide. Veldwachter Bart Moons vertrekt voor zijn dagelijkse ronde. Hij moet vandaag de waterstand opmeten op verschillende plekken in het domein.  Onderweg zoekt hij naar paddenstoelen. Niet om op te eten, gewoon uit interesse. Hij houdt ondertussen ook een oogje in het zeil. Want zelfs op de stille heide gebeuren soms dingen die het daglicht niet verdragen.

“Het is een fantastisch paddenstoelenjaar”, zegt Moons, terwijl hij bukt voor een prachtig felrood exemplaar. “Véél beter dan de vorige jaren. Er staan dit jaar opvallend veel vliegenzwammen, zoals deze hier. Geen idee hoe het komt.”

Maar met de paddenstoelen zijn ook de stropers terug. "Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen", zucht Moons. "Je ziet hen vaak al bezig van in de verte, met een linnen zak of een rieten mandje in de hand. Vaak midden in de heide, op plaatsen waar ze niet mogen komen. Ze vertrappelen alles wat ze niet kunnen gebruiken. Als ze twijfelen, dan woelen ze de paddenstoelen gewoon om met de voet, te lui om zich te bukken."

Oost-Europeanen, Italianen en Aziaten

Moons vertelt dat de plukkers vaak van Oost-Europese, Italiaanse of Aziatische origine zijn. “Een paar jaar geleden zag ik vaak wagens met een Poolse nummerplaat, op de parking aan de ingang van het domein. We moesten toen gewoon wachten tot ze terugkwamen, met sportzakken vol paddenstoelen." 

Vandaag zijn de stropers voorzichtiger. "Ze laten zich afzetten en worden later weer opgehaald. Ik denk dat ze hun buit nadien verkopen, vooral aan restaurants. Er valt blijkbaar flink geld mee te verdienen."

Het is soms zoeken naar een naald in een hooiberg, maar af en toe krijgt Moons tips van mensen uit de buurt.

“Vorige week mailde iemand mij ’s avonds, om te melden dat er plukkers bezig waren. Er stond een bestelwagen en enkele mannen waren in de weer met grote zakken. Ik heb die mail helaas pas ’s ochtends gelezen en toen was het al te laat. Tja, die plukkers weten heel goed dat de pakkans klein is als ze ’s avonds of 's ochtends komen. Ze doen het gewoon buiten de werkuren van de veldwachter.”

De plukkers weten dat de pakkans klein is als ze 's avonds of 's ochtends komen

Soms botst Moons toch toevallig op plukkers, tijdens één van zijn rondes. “Ik betrapte ooit een Aziatische dame met een fiets, met daarop een grote tas vol paddenstoelen. Ik denk dat ze op zoek was naar judasoor, een klein zwammetje dat gebruikt wordt in de Chinese en Japanse keuken. Dat groeit op de Kesselse Heide. Het wordt onder andere gebruikt in wontonsoep."

Moons kijkt even door zijn verrekijker, naar een geel vlekje in de verte. “Waarschijnlijk gewoon een wandelaar”, zegt hij na enkele seconden. “Die stropers dragen geen fluohesjes. Ze zijn heel discreet.”

Veel veld- en boswachters dragen geen dienstwapen.

Wat hij zou doen als het tóch stropers waren? “Niet veel”, zegt Moons. “We leggen hen uit dat je in Vlaanderen geen paddenstoelen mág plukken. Ik neem de paddenstoelen ook in beslag, maar ik kan helaas geen GAS-boetes uitschrijven. Dat vind ik persoonlijk wel jammer."

"Stuur die factuur maar naar Polen"

Het controleren op paddenstoelenpluk heeft voor bos- en veldwachters zeker niet de hoogste prioriteit. Ze hebben ook veel ander werk en de daders laten zich moeilijk vatten.

“Sinds een paar jaar hebben veel boswachters geen dienstwapen meer", vertelt een boswachter die liever anoniem blijft. "Als je ongewapend bent, dan is het niet vanzelfsprekend om midden in een groot bos een groep stropers te verbaliseren."

Veel boswachters dragen geen dienstwapen meer

“Beeld je in dat je plots op vijf Poolse plukkers botst, met emmertjes vol paddenstoelen en een pint bier in de hand. Voor je daar op af gaat, moet je goed weten waar je aan begint. En vergeet ook niet dat wij meestal alleen op patrouille gaan. Dat maakt het nog moeilijker."

"Een collega heeft het vorige week nog ondervonden. Hij sprak een groepje Oost-Europeanen aan, die aan het plukken waren. Ze hadden al flink gedronken en ze waren duidelijk niet opgezet met de controle. Mijn collega heeft die paddenstoelen zelfs niet in beslag durven te nemen. Hij wilde vermijden dat de situatie uit de hand zou lopen."

Veldwachter Bart Moons nam vorig jaar deze zak paddenstoelen in beslag.

Veldwachter Bart Moons bevestigt het probleem. “Die plukkers hebben vaak een mes in de hand, om paddenstoelen af te snijden. Ze hebben ook geen identiteitskaart bij zich. Ik controleerde ooit enkele Poolse plukkers, maar die waren duidelijk niet onder de indruk. "Stuur die factuur maar naar Polen", zeiden ze. "Tja, dan sta je als veldwachter machteloos.”

De plukkers waarschuwen elkaar ook wanneer een bos- of veldwachter gesignaleerd is. "Ze doen dat bijvoorbeeld door middel van fluitsignalen. Andere plukkers weten dat ze zich maar beter snel uit de voeten maken."

Drie grote zakken, boordevol paddenstoelen

Bij gebrek aan systematische controles is het speuren naar stropers een kwestie van geluk. Maar soms zit alles mee. Vorig weekend ging boswachter Marc Struelens een rondje lopen in Heverleebos, op zijn vrije dag. “Als boswachter zie ik tijdens die loopjes altijd veel meer dan andere mensen”, zegt Struelens. “Ik zie altijd dingen die verboden zijn in een bos. Dat is eigen aan de job."

Ook deze keer was het prijs. Tijdens het lopen zag Struelens plots drie grote zakken staan, achtergelaten midden in het bos. Ze waren gevuld met vers geplukt eekhoorntjesbrood en andere boleten. Van de plukkers geen spoor te bekennen. “Die waren waarschijnlijk nog druk in de weer, op een andere plaats in het bos. De zakken hadden ze even laten staan, om die nadien weer op te pikken."

Boswachter Marc Struelens vond vorig weekend drie grote zakken vol paddenstoelen in Heverleebos.

Wat zou er met die drie zakken gebeurd zijn als Struelens ze niet had onderschept? "Dat is moeilijk te zeggen, maar ik denk dat het merendeel voor de verkoop is. Misschien komt het terecht in restaurants of op markten, maar zeker weet ik dat niet. Een illegaal handeltje, maar wel lucratief."

En inderdaad: een middagje plukken kan veel geld opbrengen, bospaddenstoelen zijn niet goedkoop. In de supermarkt betaal je al gauw 100 euro voor een kilo gedroogd eekhoorntjesbrood. 

Kan het eigenlijk wel kwaad?

Dé grote vraag is natuurlijk: waarom is het eigenlijk verboden om paddenstoelen te plukken? Je zou het ook kunnen toelaten, zoals in Wallonië. Daar mag je een emmer van tien liter vullen, alleen voor persoonlijk gebruik. Wie meer plukt, overtreedt de wet. 

"Het plukken op zich is geen ramp voor de paddenstoelen", zegt Wim Veraghtert van Natuurpunt. "Sommige studies tonen aan dat het wel meevalt, zolang je niet in de grond gaat woelen. Dat komt omdat het grootste deel van de paddenstoel, de zwamvlok, zich onder de grond bevindt. Wat wij een paddenstoel noemen is eigenlijk slechts de vrucht."

Je kan een paddenstoel vergelijken met een appel die aan een boom groeit. Als je die appel plukt, dan maak je daardoor niet de boom kapot. Hetzelfde geldt ook als je paddenstoelen plukt. Als je de zwamvlok met rust laat, dan schiet ooit wel weer een nieuwe paddenstoel uit de grond. Paddenstoelen zijn geen doetjes. Je krijgt ze niet zomaar klein.

Bekijk de reportage uit "Het Journaal" (lees verder onder de video):

Video player inladen...
Het grootste deel van de paddenstoel, het mycelium, zit verborgen onder de grond. Kichigin

Toch is Veraghtert voorstander van een plukverbod. "Die paddenstoelen horen bij de natuurbeleving. Als je alles wegplukt, dan bederf je de ervaring voor de mensen die na jou komen. Het bos mag niet veranderen in een soort supermarkt, waar mensen zomaar dingen uit weghalen.

De plukkers gooien ook veel paddenstoelen weg, omdat er beestjes inzitten of omdat de paddenstoel niet eetbaar blijkt. "Soms bots je echt op een slagveld van vertrappelde en weggegooide paddenstoelen. Heel triestig vind ik dat.”

Het bos mag niet veranderen in een soort supermarkt

Ook voor de dieren heeft het plukken gevolgen. “Voor hen zijn paddenstoelen een belangrijke bron van voedsel, zeker met de koude winter voor de deur. Als je die paddenstoelen weghaalt, dan neem je ook hun eten weg. Er zijn veel insecten die helemaal afhankelijk zijn van paddenstoelen. Zonder kunnen ze niet overleven."

Veel dieren gebruiken paddenstoelen als voedsel.

De stropers begeven zich ook vaak buiten de paden, waar de lekkerste exemplaren groeien. “Ze vertrappelen daarbij hele ecosystemen en ze verstoren de bodem. Dat is eigenlijk erger dan het plukken op zich. Die bodemverstoring is misschien wel het grootste probleem. Je maakt veel kapot, als je buiten de paden gaat."

Het huisje van kabouter Plop

Wie paddenstoelen plukt, kan ook zijn gezondheid beschadigen, want er zijn natuurlijk heel wat giftige paddenstoelen. Die zijn vaak moeilijk te onderscheiden van de eetbare exemplaren. Zoals een spreekwoord zegt: "Alle paddenstoelen zijn eetbaar. Alleen zijn sommige paddenstoelen dat maar één keer."

“We krijgen jaarlijks 300 tot 400 meldingen van vergiftigingen door paddenstoelen”, zegt Patrick De Cock van het Antigifcentrum. “Vorig jaar waren het er 324 in één jaar tijd. Dit jaar staat de teller voorlopig al rond de 370. Maar het paddenstoelenseizoen is nog niet voorbij, dat cijfer zal zeker nog oplopen.”

Kinderen eten wel eens giftige paddenstoelen, gewoon uit nieuwsgierigheid. Imgorthand

Als mensen giftige paddenstoelen eten, dan ervaren ze vaak misselijkheid of angst- en paniekaanvallen. Die klachten verschijnen soms pas een aantal uur na de inname van de paddenstoelen, zoals bij de groene knolamaniet of de kleine parasolzwam. "Net dat maakt het zo gevaarlijk. Wanneer mensen beseffen dat ze vergiftigd zijn, is het soms al te laat."

De slachtoffers zijn vaak jonge kinderen

De slachtoffers zijn volgens De Cock vaak kinderen. “Het gebeurt soms gewoon tijdens een familiewandeling of een schooluitstap. Kinderen denken bij die paddenstoelen aan kabouter Plop en ze proeven even om te kijken of Plop thuis is. Voor je het weet, is het gebeurd.”

In 1982 en 1995 overleed een kind na het eten van groene knolamaniet, telkens in Wallonië. Die groene knolamanieten zien er onschuldig uit, maar ze veroorzaken wel vaker problemen. "De laatste bekende vergiftiging met een dodelijke afloop dateert van acht jaar geleden. Een man kreeg toen een maaltijd met groene knolamaniet aangeboden door een onwetende vriend. Hij overleed later in het ziekenhuis door leverschade."

Elk jaar zijn er ook een tiental gevallen van vergiftiging door inname van psychedelische paddenstoelen. "Dat zijn paddenstoelen waarvan je gaat hallucineren", zegt De Cock. "Mensen zijn nieuwsgierig en ze willen het even proberen. Ze onderschatten vaak hoe krachtig het effect kan zijn en komen daardoor in de problemen."

Twee jaar geleden was er een piek in het aantal vergiftigingen. "Er waren toen meer dan 500 meldingen. We hebben daarom een video gemaakt, om mensen te waarschuwen voor de gevaren. Er is ook een brochure over giftige paddenstoelen, die je gratis kan downloaden. En je vindt ook veel informatie over giftige paddenstoelen op onze website."

Voor de "professionele" plukkers zijn die giftige paddenstoelen geen probleem. Zij zijn vaak op zoek naar een beperkt aantal delicatesse-paddenstoelen, zoals eekhoorntjesbrood of kastanjeboleet. Vaak hebben ze ook heel wat kennis van paddenstoelen. In landen als Rusland en Polen is dat heel normaal. De gemiddelde Rus zou in staat zijn om een vijftiental soorten paddenstoelen te identificeren.

Giftig of niet? Toch maar even opzoeken...

Halfweg zijn ronde vindt Bart Moons, veldwachter op de Kesselse Heide, een afgerukte paddenstoel langs de kant van de weg. “Een russula”, zegt hij. "Heel lekker." Hij breekt een klein stukje af en proeft. De smaak is zacht, nootachtig.

Of hij zeker is dat de Russula eetbaar was? Er zijn tenslotte meer dan 750 soorten Russula’s. Een foutje is snel gemaakt. “Dit is een soort die ik wel vaker tegenkom”, zegt Moons. “Maar misschien kunnen we toch beter even nakijken of het geen giftig exemplaar is. Je weet inderdaad maar nooit.”

De smakelijke russula smaakt naar noten.

Terug in het veldwachtershuis bladert Moons door een kasseidik handboek, om zeker te zijn dat het geen giftige paddenstoel was. “Ik denk dat het deze was”, zegt hij na vijf minuutjes zoeken. “Een Russula vesca of smakelijke russula, eén van de lekkerste soorten volgens de gids. Gelukkig geen braakrussula, want daar kan je misselijk van worden.”

Bij het bladeren door die gids wordt snel duidelijk hoe wonderlijk en mysterieus de paddenstoelenwereld is. Er zijn ontzettend veel soorten, in alle mogelijke vormen, maten en kleuren. Ze zijn veelzijdig, taai, koppig en ongelofelijk mooi. Ze kunnen erg lekker zijn en sommige soorten zijn ook heel gezond. Maar wie ze wil eten, koopt ze toch maar beter gewoon in de winkel of op de markt. Die paddenstoelen worden gekweekt.

En de paddenstoelen in het bos? Die laat je beter gewoon gerust. De bos- en de veldwachter zullen je zeker dankbaar zijn. En de paddenstoelen ook.

Wie van een wilde paddenstoel gegeten heeft en met vragen zit, of wie zich ziek voelt na het eten van paddenstoelen, kan 24 uur op 24 terecht bij het Antigifcentrum op 070/245.245.