Kris Van Dijck (N-VA) heeft geen deontologische fout gemaakt, oordeelt deontologische commissie

Vlaams Parlementslid Kris Van Dijck (N-VA) heeft volgens de deontologische commissie van het Vlaams Parlement geen deontologische fout gemaakt in de zaak met een escortdame. De klacht is unaniem ongegrond verklaard.

Kris Van Dijck was deze zomer nog maar enkele weken interimvoorzitter van het Vlaams Parlement toen hij in opspraak kwam in een zaak met een bevriende escortdame. Van Dijck hielp haar in 2014 in een dossier voor een uitkering. Hij stuurde daarvoor een mail naar toenmalig federaal minister van Werk Kris Peeters (CD&V) met de vraag of er "enige spoed" kan gezet worden in de procedure.

"Ik ben er mij van bewust dat de procedure correct moet verlopen", schreef  Van Dijck in de mail. "Maar indien dit het geval is, is de vraag dat er enige spoed kan zijn, gelet dus op die moeilijke financiële situatie van betrokkene." Het is over die mail dat Jos D'Haese van oppositiepartij PVDA een klacht indiende bij de deontologische commissie van het Vlaams Parlement, wegens een mogelijke inbreuk van de deontologische code voor de leden van het Vlaams Parlement. De code bepaalt welke vormen van dienstverlening aan de bevolking kunnen en welke niet.

Die commissie heeft zich vandaag over die klacht gebogen. "De deontologische commissie heeft de klacht van de heer D’Haese onderzocht en unaniem ongegrond verklaard", is het verdict. De zaak met de escortdame noopte Kris Van Dijck er op 11 juli, de Vlaamse feestdag, toe om ontslag te nemen als voorzitter van het Vlaams Parlement. Er werd toen ook gewag gemaakt van mogelijk sociale fraude, maar dat heeft Van Dijck steeds ontkend en daarvoor is ook geen bewijs geleverd.