Betekenis geven na je dood: steeds meer mensen schenken hun lichaam aan de wetenschap

Vorig jaar schonken 410 mensen hun lichaam aan de wetenschap, aan de Vlaamse universiteiten eigenlijk. Het gebeurt steeds meer en het is ook meer en meer bespreekbaar. Of hoe sommige mensen ook na hun dood betekenis geven aan hun lichaam. 

Het Vesalius Instituut in Leuven. Verscholen achter de lege campus Sint-Rafaël, die binnenkort tegen de vlakte gaat. Daar liggen in een onderzoekszaal 12 levenloze lichamen. Afgestaan aan de wetenschap, klaar als studiemateriaal. De zaal geurt naar formol en fenol, waarmee de lichamen zijn gebalsemd. Indringend. Zowel de geur als het beeld. Daar pronkt het nut van die lichamen, die dienen voor studenten, dokters en de wetenschap in haar geheel.

Onderzoekers snijden in een lichaam. Ze leggen de quadriceps bloot, de vierhoofdige dijspier. Weefsels ook. En enkele zenuwen, elastisch als wat. De aorta. En wat opvalt: de dikte van de menselijke huid. Het nut van de afgestane lichamen is al direct duidelijk. Dichter bij de werkelijkheid kan niet.

Professor Paul Herijgers, decaan van de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven, is duidelijk: "Studenten geneeskunde, tandheelkunde of kinesitherapie moeten zeer goed anatomie kennen om in hun later beroep klachten te herkennen en te kunnen behandelen. Dus werken ze op de lichamen", zegt hij. "Een andere groep gebruikers zijn ervaren artsen of chirurgen die bepaalde nieuwe technieken moeten leren. Denk aan implantaten of protheses. Een derde doel is het pure onderzoek, waarbij we bijvoorbeeld bekijken hoe een nieuw kunsthart best ingeplant wordt."

Het is een zeer edelmoedige daad 

Prof. Paul Herijgers, KU Leuven

"Het is een zeer edelmoedige daad om je lichaam af te staan", onderlijnt hij. "Ook na het overlijden stel je je dan nog heel nuttig op. We zijn daar heel dankbaar voor, deze mensen dragen bij tot de opleiding van onze toekomstige artsen, tandartsen en kinesisten. En het laat ons toe om verder onderzoek te doen", vervolgt Herijgers. Zijn er lichamen genoeg eigenlijk? "Er mogen er altijd meer komen, dan kan het onderzoek nog sneller verlopen." 

Spreiding over universiteiten

Vorig jaar werden in totaal 410 lichamen afgestaan voor de wetenschap. Zowel in Leuven, Antwerpen als Gent is te horen dat in 2019 de aantallen zelfs iets hoger zullen liggen. In Hasselt en aan de KULAK is 25 een maximum, dat heeft alles te maken met de koelcapaciteit en de opslagruimte. En je hoort het overal: er is sprake van een lichte stijging de voorbije jaren. In tien jaar tijd is er zelfs sprake van een verdubbeling.

Koploper qua "intake" is de KU Leuven (zeker ook met de afdeling KULAK erbij), dan volgt de UGent en daarna de Universiteit Antwerpen. De grootte van de geneeskundefaculteiten voorspelt zowat de instroom. En bijna overal is te horen dat er op zich geen maximum staat op het aantal afgestane lichamen, zij het dat er genoeg capaciteit moet zijn om de lichamen te bewaren.

Vooraf en nadien

Hoe gaat alles in zijn werk? Er komt wat administratie bij kijken, al is dat beperkt. Wie zijn of haar lichaam wil afstaan, kiest eerst en vooral aan welke universiteit. Van belang, want dan wordt het lichaam "tijdelijk eigendom" van die instelling. Alles is trouwens in een duidelijk wettelijk kader gegoten.

"Je neemt contact op met een universiteit, bij leven en welzijn, en dan wordt een overeenkomst gesloten. Dat kan via een telefoontje met de betrokken universiteiten en nog eenvoudiger is via de websites van de universiteiten", zegt Luc Van Nassauw, anatoom van de Universiteit Antwerpen. "Het eerste wat je doet, is dan een soort testament opstellen. Elke universiteit heeft voorbeeldformulieren online staan."

"Dan kom je in een databestand terecht en krijg je een kaartje terug waarop staat dat je je lichaam wil afstaan aan de wetenschap. Dat blijft altijd geldig. En dat heb je best altijd bij je. Bij overlijden moet er dan een begrafenisondernemer aangesteld worden, die regelt dan alles met de universiteit."

Lichamen blijven maximaal twee jaar bij ons, daarna worden ze vrijgegeven en teruggeschonken aan de nabestaanden 

Prof. Paul Herijgers, KU Leuven

Na het overlijden is het de bedoeling dat het lichaam zo snel mogelijk wordt overgebracht. Regel is dat er een maximum is van 72 uur na het overlijden, maar in de meeste gevallen gaat het veel sneller (persoonlijk, zowel mijn grootouders als mijn moeder kozen voor afstand van hun lichaam, na zowat een uur kwam de universiteit het lichaam al ophalen, red).

Hoelang houden de universiteiten de lichamen bij zich? Afhankelijk. "In Antwerpen is dat maximaal een jaar, dat heeft veel te maken met onze opslagcapaciteit. Wij proberen een snelle doorstroming te forceren, ook al omdat het voor sommige families lastig is om lang te moeten wachten op de vrijgave van hun dierbare", zegt Luc Van Nassauw. Bij de KU Leuven en de KULAK ligt het iets anders: "Wij mikken op maximaal twee jaar, maar dat is echt een maximum. Dan willen we de lichamen vrijgeven en teruggeven aan de nabestaanden", zegt Paul Herijgers.

Nadien beslissen zij wat er gebeurt met het lichaam. Begraven of cremeren, dat is een particuliere beslissing, in de woonplaats van de overledene. Aan de KULAK is er nog een aparte manier van begraven mogelijk: daar kan -wie dat wil- begraven worden in een groot graf van de universiteit. Dat kan omdat het politiereglement van de Stad Kortrijk dat toestaat. 

Transfers?

Er wordt al eens beweerd dat afgestane lichamen soms naar het buitenland worden overgebracht om te vermijden dat studenten plots een verwante herkennen. "Dat is een urban legend, dat is helemaal niet waar. Sowieso zijn de gezichten van de lichamen altijd afgedekt als studenten erop werken, behalve dan bij de opleiding tandheelkunde, al is dan enkel maar de mond vrij. In mijn lange carrière heb ik het nog nooit meegemaakt dat er één moment van herkenning was", weet Paul Herijgers.

Ook in Antwerpen hetzelfde antwoord: "Absoluut niet waar. Lichamen zijn toegewezen aan een welbepaalde universiteit. Transfereren doen we niet, zeker ook omdat dat een logistiek lastige operatie zou zijn", zegt Luc Van Nassauw. 

"Het is meer en meer bespreekbaar"

Voor veel mensen is je lichaam afstaan aan de wetenschap een verre mogelijkheid, een bizarre realiteit. Vooral nabestaanden huiveren wel eens bij de gedachte. Maar het tij keert, langzaamaan: "Het is meer bespreekbaar geworden. We merken dat mensen overleggen met hun familie. Het is maatschappelijk meer aanvaard en dat resulteert in meer lichamen. We kunnen die mensen alleen maar dankbaar zijn, ze zorgen voor beter anatomisch en geneeskundig onderzoek", verklaart Luc Van Nassauw.

"Wat ook opvalt is de link met euthanasie", zegt hij. "Heel wat mensen tekenen een overeenkomst met de universiteit omdat ze weten dat er euthanasie aankomt. En dan melden ze ons wanneer het zo ver is. Het wijst op een maatschappelijke tendens, waarbij euthanasie steeds meer ingang vindt." 

Je lichaam afstaan voor de wetenschap, het is en blijft een zeldzaamheid. Maar in tijden van (langzaam) meer openheid over ethische en gevoelige thema's, is het voor sommigen misschien wel de overweging waard. Ten voordele van de wetenschap.

Bekijk hieronder de reportage uit "Het Journaal":

Video player inladen...

Een persoonlijke getuigenis van VRT NWS-journalist Peter Decroubele kan u hier lezen.