30 oktober tot 5 november 1944: België helemaal bevrijd, Duitsers verdreven uit de Scheldemonding

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 30 oktober tot 5 november 1944. De laatste Duitse troepen in België geven zich over en door de landing op Walcheren worden de Duitsers totaal verdreven van de oevers van de Westerschelde.  

In de strijd om de Scheldemonding is de laatste Duitse weerstand op Belgisch grondgebied opgeruimd.

In de ochtend van 1 november is het Zeeuws-Vlaamse stadje Sluis, dat al dagenlang bestookt werd, door de Canadezen veroverd. Meteen daarop volgde het grensdorp Sint-Anna-ter-Muiden. De Canadezen konden nu over de Belgische grens doorstoten naar Knokke. Daar was het verzet in actie geschoten.

De ruïnes van het zwaar gebombardeerde Sluis. 61 inwoners kwamen om.

Generaal-majoor Knut Eberding, de bevelhebber van de Duitse Festung Schelde-Süd,  raakte op zijn hoofdkwartier ingesloten. Hij capituleerde dezelfde dag in een hoeve ten zuiden van Knokke. 

Generaal Eberding, nadat hij krijgsgevangene werd gemaakt.

Als laatste Duitse steunpunten bleven de garnizoenen in Zeebrugge en Heist-aan-Zee over. Die zaten meer dan een maand lang verschanst achter het overstroomde polderlandschap langs het kanaal Brugge-Zeebrugge. Maar nu werden ze in de rug aangevallen. Op 3 november gaven ze zich over. Meteen was heel België bevrijd. 

Verzetslui in de Lippenslaan van het bevrijde Knokke (HK Cnocke is hier)

De verovering van de linkeroever van de Scheldemonding is een veel lastigere klus geweest dan de geallieerden dachten. Ze deden er vrijwel een maand over en zo’n 800 van hun manschappen sneuvelden. Onder de Duitse verdedigers vielen meer dan 1300 doden en 8000 gaan in krijgsgevangenschap.

Infanteristen voor Hotel Prins Boudewijn in Knokke (HK Cnocke is hier)
De bevrijding van Knokke.

Geallieerde invasie van Walcheren

Als laatste fase van de verovering van de Scheldemonding zijn de geallieerden Walcheren binnengevallen.

De Duitsers hadden zich op 30 oktober volledig uit het naburige Zuid-Beveland teruggetrokken. De Canadezen zaten hen op de hielen, maar de Duitsers verschansten zich stevig achter de Sloe, het water dat Zuid-Beveland van Walcheren scheidt. De Canadezen raakten voorlopig niet verder.

Invasie van Walcheren door commando's van het Canadese 1ste Leger  (NIMH)

Op Walcheren zaten toen zo’n 8000 Duitse militairen, vooral veteranen die herstelden van buikwonden en maagkwalen. Ze kregen een dieet met vooral zuivelproducten die de Zeeuwse koeien leveren. Daar kwam nog eens 3000 man uit Zuid-Beveland bij. 

Landingsvoertuigen op Walcheren

De teerling was geworpen toen op 1 november een dubbele invasie plaatsvond. In de vroege ochtend staken Britse landingsschepen de Westerschelde over om vlak voor zonsopkomst op het strand bij de havenstad Vlissingen te landen.

Iets later werd vanuit zee het vuur geopend op de bunkers bij Westkapelle, het meest westelijke deel van Walcheren. Kort daarop landden Britse mariniers bij Westkapelle. De zware Duitse kanonnen aldaar werden na een hevig gevecht uitgeschakeld. 

Zwemmen om eigen hachje te redden bij een gekanteld landingsvaartuig bij Westkapelle. IWM A 26234

De situatie voor de Duitsers werd nu hopeloos, temeer daar de Canadezen er in de nacht van 2 op 3 november dan toch in slaagden over de Sloe te geraken. Maar ze bleven heftig weerstand bieden. 

Gevechten in Vlissingen. © IWM (BU 1250)

Op 3 november werd Vlissingen bevrijd, na zware straatgevechten. Bijna een derde van de gebouwen heeft er schade opgelopen. Uiteindelijk zijn op 5 november de laatste Duitse troepen van de oevers van de Westerschelde verdreven. 

Commando's marcheren door Vlissingen.

In  het centrum van Walcheren blijven de Duitsers weerstand bieden. Het ondergelopen polderlandschap maakt de geallieerde opmars moeilijk. Toch wisten Schotse eenheden op amfibievoertuigen door te dringen tot vlak bij de Zeeuwse hoofdstad Middelburg. 

Middelburg is door de omstandigheden overbevolkt. Naast de Duitse troepen hebben ook veel burgers van het platteland wier huis is ondergelopen, in de stad een onderkomen gezocht. De lokale autoriteiten dringen er bij de Duitse bevelhebber op aan om zich over te geven, temeer daar ook de Duitse militairen totaal ontmoedigd zijn. 

De geïnundeerde omgeving van Middelburg.

Intussen beperkt de bevrijding zich niet tot het zuiden van Zeeland. De Canadese 4de divisie is vanuit Bergen op Zoom doorgedrongen tot de noordelijke eilanden Tholen en Sint-Philipsland en vanuit Zuid-Beveland is het kleinere Noord-Beveland bereikt. 

Canadezen in een Universal Carrier op weg van Zuid- naar Noord-Beveland

Westerschelde wordt ontmijnd

De strijd op Walcheren woedt nog steeds voort, maar toch beginnen de geallieerden al met het vrijmaken van de Westerschelde. De beide oevers van de stroom zijn immers volledig bevrijd, maar de rivier zelf is nog helemaal niet bevaarbaar. 

Er liggen honderden mijnen in de 88 km tussen Antwerpen en de Scheldemonding. Die moeten dringend worden opgeruimd, wil de Antwerpse haven weer bruikbaar worden.

Het opruimen van die gevaarlijke tuigen is begonnen op 4 november onder de naam Operatie Calendar. Het belooft de moeilijkste mijnenveegoperatie van de oorlog te worden.

Links: het werk op een mijnenveger. Rechts: het ontploffen van een mijn. (IWM A26618 en A26624)

Het karwei wordt opgeknapt door een veertigtal mijnenvegers, vooral Britse, maar ook vijf Belgische en vijf Nederlandse. In totaal namen meer dan honderd vaartuigen deel aan deze mijnenveegactie.

Alle soorten mijnen kunnen worden opgespoord: contactmijnen (die ontploffen als men ertegen botst), akoestische (die afgaan op het geluid) en magnetische mijnen (die gevoelig zijn voor een magnetisch veld). 

In september zijn bij wijze van voorbereiding al de mijnen voor de Belgische kust geveegd. In de Antwerpse haven zelf zoeken kikvorsmannen naar mijnen.

De klus moet in enkele weken geklaard zijn. De slag om de Schelde heeft veel langer geduurd dan het geallieerde opperbevel had verondersteld. Het gebrek aan havens belet verdere operaties van de geallieerde legers.  

Ontploffing van een mijn bij Zeebrugge (IWM A26551)

Sovjetaanval naar Boedapest

Het Rode Leger heeft in Hongarije een groot offensief ingezet in de richting van de hoofdstad Boedapest.

De vorige dagen voerden de Sovjets, met hun nieuwe Roemeense bondgenoten, zware gevechten uit rond de stad Debrecen in het oosten van Hongarije. De Duitse en Hongaarse legers brachten hen zware verliezen toe, maar moesten zich uiteindelijk meer dan 100 km naar Boedapest terugtrekken. 

Hongaarse soldaten met een antitankkanon in een voorstad van Boedapest (Bundesarchiv)

Het nieuwe offensief, dat meteen nadien gestart is, bundelt het 2de en 3de Oekraïense Front van het Rode Leger, samen zo’n half miljoen man. Hongaren en Duitsers vormen samen nog niet de helft daarvan.  

Op 31 oktober is de stad Kecskemét ten zuidoosten van  Boedapest veroverd, waarna een Sovjet-leger in enkele dagen de buitenwijken van de hoofdstad bereikte. De Duitse bevelhebber, generaal Friessler, zond echter pantsertroepen in die richting, die op 5 november de opmars tot staan hebben weten te brengen.

Boedapest wordt door een zware verdedigingslijn (de „Attila-linie“) beschermd. Op bevel van Friessler worden de belangrijkste bruggen over de Donau van springladingen voorzien, om ze eventueel op te kunnen blazen. 

Op 4 november zijn enkele springladingen per ongeluk onder de Margarethabrug ontploft, toen er zich veel mensen op de lange stalen brug bevonden. Door de ontploffing kwamen zo’n 600 Hongaarse burgers en ook een veertigtal Duitse militairen om. 

Links: de ingestorte Margarethabrug over de Donau, met op de achtergrond het Hongaarse parlementsgebouw (Foortepan). Rechts: de ravage  op de brug vlak na de instorting.

“Keulen is een spookstad”

In de nacht van 30 op 31 oktober heeft de Duitse stad Keulen opnieuw een zwaar geallieerd bombardement ondergaan. 

De Rijnmetropool Keulen is in deze oorlog al zowat 200 keer gebombardeerd. De laatste weken braken alle records. In oktober waren er tien dagen dat er bommen op de stad vielen.

Bij het laatste bombardement viel er 9000 ton aan bommen, driemaal zoveel als op 30/31 mei 1942, toen Keulen de eerste “1000 bommenwerpers-raid” uit de geschiedenis onderging. 

Nachtelijk bombardement op Keulen. Schilderij van W. Krogman (NARA)

Het resultaat is onbeschrijflijk. In de binnenstad is er van veel gebouwen niet meer dan gruis over. De befaamde kathedraal is zwaar beschadigd maar muren en de torens staan als bij wonder nog overeind. De Duitse autoriteiten erkennen dat Keulen feitelijk een spookstad is geworden. 

Door een goede infrastructuur aan schuilkelders zijn er relatief weinig slachtoffers gevallen, maar de stad is zo goed als onbewoonbaar geworden. Gas en elektriciteit zijn er helemaal niet meer, water alleen aan brandkranen. 

Het historische stadscentrum met de kathedraal in 1944.

Van de bijna 800.000 inwoners waren er in 1942 al meer dan 100.000 vertrokken. Er bleven er in oktober minder dan 300.000 over, die vooral in kelders of barakken verbleven. De meesten willen nu weg.

Een georganiseerde evacuatie is echter onmogelijk vanwege gebrek aan vervoer. Het front bevindt zich op minder dan 100 km naar het westen en alle transport per spoor of over de weg is voor militaire doeleinden. 

Keulen na meer dan 200 bombardementen...