De eenzaamheid van de schrijver op de Boekenbeurs

Louis Van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: het lot van de signerende schrijver op de Boekenbeurs.

opinie
Louis Van Dievel
Louis Van Dievel is schrijver en was journalist bij VRT NWS.

Lang geleden, in 2002 om precies te zijn, signeerde ik voor de allereerste keer op de boekenbeurs. Ik was al 49 toen, een late roeping in de schone letteren. Mijn debuutroman “Happy Days” was in de lente van dat jaar verschenen. Er was veel aandacht geweest in de pers, omdat in de roman mijn eigen alcoholische verleden meer dan doorschemerde. 

In de herfst was het boek evenwel alweer vergeten en dat bleek ook op de boekenbeurs. Ik signeerde, gespreid over een sessie of vier, niet meer dan een goed dozijn boeken. Het wilde met mijn populariteit in de jaren daarna maar niet beteren, ook al schreef ik steeds betere romans (vond ik zelf). Ik voelde mij als de weesjongen Rémi in het onverslijtbare jeugdboek van Hector Malot uit 1878: “Alleen op de wereld”. 

Steve

De omstandigheden waren er ook niet naar: in mijn tweede boekenbeursjaar kwam ik naast wijlen Steve Stevaert te zitten. De man schreef namelijk ook een soort van kookboeken. Stevaert was op het hoogtepunt van zijn populariteit. Iedereen wilde een gesigneerd boek van hem en vooral een praatje met hem slaan. 

Zijn fans vonden dat ik maar in de weg zat en maakten dat ook duidelijk door mijn bescheiden stapeltjes boeken ongenadig opzij te schuiven zodat ze meer plaats hadden om hun punt te maken bij “God”, zoals de partijleider in zijn inner circle genoemd werd.

De man zelf vond mijn aanwezigheid op de stand van de uitgeverij ook overbodig, dat leidde ik tenminste af uit het feit dat ik amper een knikje ter begroeting kreeg. Voor mij een reden te meer om nooit voor Stevaert te stemmen, maar kunnen we bij de zaak blijven.

(lees verder onder de afbeelding)

Misdaadauteur Pieter Aspe op de 81e editie van de boekenbeurs

Het derde jaar zat ik naast een schrijfster die – hoe zal ik het formuleren – niet mijn beste vriendin is. Ook haar vader was nooit mijn beste vriend geweest (toegift voor de speurneuzen).

Ze nam mijn nieuwste roman tussen duim en wijsvinger, alsof het iets vies was wat in de goot had gelegen, hield het boek een armlengte van zich af en sprak de legendarische woorden: “Dus jij hebt dit geschreven?” Waarna ze het boek met een gezicht dat boekdelen (haha!) sprak weer neerlegde. Nee, niet neerlegde maar vanop vijftien centimeter hoogte liet vallen. Gelukkig voor mij had ik toen de drank allang afgezworen.

Turven

Voor u denkt dat ik een beklagenswaardige schlemiel ben, het is daarna fors gebeterd. Met vlagen, althans. Voor een handtekening in “De Pruimelaar­straat” stonden de mensen in de rij (geen lange rij, toegegeven, maar toch een rij). Ook voor “Hof van Assisen” en “Vicky & John” signeerde ik mij een bescheiden kramp. De laatste jaren was het weer rustig aan mijn tafeltje in Zaal 1.

Veel te rustig, als u het mij vraagt. Die rust geeft maar spanningen. Je begint te turven. Niet de romans die je zelf signeert, want dat cijfer kan je makkelijk onthouden, maar de boeken die je buurman of buurvrouw aan de stand van de uitgeverij signeert. Wat heeft hij of zij dat ik niet heb, vraag je je de hele tijd af. En zelfs als die collega ook niet de meest populaire auteur van de boekenbeurs blijkt te zijn, is dat niet meer dan een schrale troost. 

Moeders mooisten

De truc om niet geheel depressief te worden na alweer twee lange uren aan de signeertafel, is zelf een rondgang te doen op de boekenbeurs, en de honderden schrijvers die daar iedere dag zitten, door de ogen van de modale boekenbeursbezoeker te bekijken. Dat helpt, écht. Schrijvers (m/v) zijn vaak niet moeders mooisten en dat is een understatement. In het neonbuislicht van de boekenbeurs zien ze er ook al niet op hun voordeligst uit (u moest mij bij kaarslicht zien!). Ze hebben geen stijladviseur. 

Jeugdauteur Marc De Bel op de 81e editie van de boekenbeurs

Ze hebben soms koffievlekken op hun kleren, of wijnvlekken, dat hangt af van wat de uitgever zijn auteurs uitschenkt. Hun tafeltje is een rommeltje. Ze peuteren van verveling in de neus en proberen de buit zo onopvallend mogelijk kwijt te raken. Wanneer ze het hoofd schudden, vliegen de pelletjes in het rond. Herkent u de scène? Voor de onpopulaire auteur die zich als gewone bezoeker heeft voorgedaan, is dit balsem op de ziel. Er zijn schrijvers die nog een klasse lager spelen.

Als puppy’s

Mocht u latente sadistische neigingen hebben, dan is de boekenbeurs een uitgelezen gelegenheid om u eens straffeloos te laten gaan. U draalt bij een willekeurige stand, neemt wat boeken ter hand en legt deze weer weg. Waarop u één bepaald boek opnieuw van de stapel neemt en erin begint te bladeren. Vervolgens kijkt u de auteur van het boek aan. 

Niet te lang: een seconde of drie volstaat ruimschoots. U veinst opnieuw aandacht voor het boek (let op, hou het niet ondersteboven!) en kijkt opnieuw de schrijver aan. Waarop deze u op zijn beurt aankijkt, met zijn of haar verleidelijkste glimlach, de glimlach van de verkoper van tweedehandsauto’s. ‘Hebbes!’ denkt de auteur. 

Waarop u het boek weer op de stapel legt en wreed uw aandacht verlegt naar de buurman van de eerstgenoemde auteur. Waarop die zijn of haar kans schoon ziet en u aankijkt zoals puppy’s in het asiel naar potentiële hondenliefhebbers kijken: smekend, kwispelend, zacht jankend: “Neem mij mee naar huis, ik zal de hond van uw dromen zijn.”

Waarna u op uw horloge kijkt (of op uw smartphone), een diepe zucht slaakt en met een knikje afscheid neemt. Het was maar tijdverdrijf, verduidelijkt uw lichaamstaal, u bent nooit zinnens geweest om een boek te kopen.

Pas wel op: niet alle schrijvers zijn even vredelievend!

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.