Video player inladen...

Verkeersregels voor speedpedelecs leveren verwarrende situaties op: VRT NWS neemt de proef op de som

De verkeersregels voor speedpedelecs zijn ingewikkeld. Niet alleen voor bestuurders van zo’n snelle elektrische fiets zelf, maar ook voor andere weggebruikers. Zo is het bijvoorbeeld niet altijd duidelijk waar die speedpedelecs moeten rijden: op het fietspad of op de rijbaan. VRT NWS nam zelf de proef op de som.

expert
Hajo Beeckman
Hajo Beeckman is verkeersexpert bij VRT NWS.

Fietsen zit in Vlaanderen al jaren in de lift en de verkoop van elektrische fietsen piekt. Vooral de snelle exemplaren zijn populair want ze zijn een uitstekend alternatief voor pendelaars die bijvoorbeeld een traject van 30 kilometer naar het werk afleggen. Je rijdt de files voorbij en bent vaak sneller dan met de auto.

Wat is dat eigenlijk, een speedpedelec?

Het is een snelle elektrische fiets met een motor die het trappen door de fietser ondersteunt tot maximaal 45 km/uur. Bij de gewone elektrische fiets is dat slechts tot 25 km/uur. Voor een speedpedelec heb je een nummerplaat, een helm en een rijbewijs nodig.

De snelle elektrische fietsen worden door het verkeersreglement beschouwd als een ‘bromfiets klasse B’. Dat moet zo van Europa. Toch lijkt een speedpedelec méér op een fiets dan op een bromfiets en daarom heeft België een nieuwe categorie van bromfietsen in het leven geroepen, de ‘bromfiets klasse P’. 

Op het fietspad of net niet: wat zeggen de verkeersregels?

Een snelle elektrische fiets haalt tot 45 km/uur en dus gelden er bijzondere verkeersregels. Uit onderzoek van de Fietsersbond blijkt overigens dat de gebruikers van een speedpedelec gemiddeld tussen 31 en 35 km/uur rijden. Het is niet omdat ze een hoge snelheid aankunnen, dat ze er altijd zo snel mee rijden.

Op wegen waar auto’s maximaal 50 km/uur mogen rijden, mogen de snelle elektrische fietsers kiezen om al dan niet het fietspad te gebruiken. Dan liefst wel aan een aangepaste snelheid zodat je de andere weggebruikers op het fietspad niet in gevaar brengt.

Op wegen waar auto’s méér dan 50 km/uur mogen rijden, moet je met de speedpedelec op het fietspad, of dat nu aanliggend of vrijliggend is. Het gewest en de gemeenten kunnen op hun grondgebied wel uitzonderingen maken. Met kleine verkeersborden (met het symbool van een bromfiets en de letter P) kunnen ze snelle elektrische fietsen van het fietspad weren, bijvoorbeeld wanneer het te smal is. Dan moet je met de speedpedelec dus tussen of naast de auto’s rijden.

In de bebouwde kom zijn er vaak gemengde voet- en fietspaden, aangeduid met een blauw rond bord met fietsers en voetgangers. Die zijn verboden voor speedpedelecs. Best ingewikkeld dus.

Bekijk de video: VRT-journalisten Hajo Beeckman en Luc Pauwels fietsen met de speedpedelec naar de VRT (lees verder onder de video):

Video player inladen...

Levert dat gevaarlijke situaties op?

Het groeiende fietsverkeer en de komst van de speedpedelec leveren wel wat problemen op.

Ten eerste zijn er de soms grote snelheidsverschillen tussen de verschillende gebruikers van fietspaden: klassieke fietsers, schoolgaande kinderen, jong en oud, gewone en snelle elektrische fietsen, bakfietsen...het is soms knellend druk. Op een bredere fietssnelweg is er vaak nog voldoende plaats maar op smalle of oudere fietspaden soms niet meer, zeker tijdens de spitsuren.

Op plaatsen waar speedpedelecs met verkeersborden van het fietspad geweerd worden, moeten ze zich tussen het autoverkeer mengen. Automobilisten van hun kant begrijpen soms niet dat speedpedelecs op hun rijstrook zitten. Zij zien die kleine borden op de fietspaden vaak niet, en dat leidt dan tot claxonneren of zelfs verkeersagressie.

Zelfs zonder die speciale verkeersborden is het zowel voor snelle elektrische fietsers als automobilisten al ingewikkeld. Door de 13.000 kilometer lintbebouwing langs onze wegen wisselt het snelheidsregime voor auto’s constant tussen 50 en 70 km/uur. Omdat dit bepalend is voor de plaats van de speedpedelec op de weg, moet je als automobilist dubbel uitkijken. En natuurlijk is het voor de snelle elektrische fietser zelf evenmin eenvoudig: aandachtig kijken naar snelheidsborden en verkeersborden met uitzonderingen, wisselen tussen de rijbaan en het fietspad, soms zelfs naar de andere kant van de weg. Een foutje is snel gemaakt.

Kan dat niet beter?

De Fietsersbond en Fietsberaad, een koepel die overheden adviseert op het vlak van fietsbeleid, zijn vragende partij voor enkele aanpassingen.

Binnen de bebouwde kom zou op fietspaden een richtsnelheid van maximaal 30 km/uur voor speedpedelecs ingevoerd kunnen worden. Dat verkleint de snelheidsverschillen tussen de verschillende gebruikers op het fietspad. Wil je toch sneller, dan moet je op de rijbaan fietsen.

De Fietsersbond wil ook af van de uitzonderingen die gemeenten momenteel op eigen houtje invoeren. De organisatie pleit voor uniforme regels over de gemeenten heen.

Op langere termijn moet je wellicht de wegcode verfijnen. Snelle elektrische fietsen zouden dan op gemengde fiets- en voetpaden kunnen rijden, zolang ze hun snelheid natuurlijk aanpassen. En speedpedelecs moeten ook overal toegelaten worden op jaagpaden langs rivieren en kanalen. Zo haal je het snelle fietsverkeer van de gewone weg af.

Omdat het op de fietspaden in de toekomst alleen maar drukker zal worden, moeten ze vooral breder. Fietsberaad wijst erop dat de Vlaamse overheid een Vademecum Fietsvoorzieningen heeft opgesteld. Daarin staan ontwerprichtlijnen voor voldoende brede en comfortabele fietspaden. Maar wegbeheerders voeren die richtlijnen niet altijd even zorgvuldig uit. Ook het materiaalgebruik op de fietspaden is van belang: dat maakt het fietsen voor alle gebruikers veiliger en fijner, niet alleen voor snelle elektrische fietsers.

Met regels los je niet alles op: ook aangepast gedrag is nodig

Iedereen moet met elkaar een beetje rekening houden. Automobilisten zullen moeten leren leven met snelle elektrische fietsers. Dubbel uitkijken dus en beseffen dat snelle elektrische fietsers nu eenmaal soms ook op de rijbaan mogen of moeten. Dat zou de Vlaamse overheid al voor een deel kunnen stimuleren via de rijopleiding, zegt Fietsberaad.

Voetgangers en trage fietsers ergeren zich soms aan snelle elektrische fietsers: een kleine groep onder hen rijdt veel te snel op plekken waar dat eigenlijk niet verantwoord is. Eigenlijk moeten gebruikers van de speedpedelec dezelfde gedragsregels toepassen als deze die voor automobilisten gelden: pas je snelheid aan aan de specifieke omstandigheden – bijvoorbeeld in een schoolomgeving – en rij altijd defensief.  

Wie overstapt op een speedpedelec is zich in het begin soms niet goed bewust van de risico’s. Alles komt erg snel op je af maar je bent als fietser wel extra kwetsbaar. Niet voor niets verzorgt de Vlaamse Stichting Verkeerskunde specifieke opleidingen voor nieuwe gebruikers van de snelle elektrische fiets. Ook bedrijven wier werknemers in het pendelverkeer een leasefiets gebruiken, doen dat steeds vaker.

Tot slot: wie regels maakt, moet ook handhaven. De politie heeft méér dan genoeg taken maar het lijkt er toch op dat verkeerstoezicht door fietspatrouilles geen overbodige luxe is. Alleen op die manier blijven onze fietspaden een aangenaam alternatief voor de auto.