Van de klas naar de Boekenbeurs: leerlingen uit technisch onderwijs schrijven een dichtbundel

Een niet-alledaags gezicht in Hal 1 van de Antwerpse Boekenbeurs: aan een lange tafel zitten opgeschoten kerels hun eigen dichtbundel “Poëziejongens” te signeren. Ze zijn leerlingen van de school THHI Tessenderlo en ze kregen zeven weken "poëzieles" van schrijver Mustafa Kör. 

“Dit was compleet nieuw voor mij. Ik ben niet zo voor literatuur, nu nog altijd niet eigenlijk,” geeft leerling Ward Vandeweyer (17) toe. Maar leuk vond hij het wel. Hij is een van de auteurs van de bundel “Poëziejongens” en zit trots te signeren aan een lange tafel op de Boekenbeurs. Hij schreef een gedicht over zijn “oortjes”.  

oortjes

mijn oortjes zijn speciaal
ze kunnen alles aan
ze houden mijn bril op en horen alles wat ik wil

schreeuwende ma sluiten ze af
lachende pa nemen ze op

dankzij hen dans ik door het leven
ik zet iets op en ga

ik hoor wat ik wil
en dat is best veel

hiphop, rock en nog veel meer
dat is wat ik hoor, keer op keer

mijn oortjes zijn speciaal,
ze kunnen alles aan
ik zet mijn bril op en laat me volledig gaan

Skip Frans

Zeven weken lang kreeg Ward samen met vijftien medeleerlingen poëzieles van Mustafa Kör. Kör schreef de roman "De lammeren", de dichtbundel "Ben jij liefde" en was stadsdichter van Genk. Het schoolproject werd officieus “Skip Frans” genoemd, omdat niet enkel de Nederlandse, maar ook de Franse lesuren werden ingevuld met poëzie. Ook dichteres Carmien Michels kwam een keer langs om een demonstratie slam-poetry te geven.

Mustafa Kör: “Ik wilde laagdrempelige workshops geven, geen stoffige lessen. Het leek wat op palaveren over de dingen des levens bij de scouts. Mondjesmaat sprak ik ook over de Hugo Clausen en de Louis Paul Boons van deze wereld, waar ze nog nooit van gehoord hadden. Langzaam maar zeker ontstond een soort dooi. En nu zeggen ze: we zouden naar de pen grijpen als we over iets willen reflecteren.”

Leander Vaes (17) uit Lummen studeert elektromechanica en schreef een kort gedicht over zijn plakkende handen. 

Het plakt
Alles plakt

De deur plakt
de kast plakt
ook mijn gsm plakt aan mijn hand
en zelfs mijn gezicht plakt

ik denk bij mezelf
misschien moet ik maar eens
mijn handen wassen

Leander kijkt tevreden terug op de poëzieklas en heeft er ook wat van opgestoken als scoutsleider: “Als ik een spel maak voor de kleine gasten, vind ik nu beter de woorden om een verhaal te geven aan dat spel”.

Weg met het woord "laaggeschoold"

Technische scholen worden niet vaak in één zin genoemd met kunst en cultuur. Sterker nog, vaak duikt de term “laaggeschoold” op. “Weg met dat woord,” zegt Mustafa Kör. “We hebben ze straks broodnodig, de vaklui die bruggen en wegen bouwen. En dat ze minder talent zouden hebben voor kunst en cultuur? Niets is minder waar.”

Mijnwerkerszoon Mustafa Kör ging zelf op zijn zestiende van school af. Op zijn 22e raakte hij verlamd door een ongeluk en hij zit sedertdien in een rolstoel. “Het is een torenhoog cliché, maar kunst kan levens redden. Ik ben daar het voorbeeld van. Ik heb mezelf heruitgevonden, ik werd mijn eigen inspiratie. De literatuur bracht mij bewustzijn, zingeving. Ze bracht leven.” Zo schrijft Kör in de inleiding van de bundel “Poëziejongens”.

Oma en opa tussen de lakens

Enkel jongens uit de richting elektromechanica en industriële wetenschappen schreven mee aan de bundel. Geen meisjes, want die zijn in die richtingen met een vergrootglas te zoeken. Maar dat "jongens-ondereen", dat gaf meer vrijheid om over sommige dingen te praten, zeggen de leerlingen.

Zo ontstonden ook twee collectieve en lichtjes aangebrande klasgedichten, over een “hitsige” oma en een “ingeslapen” opa.  

Oma begint

Oma wil tsjickepawow
Maar haar vent moet nog herladen
Dat kan even duren

Ooit was het anders
Toen zijn musket niet verroest was
Liet ze zich veroveren

Bang bang hier
Paf paf daar
Samen kwamen ze …

Om.

“Het mocht alle kanten uitwaaieren; er waren geen grenzen,” vertelt Mustafa Kör. “Natuurlijk bestaat dan het gevaar dat het over pinguïns of schizofrene geiten zou gaan. Om echte slapstick te vermijden was ik dan de herder die de kudde wat tot de orde moest roepen.”

Kör is trots op zijn mededichters en doet een oproep aan de beleidsmakers in het onderwijs om dit soort projecten aan te moedigen. “Dit is waardevol, zinnig, bijna nobel: na zeven weken wilden de leerlingen de hele dag poëzieles.” 

We moeten creatiever aan de slag met de leerlingen

“Ik geloof niet dat ons onderwijs erop achteruit gaat, dat onze scholieren amper kunnen lezen of schrijven,” besluit Mustafa Kör. “Feit is dat we op de snelweg van de eenentwintigste eeuw zijn beland. Dat vergt nieuwe vaardigheden, andere methodes.”

Filip Huybrechts, leraar Nederlands en Engels aan het THHI van Tessenderlo, beaamt: “Ik heb zelf ontdekt dat we creatiever aan de slag moeten met die jongens om hun talent boven te halen. Wij staan er versteld van en zij ook. Diegene die zei dat poëzie zijn ding niet was heeft een van de mooiste gedichten geschreven.”

Het poëzieproject in het THHI van Tessenderlo kwam tot stand met medewerking van Poëziecentrum en Canon Cultuurcel van de Vlaamse overheid. Daar kunnen leraars en scholen met soortgelijke plannen ook terecht voor advies en subsidie.

Vorig jaar ging schrijver Fikry El Azzouzi ook aan de slag met jongeren uit het beroepsonderwijs. Dat leverde het boek “Mogen de wijze jongens winnen, gij weet” op.  

Meest gelezen