Draaideurconstructie tussen privé en politiek: regels zijn er niet, "meer transparantie kan de zaak indijken"

In België bestaan heel weinig regels over de draaideurconstructies tussen de privésector en de politiek, mensen die bijvoorbeeld een job in een kabinet van een minister inruilen voor een job in de privésector rond dezelfde materie. Het is ook niet simpel om die te reglementeren, maar meer transparantie kan een oplossing bieden. 

Draaideurconstructies. Het fenomeen van jobhoppende kabinetsleden is bekend, er bestaat dus zelfs een woord voor. Uit onderzoek van VRT NWS blijkt bovendien hoe veel het er waren tijdens de voorbije jaren, op Vlaams én op federaal niveau. Tientallen en tientallen voorbeelden vonden we.

Dat hoeft op zich geen drama te zijn: het is logisch dat kabinetten de expertise van privébedrijven gebruiken, en dat die mensen vervolgens weer uitstromen naar die privésector. Maar omdat er zich belangrijke deontologische problemen stellen, zou je ook kunnen verwachten dat er duidelijke regels zijn. Maar die zijn er niet, of amper. 

Dat zegt Filip De Rynck, professor bestuurskunde aan de Gentse Universiteit. "Een tijd geleden is er op Vlaams niveau een deontologische code gemaakt. Die bevat wat algemene bepalingen, maar over het switchen van kabinetten naar privé en omgekeerd staat daar niets over in. Ook federaal zijn er wat pogingen geweest, maar er is geen enkele dwingende deontologische code."

Federaal bestaat er zoiets als de deontologische commissie, een groepje van ex-parlementsleden dat toeziet op ethiek in de politiek, maar vrij tandenloos is. Voorzitter Danny Pieters, voormalig Senaatsvoorzitter voor N-VA, heeft weinig moeite om dat toe te geven. "Wij kunnen eigenlijk weinig doen. Er wordt van de kabinetsleden natuurlijk kiesheid verwacht, maar dat is toch eerder vaag.

"Duidelijke regels zijn niet eenvoudig"

Volgens De Rynck is het ook niet makkelijk om duidelijke regels te bepalen. Ondanks alle gevaren op ontoelaatbare praktijken. “Kabinetsleden zijn geen ambtenaren. Als de minister stopt, dan stopt ook het kabinet. Mensen moeten dan op zoek naar een andere job, en zo bevorder je ook die snelle wissels. Een verbod klinkt wel eenvoudig, maar in de praktijk is het moeilijk toe te passen.”

Ook kabinetsmedewerkers hebben het recht een beroep uit te oefenen

“Sommigen willen simpelweg niet komen als ze hun banden moeten doorknippen. En mensen hebben het recht om een beroep uit te oefenen. Plus, als je het verbiedt, ontstaan er weer andere constructies. Ex-kabinetsleden die via vennootschapsstructuren toch voor die bedrijven werken, bijvoorbeeld. Ook dat stelt ethische problemen.”

In Europa kan het wel (min of meer)

In Europa hebben ze desondanks een striktere regeling uitgedokterd. Daar bestaat een ontluizingsperiode. Volgens de deontologische code wordt van vertrekkende ambtenaren “betamelijkheid en kiesheid” verwacht. En, meer dwingend, er is een ontluizingsperiode van een jaar. Als een ambtenaar – en in Europa zijn kabinetsleden ook ambtenaren, anders dan bij ons – naar de privésector wil, en die houdt verband met zijn laatste drie jaar bij de commissie, moet hij een jaar wachten en dat melden.

Ook in Europa zetten kabinetsmedewerks snel de stap naar de privésector, ondanks striktere regels

De Rynck: "In Europa moeten de kabinetsmedewerkers van eurocommissarissen voorzichtig zijn. Maar daar moet meteen bijgezegd worden dat ook dat niet sluitend is. Ook daar merk je een dunne lijn tussen de formele regels en het recht op arbeid. En in de praktijk zetten mensen er vrij snel de stap naar de privésector."

Gevraagd: meer transparantie

De regels kunnen omzeild worden, en ook in Europa is niet alles perfect, verre van. Maar er is tenminste transparantie. Die is er bij ons niet. Zowel De Rynck als Danny Pieters pleiten daar voor.

Voor de partijen zou het minder aangenaam zijn als duidelijk is dat hun mensen hun relaties verder zetten in de privésector

Pieters: "De media hebben daar natuurlijk een rol in te spelen. Maar tegelijkertijd zou er ook beter regelgeving komen zodat duidelijk wordt wie in de kabinetten zit, wat hun background is en waar ze naartoe gaan. Dat kunnen we niet sanctionneren als er niets fout gebeurt. Maar voor de partijen zou het toch minder aangenaam zijn om te tonen dat de mensen die op hun kabinetten zaten, hun relaties verder zetten in de privésector. Met meer transparantie kunnen we de zaak indijken."