Video player inladen...

IN GRAFIEKEN: Hoe arm België ter plaatse blijft trappelen

Het armoederisico in België is de afgelopen tien jaar amper gedaald. Eén op de vijf Belgen loopt nog altijd risico op armoede of sociale uitsluiting. Die situatie is de afgelopen tien jaar stabiel gebleven, terwijl er in Europa een licht dalende trend te zien is. Maar ook de EU haalt bij lange na haar doelstellingen niet om de armoede in te dijken. Dat blijkt uit de cijfers die het Europese statistiekbureau Eurostat heeft gepubliceerd naar aanleiding van Wereldarmoededag. Een overzicht in vier grafieken.

Onder de noemer Europa 2020 engageerden de EU-lidstaten zich tien jaar geleden om tegen het jaar 2020 de armoede flink naar beneden te krijgen. Toentertijd leefden 80 miljoen Europeanen onder de armoedegrens; tegen 2020 zouden het er nog “maar” 60 miljoen mogen zijn. 

20 miljoen mensen uit de armoede halen, dat zal niet meer lukken tegen de deadline. Uit de Eurostatcijfers van vorig jaar blijkt immers dat de afgelopen jaren 8,2 miljoen burgers uit de armoede werden gehaald. Het is onmogelijk om in amper twee jaar tijd dat aantal meer dan te verdubbelen.

Maar laten we de Europese cijfers eens vergelijken met de Belgische.

België heeft allerminst bijgedragen in de daling van de Europese cijfers, want de afgelopen jaren heeft ons land een pas op de plaats gemaakt. Dat toont de vrijwel vlakke lijn in bovenstaande grafiek: 1 op de 5 Belgen loopt nog altijd het risico op armoede of sociale uitsluiting.  

In 2008 ging het om 20,8 procent van de bevolking; vorig jaar om 19,8 procent. Maar dat luttele procentje zou zomaar te wijten kunnen zijn aan een foutenmarge, want er wordt gewerkt met steekproeven. Met andere woorden: in 10 jaar tijd is er structureel niets veranderd. 

In absolute cijfers is er zelfs een stijging, van een kleine 2,2 miljoen naar 2,25 miljoen mensen die onder de armoedegrens leven. De 2020-doelstelling was dat aantal naar 1,81 miljoen mensen terug te brengen.

Kijken we naar het Europese plaatje, dan zien we dat het risico op armoede of sociale uitsluiting relatief gedaald is van 23,7 naar 21,7 procent.

Laten we nu eens naar de verschillende EU-lidstaten kijken.

Op bovenstaande grafiek is duidelijk te zien wie er het slechtst aan toe is en wie het best: links in de grafiek zien we Bulgarije, waar 1 op de 3 burgers (32,8 procent ) onder de armoede- en uitsluitingsgrens leeft; in Tsjechië is dat maar 1 op de 8 (12,2 procent). 

België zit met 19,8 procent in de middenmoot. Kijken we echter naar de evolutie van de afgelopen tien jaar, dan is ons land geen al te beste leerling, want we blijven al een decennium rond de 20 procent hangen. Daarmee zitten we maar net onder het Europese gemiddelde. 

Kijken we naar de evolutie van andere landen, dan zien we dat vooral de Oost-Europese landen relatief vooruitgang hebben geboekt: Polen, Roemenië, Hongarije, Letland, en ook hekkensluiter Bulgarije zagen de armoedekans stevig dalen. Logisch ook: zij komen vaak van ver en haalden de afgelopen jaren hun achterstand deels in.

Als we nu kijken naar de drie elementen die bijdragen aan het armoederisico en sociale uitsluiting, dan vallen drie cijfers op:

  • 1 op de 6 Europeanen (16,9 procent) loopt het risico om in armoede te leven op basis van hun inkomen, ondanks de sociale zekerheid. Dat is een lichte toename sinds 2008. 

  • 1 op de 17 Europeanen (5,8 procent) leeft in slechte materiële omstandigheden: ze kunnen o.a. hun woning niet goed onderhouden en hebben geen geld voor een weekje vakantie.

    Enerzijds zien we hier een duidelijke daling, want we komen van 8,5 procent tien jaar geleden. Anderzijds is hier een enorm verschil tussen de verschillende EU-lidstaten: 20,9 procent van de Bulgaren verkeert in deze situatie terwijl dat amper het geval is in Luxemburg (1,3 procent) en Zweden (1,6 procent). In België gaat het om 4,9 procent van de bevolking.

  • 1 op de 11 Europeanen leeft in een gezin waar weinig gewerkt wordt (minder dan 20 procent van de tijd). België doet het op dit vlak opvallend slecht: 12,1 procent van de bevolking leeft in zo’n gezin; in 2008 bedroeg dat percentage nog 11,7. Dus ook hier is sprake van een status quo.

    Kijken we ten slotte naar cijfers waar België ronduit slecht op scoort: die van kinderarmoede.

Volgens de Eurostat-cijfers van vorig jaar loopt maar liefst 23,2 procent van de -18-jarigen in België het risico om in armoede of sociale uitsluiting op te groeien. 

Als we alleen kijken naar het risico op kinderarmoede, dan zat België vorig jaar op 20,6 procent tegenover een Europees gemiddelde van 19,9 procent.

Achter deze cijfers zitten echter grote verschillen tussen de verschillende landsdelen: volgens de laatste berekeningen van Steunpunt Werk zou in  Vlaanderen 7,3 procent van de kinderen kans hebben om in armoede te leven, in Wallonië 16,2 procent en in Brussel maar liefst 23,2 procent. 

Bekijk het verslag uit "Het Journaal" hier: 

Video player inladen...