Video player inladen...

Stoelgangtest om dikkedarmkanker op te sporen redt 900 levens per jaar

Uit de nieuwe Gezondheidsenquête van het Belgisch instituut voor gezondheid Sciensano blijkt dat bijna de helft van de Vlamingen tussen 50 en 74 jaar laat zich testen op dikkedarmkanker. Dat zijn er 3 keer meer dan 6 jaar geleden. En dat is goed nieuws, want de testen redden 900 levens per jaar.     

Zes jaar geleden is Vlaanderen begonnen met het Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker. In het kader van dat onderzoek krijgen Vlamingen tussen 51 en 74 jaar om de twee jaar een screeningskit opgestuurd. Met die kit kunnen ze een staal nemen van hun stoelgang. Die kunnen ze vervolgens opsturen naar een laboratorium dat het staal gratis test op sporen van dikkedarmkanker.      

Groot succes...

Op zes jaar tijd is de stoelgangtest een groot succes geworden, zo blijkt uit de enquête van Sciensano. Waar zes jaar geleden maar 16,2 procent van de doelgroep zich op dikkedarmkanker liet testen, is dat nu bijna de helft (48,1 procent).

“Uit onze enquête blijkt dat de bewustmakingscampagne rond de test werkt”, zegt Stefaan Demarest van Sciensano. “Want ook 50-jarigen zeggen dat ze zich op dikkedarmkanker laten testen, terwijl de stoelgangtest op dit moment alleen maar wordt aangeboden aan mensen die minstens 51 jaar zijn. (vanaf 2020 ook aan 50-jarigen, red)” 

Uit onze enquête blijkt dat de bewustmakingscampagne rond de test werkt.

Stefaan Demarest, onderzoeker Sciensano

Dat zoveel Vlamingen zich laten testen, is goed nieuws. Want volgens Sciensano zou de stoelgangtests 900 levens per jaar redden. De stoelgangtest is heel gebruiksvriendelijk en laat toe dikkedarmkanker in een vroeg stadium op te sporen. Hoe vroeger de kanker ontdekt wordt, hoe groter de kans op overleven.  

... al is één groep moeilijk te bereiken.

Hoewel het belang van de test bij een groot deel van de Vlamingen is doorgedrongen, is er nog altijd een groep die moeilijk te bereiken valt. “Het gaat om mensen die lager opgeleid zijn”, licht Demarest toe. “Zij zijn vaak niet met dergelijke testen vertrouwd, en denken dat ze er geen baat bij hebben. Huisartsen hebben hier een verantwoordelijkheid. Ze moeten hun patiënten duidelijk maken dat zo een test echt wel belangrijk is.”