Big data én privacy? Een moeilijke maar mogelijke combinatie

Kortrijk meet sinds enkele maanden wie er naar stad komt en wat die bezoekers doen. Het stadsbestuur doet dat op basis van gsm-gegevens van Proximus. Privacyexpert Matthias Dobbelaere-Welvaert uitte zijn bezorgdheid daarover in een opiniestuk op deze site. Burgemeester van Kortrijk Vincent van Quickenborne en schepen Arne Vandendriessche (beiden Open VLD) reageren in deze opinie. Volgens hen kunnen data en privacy wel degelijk samengaan.

opinie
Foto Kurt
Vincent Van Quickenborne
Vincent Van Quickenborne (Open VLD) is burgemeester van Kortrijk. Hij schreef deze opinietekst samen met partijgenoot en schepen Arne Vandendriessche.

Kortrijk is een stad die voorop loopt in de technologische vooruitgang. We investeren veel. Onder meer in camera's die de veiligheid van mensen verhogen. Voor onze politie zijn deze van goudwaarde. Haal al die veiligheidscamera's weg en het aantal onopgeloste feiten stijgt met tientallen procentpunten. Hetzelfde geldt voor de verkeersveiligheid. Snelheidsduivels die onze fietsende kinderen in gevaar brengen, pakken we snel en efficiënt aan.

Nu doen we dat ook om beter te weten welke groepen mensen onze stad komen bezoeken. Zo kunnen we beleidskeuzes maken op basis van concrete data in plaats van buikgevoel. Keuzes die onze handelaars, horeca en toeristische sector ten goede zullen komen. Binnenkort gaan we diezelfde datastromen gebruiken om complexe mobiliteitsvraagstukken in onze stad sneller en beter op te lossen.

Het zijn concrete voorbeelden van hoe nieuwe technologieën steden toelaten om beleid te voeren. Steden zijn bij uitstek broedplaatsen van nieuwe ideeën en innovatief beleid. 

Bepaalde ‘privacy-experts’ menen nu dat liberale bestuurders zich inlaten met technologieën waar “dictators warm van worden”. Naar sensatiewaarde kan deze uitspraak tellen. 

Om het samengaan van big data en privacy mogelijk te maken, zijn er belangrijke technische tussenschotten die door academische privacy-experts erkend worden

"Brug te ver"

Voor ons is het van fundamenteel belang dat de privacy van onze burgers gerespecteerd wordt. Om het samengaan van big data en privacy mogelijk te maken, zijn er belangrijke technische tussenschotten die door academische privacy-experts erkend worden. Maar de discussie ontkrachten met halve waarheden om naamsbekendheid te vergaren is een brug te ver. 

Laat ons even de feiten checken.

De stad Kortrijk heeft zich van bij de start van dit project in 2016 gebaseerd op het advies van de toenmalige Privacycommissie (tegenwoordig: Gegevensbeschermingsautoriteit). Die stelt dat de anonimiteit bij deze gegevens gegarandeerd is en er absoluut geen schending is van de privacy. Het gaat immers om geanonimiseerde data van grote groepen mensen.

Die ‘experts’ hebben daar toen al op gereageerd door te verwijzen naar een onderzoek van MIT en KULeuven uit 2013 waaruit blijkt dat uit geanonimiseerde data toch unieke gegevens kunnen gehaald worden. De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft hier toen op gereageerd door te stellen dat dit bij de Proximus-data niet het geval is, doordat de gegevens in stromen van minstens 30 gebruikers worden gegroepeerd. Ook in het lijvige Big Data Rapport van de Gegevensbeschermingsautoriteit uit 2017 wordt hierop uitgebreid ingegaan.

Ten tweede beweren ze dat het advies uit 2016 door de nieuwe GDPR-wetgeving uit 2018 achterhaald is. Die nieuwe wetgeving is echter enkel van toepassing als een individuele persoon kan worden geïdentificeerd. Voor anonieme data verandert de GDPR niets. Het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit blijft dus overeind. 

Geen gezichtsherkenning

Als klap op de vuurpijl komt men aandraven met feit “dat de Kortrijkse politie gezichtsherkenningstechnologie zou toepassen”. Onze politiezone heeft software aangeschaft die toelaat om op basis van uiterlijke kenmerken personen op te sporen. Als bijvoorbeeld iemand een inbreker signaleert met een rode rugzak dan kunnen we met deze software in de camerabeelden op zoek gaan naar een persoon met een rode rugzak in de buurt en de verdachte snel oppakken.

Dit maakt criminaliteitsopsporing veel efficiënter in plaats van alle beelden op het hele grondgebied te moeten doorzoeken. Gezichtsherkenning is echter bij wet verboden en wordt dus niet gebruikt door onze politiediensten. Zonder enige vorm van bewijs strooien met verdachtmakingen tegenover onze politie ondermijnt haar geloofwaardigheid en is gevaarlijk.

We moeten waakzaam zijn, maar iedere innovatie op voorhand afwijzen op basis van foutieve schrikbeelden en onwaarheden helpt deze belangrijke discussie niet verder

Het mag dus duidelijk zijn dat onze steden, in samenspraak met de Gegevensbeschermingsautoriteit, heel zorgvuldig omspringen met de privacy van onze burgers. Dit betekent echter niet dat er geen gebruik kan gemaakt worden van nieuwe technologie om een beter beleid te voeren ten dienste van diezelfde burgers. Degenen die zich daartegen verzetten, op Twitter, Facebook en Google (de sterkhouders op het gebied van privacy?), bieden nooit alternatieven aan.

De burger verwacht terecht dat de overheid nieuwe technologieën toepast om onze (verkeers)veiligheid te verhogen. Om beleidskeuzes te maken waarbij belastinggeld efficiënter wordt ingezet. Het debat over inzet van big data en het vrijwaren van onze privacy moeten we blijven voeren. We moeten waakzaam zijn, maar iedere innovatie op voorhand afwijzen op basis van foutieve schrikbeelden en onwaarheden helpt deze belangrijke discussie niet verder.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.