Tijdschrift Streven verschijnt vanaf 2020 alleen digitaal

Het cultureel-maatschappelijke tijdschrift Streven stopt als gedrukt blad. In januari komt er een afscheidsnummer, daarna verschijnt Streven alleen online. Streven werd in 1933 gesticht door de jezuïeten als essay-publicatie over alle mogelijke onderwerpen. Het blad kende 89 jaargangen. Tot 2018 was het een maandblad, dit jaar verscheen Streven om financiële redenen maar om de 2 maanden. De redactie bestaat uit Vlamingen en Nederlanders.

 

Toen de vzw Streven haar overheidssubsidie in het kader van het kunstendecreet kwijtraakte enkele jaren geleden, zag de redactie zich genoodzaakt om het publicatieritme te halveren tot om de 2 maanden. Maar omdat de financiële en menselijke middelen beperkt bleven, moet de vzw nu een pijnlijke beslissing nemen: de gedrukte versie van het blad verdwijnt, na 89 jaargangen. Lezers kunnen terecht op de website. Tenminste, dat is de bedoeling, volledige zekerheid kan de redactie ook daarover nog niet geven. 

Streven moet sneven

De abonnees krijgen in januari nog een cadeau: een gratis afscheidsnummer. Het laatste echte exemplaar van het ultieme jaar verschijnt in december, een themanummer onder de titel "Schaamte(loos)". Streven was een heel ernstig en degelijk, soms ook wel taai,  illustratieloos tijdschrift voor essays over alle mogelijke culturele en maatschappelijke onderwerpen. De cover was vaak wel een kunstwerk, zelfs van Roger Raveel en Marie-Jo Lafontaine, wat enkele keren tot een tentoonstelling leidde. Ludo Abicht was lid van de vaste redactie. Onder meer Eric De Kuyper, Leo Geerts, Geert Bekaert en Carlos Tindemans schreven er over hun vakgebied.  

Helaas is er geen plaats meer voor een breed kwalitatief platform voor genuanceerde essayistiek in de Lage Landen 

Annemarie Estor, redactie Streven

Het blad werd in 1933 gesticht door de jezuïeten om het publieke debat naar een hoger niveau te tillen. Al vanaf 1868 gaven de jezuïeten een tijdschrift uit, in het begin heette dat "Studiën". De naam Streven verscheen voor het eerst in 1931 en 2 jaar later was het een volwaardig intellectueel magazine. Naar aloude jezuïetentraditie stond het bewust pluriforme blad ook open voor niet-katholieke meningen. De redactie bestond uit Vlamingen en Nederlanders. 

Streven heeft een oplage van 1000 exemplaren wat in dit marksegment helemaal niet slecht is, 750 abonnees en 250 in losse verkoop. Die oplage was ook al jaren stabiel. (Lees verder onder de foto aub.)

Verschraling van het serieuze tijdschriftenlandschap

Tot enkele tientallen jaren geleden waren er in Vlaanderen nog verscheidene literaire en culturele tijdschriften. Daarvan zijn alleen Ons Erfdeel, Dietse Warande & Belfort (DW B), De Gids en Deus ex Machina  overgebleven, naast enkele poëziebladen, ik denk aan Het Liegend Konijn van Jozef Deleu en Poëziekrant van het Poëziecentrum. Ook in Nederland overleven enkele tijdschriften, Tirade en De Revisor zijn de meest bekende. De Vlaamse Gids, Diogenes, Revolver, Yang, Kreatief, De Brakke Hond, Het Nieuw Wereldtijdschrift, Vlaanderen, Het Nieuw Vlaams tijdschrift, De Periscoop, ze zijn een stille en in een enkel geval een luidruchtige dood gestorven. 

Tot in de jaren 80 was er een erg gevarieerd aanbod op de markt van intellectuele bladen. Vooreerst waren er ideologisch gekleurde organen.  Het Nieuw Vlaams Tijdschrift was vrijzinnig links, De Vlaamse Gids liberaal, Streven ruimdenkend christelijk... Enkele bladen waren traditioneel-literair, andere bestormden met veel ludiek geweld het podium, zoals Kreatief van Lionel Deflo en zijn nieuwe realisten, maar ook Yang, Deus ex Machina en De Brakke Hond dat aansloot bij de "Mooie Jonge Goden" en de "Jonge Wilden" van midden jaren 80. Die vernieuwende tijdschriften waren de opvolgers van "Van Nu en Straks" van eind 19e eeuw en "Het Overzicht", het vehikel van avantgardist Paul van Ostaijen. 

Waarom toch?

Verklaring voor het tanende succes van literaire en cultureel-maatschappelijke bladen ligt in het andere verwachtingspatroon van de lezer. Al sinds de jaren 90 zijn de tijdschriften geen laboratorium meer voor nieuw talent. Jonge schrijvers vinden direct de weg naar de uitgever, zonder de tussenstap van het tijdschrift. Over die nieuwe schrijvers verschijnt dan allerlei in gewone magazines en kranten, en ze komen veel vlugger dan vroeger aan bod in populaire praatprogramma's. 

Ook financiëel is een gedrukt blad uitgeven een zware dobber, zeker na het wegvallen van subsidies. Auteurs zijn ook niet meer zomaar bereid om voor een fles middelmatige wijn bij wijze van spreken tijd uit te trekken voor een doorwrocht artikel of om ellenlange redactievergaderingen bij te wonen. Recensies en beschouwingen lijken hun beste tijd achter de rug te hebben. Allemaal begrijpelijk, maar erg jammer.