Het geheim van FC De Kampioenen

Louis Van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: F.C. De Kampioenen krijgt na acht jaar een nieuw seizoen. Wat is het geheim van het succes?

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Het zal u misschien verbazen – of net niet – dat ik twee films van FC De Kampioenen heb gezien en daar goed mee heb gelachen. Ik heb ook – op landerige namiddagen op de nieuwsredactie van de openbare omroep – minstens 100 heruitzendingen van de tv-reeks gezien, zij het vaak met een half oog. Maar dat gaf niet, je kijkt niet naar FC De Kampioenen voor de samenhang.

Maar waarom dan wél? Alle mediawatchers vragen het zich af nu de VRT een nieuwe reeks heeft aangekondigd, járen na de laatste aflevering. "De herkenbaarheid!" roepen ze in koor. Misschien.

FC De Kampioenen is ook voor de acteurs een soort van verslaving. En een zekere bron van inkomsten

De Collega’s

Eigenlijk nam FC De Kampioenen in 1990 de draad op die De Collega’s in 1981 hadden laten vallen. Het is overigens geen toeval dat Tuur De Weert, Jaak Van Assche en Johny Voners zowel in de ene als in de andere reeks meespelen. Nu kunnen we het vreemd vinden dat de toenmalige BRT die goudmijn zomaar sloot. Het was evenwel nog de tijd van de “volksverheffing”, het volkse amusement werd met argusogen en zeer argwanend bekeken.

Hoe dan ook, Vlaanderen was dol op De Collega’s. Hoe dol precies weten we niet, kijkcijfers meten en bestuderen was toen nog geen dagtaak. Het was lachen geblazen met die slome ambtenaren die tijd op overschot hebben omdat ze maar één uur per dag echt werken en de andere uren toch ook moeten doorkomen. Met hun gekibbel en gekijf, maar ook met hun kleine zorgen en verdriet. Hoewel de personages karikaturen waren, waren ze ook mensen van vlees en bloed. 

Het leven zoals het is, maar dan uitvergroot. De vakbonden van het overheidspersoneel konden indertijd de reeks allesbehalve pruimen, maar de ambtenaren zelf lachten vrolijk mee. Het eveneens razend populaire “Het Eiland” was in feite een “remake” van De Collega’s. Denk daar maar eens over na.

Het Vlaamse verenigingsleven

Idem dito voor FC De Kampioenen. Vlaanderen is de reeks altijd trouw gebleven, 21 seizoenen lang, de verbluffende kijkcijfers spreken voor zichzelf. Dat Jacques Vermeire alias DDT of Carry Goossens alias Oscar en cours de route naar VTM verkasten, werd bijna probleemloos opgevangen. Ze kwamen overigens terug naar het oude nest. FC De Kampioenen is ook voor de acteurs een soort van verslaving. En een zekere bron van inkomsten.

Het is die alledaagsheid die we in FC De Kampioenen herkennen

In feite staat FC De Kampioenen voor het hele Vlaamse verenigingsleven, en niet alleen voor het reilen en zeilen in de kantine van een caféploeg. De verzuiling mag in Vlaanderen op sterven na dood zijn, het verenigingsleven is dat bij lange niet.

Nog altijd vinden mensen een excuus om samen te komen: een gezamenlijke hobby, een buurtfeest, een actiecomité, een koor, een leesclub, een bandje, een kookclub, een dansclub, en ja, waarom niet, een voetbalclub. En in elk van die clubjes is er altijd iemand die het hoge woord wil voeren, is er altijd een sukkel, is er altijd een intrigant, is er altijd een zeveraar, een zageman (m/v), een charmeur, een werkmier, een querulant, een verzoener, een klager, een pietje-precies, iemand die ze graag lust.  

Het is die alledaagsheid die we in FC De Kampioenen herkennen, met de prettige bijkomstigheid dat het in een verhaaltje van niemendal is gegoten en vertolkt wordt door koppen die intussen zo vertrouwd zijn dat we niet eens merken hoe oud ze zijn geworden. Jacques Van Assche, beste kijkers, is er intussen al 79.

De verzuiling mag in Vlaanderen op sterven na dood zijn, het verenigingsleven is dat bij lange niet

Potteke kak, potteke pis

Om nog eens terug te komen op die films. In “Kampioenen forever” reist het hele gezelschap naar Afrika. De Kampioenen gaan er “zwarte parels” zoeken voor een cruciale voetbalwedstrijd tegen het team van de inslechte DDT.

Wanneer ze in een dorp in de brousse belanden, blijkt iedereen daar Tuur De Weert alias Maurice nog te kennen van vroeger. Hij is verdorie missionaris geweest in een vorig leven, een razend populaire bovendien! Getuige daarvan is het standbeeld dat in het dorp voor hem is opgericht, met het legendarische opschrift: “Père Maurice, potteke kak, potteke pis.”

Voor die onnozele vondst alleen al, dames en heren, is die film de moeite waard en verdient regisseur Jan Verheyen een “speekmedaille”.

© VRT

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.