De taalgrens blijft een leeftijdsgrens: Vlamingen leven nog altijd langer dan Walen

Hoewel de gemiddelde leeftijd in België elk jaar blijft toenemen, schuilen er toch sterke verschillen onder bevolkingsgroepen. Uit een demografisch onderzoek van de universiteiten VUB en ULB blijkt dat gezondheid en levensverwachting sterk afhankelijk zijn van sociale afkomst en omgeving. Meer nog, de sociale verschillen in België nemen niet af, maar juist toe.

De onderzoekers wilden nagaan of sociale afkomst en omgeving een invloed hebben op gezondheid. Promotor van het project prof. Gadeyne (VUB) zegt dat dit onderzoek zich voor de eerste keer uitspreekt over de hele Belgische bevolking. In het verleden waren al onderzoeken gevoerd over sociale afkomst, maar alle data waren toen nog niet beschikbaar.  “Het is dus redelijk uitzonderlijk om over gegevens over de volledige bevolking te beschikken.” 

Sterke regionale verschillen

Een eerste opvallend punt uit dit onderzoek zijn de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. De bovenstaande kaart laat zien dat de taalgrens hier een sterke demografische grens afbakent. Vrouwen worden zo gemiddeld 2,9 jaar ouder in Vlaanderen dan in Wallonië. Voor mannen is het verschil nog groter. Een Vlaamse man wordt gemiddeld 79,9 jaar en een Waalse 76,2. "Minderbedeelde" mannen in Vlaanderen worden zelfs drie jaar ouder dan hun Waalse tegenhanger. 

Deze verschillen houden stand, zelfs als inkomen en kwaliteit van de leefomgeving niet meetellen. Volgens het onderzoek is dit te wijten aan de socio-economische en culturele verschillen in beide regio’s: “We hebben vooral gekeken naar waar mensen leven, zoals de woonkwaliteit of de nabijheid van ziekenhuizen. Een voorbeeld  van minder goed gebied is bijvoorbeeld Charleroi of de Borinage, daar leven mensen in echt moeilijke omstandigheden.", aldus Prof. Gadeyne.

Er zijn binnen Vlaanderen ook wel enkele verschillen merkbaar, zeker op het niveau van steden en gemeenten.  De grote Vlaamse centrumsteden (Antwerpen - Leuven– Gent) hebben bijvoorbeeld een grotere sterftegraad dan het gewestelijk gemiddelde. De stad Antwerpen heeft bijvoorbeeld een hogere sterftegraad dan haar randgemeente Brasschaat. 

Werk en gezondheid

Een tweede punt dat de onderzoekers onderzochten is "werk en sterftegraad". Het onderzoek toont aan dat werkloze mannen een dubbel zo hoog sterfterisico hebben als werkenden. Het verschil houdt stand, zelfs als opleidingsniveau, levensomstandigheden en gezinskenmerken niet meetellen. Ook voor vrouwen is een gelijkaardige tendens merkbaar. Het zijn vooral werknemers met een kwetsbare job, zoals een onstabiel contract of flexibele werkuren, die het het moeilijkste hebben. Zij scoren zelfs 50 procent slechter dan werknemers met een stabiele job op vlak van gezondheid.  

Opvallend is dat de gezondheid van werklozen sterker verschilt tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. Volgens Prof. Gadeyne is dit te verklaren door het "teleurstellingseffect":  "Wij zien dat het verschil tussen werkenden en werklozen iets groter is bij hogeropgeleiden. We denken dat dit ligt aan de  "teleurstellingshypothese". Hogeropgeleide mensen hebben misschien iets meer verwachtingen van hun job”. Niet alleen fysieke gezondheid, maar mentaal welzijn heeft dus een impact op gezondheid.

Vrouwen leven nog steeds langer

Tot slot, heeft het onderzoek ook aandacht voor de man-vrouw verschillen in België. Vrouwen leven gemiddeld vijf jaar langer dan mannen. Volgens de onderzoekers is dit te verklaren door hun algemene ingesteldheid. Vrouwen gaan beter om met hun gezondheid en vertonen minder vaak risicogedrag.  De sociale verschillen in sterfte zijn ook kleiner dan bij mannen. Lange tijd hadden hogeropgeleide vrouwen een grotere kans op borstkanker omdat ze pas later kinderen kregen. Vandaag blijkt dat effect minder te gelden. 

Opvallend is dat samenwonenden een grotere levensverwachting hebben dan alleenstaanden. Het huwelijk zou daarbij minder een rol spelen, het  gewoonweg "samenwonen" kan al volstaan. 

De onderzoekers wilden met deze resultaten aantonen dat sociale ongelijkheid ook gevolgen heeft op onze levensvatbaarheid. Volgens Prof. Gadeyne moeten we daarom meer inzetten op de uitbereiding van onze welvaartstaat: “Wij hopen dat we op die manier aantonen dat we onze welvaartstaat verder moeten uitbouwen met de intentie om precaire groepen op te vangen. We moeten ervoor zorgen dat mensen gelijk zijn voor leven en dood. Als we naar een maatschappij evolueren, waarin iedereen evenveel kansen heeft, is het belangrijk dat we streven naar gelijke levenskansen.”

We moeten ervoor zorgen dat mensen gelijk zijn voor leven en dood