Nemen robots de nieuwsredactie van morgen over?

Nieuwsredacties wereldwijd maken steeds meer gebruik van artificiële intelligentie (AI) om hun verslaggeving en andere werkprocessen te automatiseren en te versterken. Welke impact zal dit hebben op de nieuwsindustrie? En moeten journalisten vrezen voor hun jobs, of worden ze meer dan ooit onmisbaar? 

Vandaag vindt in Gent Media Fast Forward plaats, een studiedag van VRT met Vlaamse experten uit de sector en daarbuiten, over de rol van technologie en media in de maatschappij. VRT NWS-journalist Tom Van de Weghe deed het voorbije jaar onderzoek naar AI in de media aan Stanford University als Research Fellow en is een van de gastsprekers in Gent.

Als journalisten houden we ons onvoldoende bezig met de toekomst. Dat blijkt uit een studie van het Future Today Institute, een Amerikaanse denktank die de belangrijkste mediatrends onderzoekt. Maar liefst 69 percent van de bevraagde redacties geeft toe hier nauwelijks over na te denken. Logisch, we zijn vooral bezig met het nieuws van vandaag (en gisteren). Maar als het gaat over hoe nieuwe technologieën de nieuwsproductie over pakweg vijf jaar zullen beïnvloeden, dan horen de meeste collega’s het donderen in Keulen.

En toch is er nood aan een langetermijnvisie, zeker als je beseft dat élke nieuwe golf van technologie een geweldige impact heeft gehad op de nieuwsproductie. Of het nu gaat om de telefonie, de foto- en videocamera, de fax of de computer. Wetenschappers zijn het erover eens dat dat met artificiële intelligentie (AI) niet anders zal zijn. AI is de verzamelnaam voor technologieën waardoor machines een bepaalde vorm van intelligentie kunnen nabootsen, zoals problemen oplossen, een taal begrijpen of geluiden en objecten herkennen. Denk maar aan gezichtsherkenning.

“De impact van artificiële intelligentie moet je vergelijken met de impact die elektriciteit destijds heeft gehad,” zegt Andrew Ng, professor aan Stanford University en enkele jaren geleden nog actief bij Google en de Chinese concurrent Baidu. “Zoals elektriciteit 100 jaar geleden industrie na industrie transformeerde, zal AI dat nu opnieuw doen.” Ook in de nieuwsindustrie dus. 

Data als nieuwe olie

Artificiële intelligentie is geen hype (er wordt al sinds de jaren vijftig met vallen en opstaan aan gewerkt) maar het is de voorbije jaren in een stroomversnelling geraakt. Waarom? Omdat computers steeds krachtiger en sneller zijn geworden en omdat er steeds meer data ter beschikking zijn. En die data zijn nu eenmaal de belangrijkste grondstof voor AI: hoe meer data, hoe beter de resultaten. Vandaar dat data ook vaak vergeleken wordt met olie.

Nieuwsredacties werken niet alleen dag in dag uit met data, ze produceren ook massaal data. Een artikel, een geluidsfragment of een videoreportage – je kan het eigenlijk allemaal ook als data beschouwen. En wie data zegt, zegt automatisering.

Doorheen de geschiedenis is gebleken dat alles wat geautomatiseerd kan worden, ook geautomatiseerd is

Doorheen de geschiedenis is gebleken dat alles wat geautomatiseerd kan worden, ook geautomatiseerd ís. Als je weet dat artificiële intelligentie uitblinkt in alles wat te maken heeft met herhalen, herkennen, voorspellen en optimaliseren, dan kun je snel de optelsom maken: een nieuwsredactie zal er over vijf jaar volledig anders uitzien.

Superkrachten

Het hele productieproces van een nieuwsbedrijf zal beïnvloed worden door artificiële intelligentie: van redactionele functies zoals het verzamelen van nieuws en het creëren van berichten, tot meer zakelijke functies zoals distributie.

Grote nieuwsbedrijven zoals Reuters, the Associated Press en The Washington Post zijn daar trouwens al volop mee bezig. Reuters gebruikt bijvoorbeeld News Tracer, een tool om sneller breaking news berichten op het spoor te komen via sociale media. The Associated Press en the Washington Post hebben nieuwsberichten over beurscijfers of sportuitslagen geautomatiseerd, waardoor journalisten meer de tijd krijgen om zich te concentreren op kwalitatieve verslaggeving.

Artificiële intelligentie kan journalisten superkrachten geven, bijvoorbeeld door in een mum van tijd interviews te analyseren of een berg documenten uit te vlooien op zoek naar onregelmatigheden. De onderzoeksjournalisten van ICIJ (International Consortium of Investigative Journalists) zijn er zo in geslaagd om verbanden te leggen in het fraudedossier The Paradise Papers en de spreekwoordelijke speld in een hooiberg te vinden.

De technologie kan ook automatisch een videomontage toevoegen bij een online artikel, of het artikel omzetten in een gesproken versie. Het kan ook gebruikt worden om sneller informatie te factchecken of te verifiëren. Grote kranten zoals The New York Times en El País passen artificiële intelligentie toe om lezersreacties op hun nieuwsberichten te filteren op racistische of hatelijke inhoud.

The Wall Street Journal probeert polarisatie in het publieke debat tegen te gaan met een AI-tool die journalisten in staat stelt om meer onderbelichte stemmen te laten horen. VRT wil samen met Stanford University een tool ontwikkelen die het aandeel van mannelijke en vrouwelijke gasten in onze nieuwsuitzendingen automatisch onderzoekt.

Artificiële nieuwsankers

Maar ook voor de mediagebruiker betekent artificiële intelligentie een heuse revolutie. Denk maar aan de interactie met chatbots (geautomatiseerde gesprekspartners) en smart speakers (slimme luidsprekers waarmee je kan praten). Hierdoor zal de consumptie van nieuws steeds meer op maat van de gebruiker worden aangeboden, gepersonaliseerd dus.

Stel je voor wat dat kan betekenen. Vandaag hebben we nog een journaal om 19 uur, maar in de toekomst kan je misschien je eigen journaal samenstellen. Bijvoorbeeld  met meer of minder lokaal nieuws, of meer of minder sportnieuws. Gebracht door een nieuwsanker naar jouw keuze. In China experimenteert het nieuwsagentschap Xinhua al volop met artificiële nieuwsankers.

Betekent dat dat de job van Martine Tanghe of Wim De Vilder gedoemd is om te verdwijnen? Zo’n vaart zal het niet lopen. Toch leeft ook bij journalisten de vrees dat artificiële intelligentie op termijn hun job zal doen sneuvelen. Dat het zal worden aangegrepen om flink te snoeien in de werkingskosten van een redactie. Die angst is niet onbegrijpelijk.

Maar AI inzetten om te besparen op mensen en middelen lijkt gedoemd om te mislukken. De taak van journalisten zal er namelijk alleen maar groter op worden, bijvoorbeeld om de resultaten te checken, om een “human touch” te voorzien bij nieuwsberichten, of om te oordelen of iets nieuwswaardig is of niet. En dat zal nodig zijn. Artificiële intelligentie is niet feilloos of zonder kinderziektes.

Zo blijkt dat veel algoritmes (dat zijn de stap-voor-stap formules die de computer vertellen wat er met de data moet gebeuren) dezelfde vooringenomenheid weerspiegelen als de ontwikkelaars die de code geschreven hebben. De meeste gezichtsherkenningssoftware is bijvoorbeeld getraind op blanke gezichten, en heeft problemen met het herkennen van zwarte gezichten.

Journalisten zullen steeds vaker de rol van gatekeeper op zich moeten nemen: controleren en verbeteren waar nodig. 

Tom Van de Weghe

Als zulke fouten in journalistieke verhalen sluipen, komt de vertrouwensrelatie tussen mediagebruikers en journalisten in gevaar. Journalisten zullen daarom steeds vaker de rol van gatekeeper op zich moeten nemen: controleren en verbeteren waar nodig. Dat kan ook nieuwe banen opleveren. The Associated Press riep zo bijvoorbeeld al de redactiefunctie van “automatiseringsredacteur” in het leven.

Want intussen rukken technologiereuzen zoals Google, Facebook, Apple, Netflix en hun Chinese concurrenten steeds verder op. Zij zetten meer dan ooit in op de productie van content

Naarmate onze levens ook steeds meer door algoritmes bepaald zullen worden (bijvoorbeeld bij het toekennen van een autoverzekering of woonlening), zal het ook cruciaal worden om de algoritmes tegen het daglicht te houden. In de VS heeft dit al nieuwe vormen van onderzoekjournalistiek (zogenaamde algorithmic accountability reporting) gecreëerd met nieuwsredacties zoals The Markup en Propublica.

Artificiële intelligentie zal niet zozeer de fundamenten van de journalistiek veranderen. Voor kritische en correcte journalistiek blijft dezelfde deontologie aangewezen, uitgebreid met een ethische code voor AI. Daarbij zijn transparantie en uitlegbaarheid sleutelwoorden. Gebruik je algoritmes voor nieuwsberichten, laat dat ook weten aan je lezer. Eerlijk duurt het langst.

Geen heilige graal

Als journalisten hebben we vandaag al een arsenaal aan AI-tools ter beschikking, en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Idealiter moet dit resulteren in meer kwalitatieve journalistiek en een hogere betrokkenheid van de mediagebruiker. Maar artificiële intelligentie betekent niet de oplossing voor alle problemen waarmee de hedendaagse journalistiek te kampen heeft.

Nu al zien we dat het vooral machtige mediahuizen zijn die er volop in investeren, denk maar aan The New York Times, BBC en Scandinavische mediabedrijven. Veel kleinere nieuwsredacties hebben het te druk met overleven, dansend op de slappe koord tussen budgetbesparingen en inkomstenverlies. Zij dreigen nog meer terrein te verliezen.

Uiteindelijk draait artificiële intelligentie vooral om een cultuurverandering.

Tom Van de Weghe

Want intussen rukken technologiereuzen zoals Google, Facebook, Apple, Netflix en hun Chinese concurrenten steeds verder op. Zij zetten meer dan ooit in op de productie van content (denk maar aan de lancering van Apple TV +), waardoor ze het marktaandeel van de traditionele mediabedrijven verder oppeuzelen en de informatiestroom nog meer controleren. AI zal hen daarbij helpen, wat zal leiden tot nog grotere machtsmonopolies.

Aan de zijlijn blijven staan en machteloos toekijken is geen optie. Mediabedrijven moeten meer lef tonen en wat meer op Google durven lijken, want ze zitten op een berg goud met hun schat aan data. Daarom is het aangewezen om nog meer te investeren in innovatie en zowel nationaal en internationaal samen te werken.