Asieldiensten staan onder druk: personeelstekort leidt tot nijpend plaatstekort in opvang

De laatste maanden is het aantal asielaanvragen gestegen. De situatie is niet te vergelijken met de piek in 2015-2016, maar leidt toch tot grote problemen. Niet alleen omdat het aantal opvangplaatsen drastisch afgebouwd was, maar ook omdat het momenteel zeer lang duurt voor een asielzoeker weet of hij in aanmerking komt voor bescherming. Asielzoekers wachten nu gemiddeld 15 maanden voor ze weten of ze terug moeten of mogen blijven. En al die tijd bezetten ze een plaats in de opvang, die dus niet kan gebruikt worden voor iemand die nieuw aankomt. Fedasil zocht daardoor het voorbije jaar tot 750 extra plaatsen per maand.

Asielzoekers blijven tijdens hun procedure in een opvangcentrum wachten tot ze een beslissing krijgen. Ofwel moeten ze terug, ofwel krijgen ze bescherming en mogen ze in ons land blijven. In dat laatste geval moeten ze op zoek naar een eigen woonst en komt er een plaats vrij in de opvang. "Het streefdoel is om de beslissing binnen de 6 tot 9 maanden te nemen. Maar momenteel duurt de proceduretijd gemiddeld zo'n 15 maanden", legt Fanny François van Fedasil uit. 

En dat komt dan weer door personeelsgebrek bij asielinstanties. Bij Dienst Vreemdelingenzaken moeten asielzoekers zich laten registreren en krijgen ze een eerste interview. Maar omdat personeel dat vertrekt er niet meer vervangen wordt, daalde het aantal werknemers. Net als bij andere overheidsdiensten is ook hier bespaard. Intussen moet Dienst Vreemdelingenzaken een achterstand wegwerken en loopt de tijd om een dossier klaar te maken voor het kan doorgestuurd worden naar de volgende dienst nu gemiddeld 142 dagen. "In het begin van 2019 hadden we 32 mensen om dat werk te doen, nu zijn het er al 52, maar we moeten er nog 20 bij aanwerven om alles te bolwerken", zegt woordvoerder Geert De Vulder. 

Het streefdoel is om de beslissing binnen de 6 tot 9 maanden te nemen. Maar momenteel duurt de proceduretijd gemiddeld zo'n 15 maanden. 

Fanny François (Fedasil)

Ook bij het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, waar ze onderzoeken of de asielzoeker recht heeft op bescherming, is de voorbije jaren veel personeel weggevloeid. "In vergelijking met 2016 zijn we met méér dan 100 (personeelsleden) gezakt, we hebben nood aan versterking, zoals in 2015", zegt Dirk Van Den Bulck, commissaris-generaal. 

Minister voor Asiel en Migratie Maggie De Block (Open VLD) zorgde bij haar aantreden wel dat er ruimte kwam voor nieuw personeel, maar dat komt te laat. In februari viel de beslissing, maar dan moeten vacatures uitgeschreven worden, een selectie gemaakt worden én moet het personeel opgeleid worden. Momenteel komen er bij het Commissariaat zo'n 75 mensen extra bij.

Maar intussen is het aantal dossiers waar nog geen beslissing in is genomen, weer sterk gestegen, zo blijkt ook uit de grafiek hieronder. In 2017 hoopte het Commissariaat nog dat een historische achterstand helemaal weggewerkt zou raken.

Schommelingen in het aantal aanvragen zijn er altijd

Tijdens de piek van 2015 kwamen liefst 44.760 asielzoekers ons land binnen. Fedasil, dat instaat voor de collectieve opvang van asielzoekers - bed, bad, brood - verdubbelde met steun van gemeenten en partnerorganisaties in allerijl het aantal opvangplaatsen van 16.500 tot 35.700. 

Na de piek daalde het aantal asielaanvragen snel onder het niveau van de jaren ervoor. Maar de asielinstanties voorspelden dat er schommelingen zouden zijn. Dat zie je in de jaren van 2000 tot nu van jaar tot jaar. Het ene jaar wat meer, dan weer wat minder. Om die schommelingen op te vangen vroeg opvangdienst Fedasil om bufferplaatsen te behouden. Maar daar werd niet op ingegaan. 

De opvangplaatsen daalden weer tot 16.500 en bij de eerste stijgingen midden 2018 dreigde al meteen een opvangcrisis. Toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) besliste daarop om per dag nog maar 50 tot 60 asielzoekers te registreren. In de maanden november en december belandden daardoor tientallen mensen die recht hadden op bed-bad-brood op straat.

Nadat de N-VA uit de regering was gestapt, kreeg minister Maggie De Block de bevoegdheid en besliste ze om 1.500 tijdelijke plaatsen te creëren. Maar dat bleek dus niet genoeg. Door het personeelstekort en de aanhoudende stijging van asielzoekers moeten intussen elke maand tot 750 extra plaatsen gevonden worden.

Als wij voldoende bufferplaatsen hadden gehad, dan hadden we de huidige bezettingsgraad van 97%, het maximum, nooit gehad. En dan was het probleem niet zo groot geworden

Fanny François (Fedasil)

Dat is voor Fedasil bijna ondoenbaar. Het draagvlak om nieuwe plaatsen te maken is veel kleiner dan in 2015-2016. De gemeenten zijn minder happig en ook de opvangpartners herinneren zich nog goed dat ze snel moesten springen, maar daarna ook weer al dat nieuw aangeworven personeel moesten laten gaan.

Fedasil pleit er nu voor om deze problemen in de toekomst te vermijden. Dat kan volgens hen door buffers te behouden. Als er een daling is van het aantal asielaanvragen, kan die afgebouwd worden. Maar het is verstandig om een aantal opvangplaatsen én personeel bij Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen achter de hand te houden, zodat die snel geactiveerd kunnen worden als er een schommeling is.

Bekijk hieronder de reportage uit "Het journaal."

Videospeler inladen...

Meest gelezen