Britse onderzoekers tasten grenzen voedselproductie af: "100 procent biologische landbouw slecht voor klimaat"

Als we zouden overschakelen naar 100 procent biologische voeding, en tegelijk ons eetpatroon niet aanpassen, dan is dat slecht nieuws voor de klimaatopwarming. Dat besluiten althans Britse onderzoekers in een nieuwe studie, op basis van een onderzoek voor Engeland en Wales. De studie probeert de grenzen af te tasten van onze voedselproductie. Critici zeggen dan weer dat we sowieso onze consumptie zullen (moeten) aanpassen, en dat dit onderzoek een vals beeld geeft. 

Kort samengevat komt het hierop neer: op korte termijn zou de uitstoot aan broeikasgassen dalen, maar omdat de opbrengst in biologische landbouw een stuk lager ligt dan in de traditionale landbouw, zou er een plaatselijk voedseltekort optreden, waardoor er meer import is en er uiteindelijk meer broeikasgassen vrijkomen. In het specifieke segment van de landbouw zou de uitstoot daardoor met 21 procent stijgen tegenover de traditionele manier van landbouw. 

Het onderzoek, dat gepubliceerd is in Nature Communications,  heeft betrekking op Engeland en Wales. De onderzoekers wilden weten hoe het nu precies zat, omdat eerdere onderzoeken elkaar tegenspraken. Enerzijds is biologische landbouw beter voor het opslaan van CO2 in de bodem, maar omdat de opbrengst lager ligt, zou dat voordeel worden tenietgedaan.

Een eerdere studie wees uit dat, als alle voedselproductie over het hele Verenigd Koninkrijk volledig biologisch zou worden, er ongeveer 8 procent minder broeikasgassen zouden worden uitgestoten door de sector. Maar daar was geen rekening gehouden met de lagere opbrengsten, en die zijn in deze studie wel meegenomen. De onderzoekers keken daarbij naar alle mogelijke aspecten: van CO2-uitstoot door landbouwmachines en voor transport, tot uitstoot via de bodem. 

Waar liggen de grenzen?

Volgens de wetenschappers zou de minderopbrengst bij 100 procent bio 40 procent bedragen, al zijn er grote verschillen voor de verschillende gewassen onderling. Het goede nieuws is dat de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent zou dalen voor de gewassen, en met 4 procent voor de veeteelt, goed voor een totaal gemiddelde van 6 procent reductie. 

De uitstoot van broeikasgassen gaat ruim 5 procent naar beneden, maar er is meer oppervlakte nodig

Daarna maakten de onderzoekers de totale rekening. Enerzijds kan er bij biolandbouw meer CO2 worden vastgehouden, maar door een tekort aan voedsel door een lagere opbrengst, moet er meer land worden gebruikt in het buitenland.

De oefening daar was niet eenvoudig, omdat het ervan afhangt op welke manier die gronden benut zouden worden, en hoe efficiënt. De onderzoekers kozen daar voor gemiddelde scenario's, en besluiten uiteindelijk dat de uitstoot van broeikasgassen 21 procent zou stijgen. 

"Als we 100 procent voor biolandbouw gaan en onze eetgewoontes tegelijk dezelfde blijven, zouden we ongeveer 6 miljoen hectare land (60.000 vierkante kilometer, ongeveer 2x de oppervlakte van België, red.) extra nodig hebben", vertelt Philip Jones van de universiteit van Reading op de BBC. "Veel van die import zou uit Europa komen. Dat heeft een impact op het milieu, met veel onnodige transportkilometers."  

Voordelen die hier niet onderzocht zijn

De studie heeft al heel wat reacties losgeweekt. Ze houdt immers geen rekening met de grote voordelen van bio, zoals een verbeterde waterkwaliteit, zuiverder lucht en een betere biodiversiteit (bijen enz.)

Maar de grootste kritiek op het rapport is dat de onderzoekers ervan uitgaan dat de eetgewoonten dezelfde zullen blijven. "Dat is sowieso onhoudbaar als we kijken naar de toekomst", zegt Rob Percival van de Soil Association daarover. "Zo hebben we nu een overproductie van verkeerde dingen zoals veevoeder en biobrandstoffen. We moeten daar sowieso van weg." Als we bijvoorbeeld minder vlees zouden eten, komen er veel graaslanden vrij voor gewone voedselproductie, en daalt sowieso de uitstoot. 

De onderzoekers zeggen dan weer dat dit niet het doel van hun studie was. Zij wilden vooral zien waar de grenzen liggen van voedselproductie.