Het besluit van Twitter om politieke advertenties te verbieden, is helemaal niet zo moedig

Met de beslissing om wereldwijd geen politieke advertenties meer te aanvaarden, heeft de CEO van Twitter, Jack Dorsey, de voorstanders van zo'n ban extra munitie gegeven om de druk op andere sociale media als Facebook te verhogen om hetzelfde te doen. Dorsey zet Twitter zo lijnrecht tegenover Facebook in een perceptieoorlog in tijden van desinformatie en nepnieuws.

analyse
Tim Verheyden
Tim Verheyden is reportagemaker bij VRTNWS en volgt de invloed van technologie op de samenleving.

In de berichtenreeks op Twitter waarin Jack Dorsey aankondigde dat Twitter vanaf 22 november wereldwijd geen politieke advertenties meer aanvaardt, was er ook plaats voor een sneer richting Mark Zuckerberg, de baas van Facebook. “Voor ons is het niet geloofwaardig om te zeggen dat we er alles aan doen om desinformatie van onze platformen te weren, maar als er dan toch iemand wil betalen voor een onjuiste politieke boodschap, dan gaan we wel het geld aannemen”.

Een uithaal naar Zuckerberg die blijft herhalen dat hij zoveel mogelijk desinformatie, bewuste foute informatie die mensen in de war moet brengen, van Facebook wil houden, terwijl het bedrijf wel toelaat dat politici boodschappen met uit de context getrokken feiten of leugens kunnen verspreiden via advertenties – als ze daarvoor kiezen.

Voor Zuckerberg is de vrijheid van meningsuiting heilig. Iedereen mag op Facebook zeggen wat hij of zij wil. Ook binnen politieke campagnes en – propaganda. Voor Jack Dorsey van Twitter zijn misleidende politieke advertenties geen vrijheid van meningsuiting, maar onderdeel van manipulatie. Hij wil daar niet meer aan meedoen.

Dat neemt niet weg dat ook op Twitter in de toekomst alles mag en kan gezegd worden door eender wie. Maar als een politicus zijn boodschap extra kracht wil bijzetten door advertenties uit te sturen, zal dat niet meer gaan. Al blijft ook daar de vraag wie dat gaat controleren. Want de nepaccounts of schaduworganisaties die geen politieke partij lijken te zijn, maar waar wel politieke sturing achter zit, zijn nu al niet meer te tellen. 

Twitter krijgt lof vanuit de Amerikaanse politiek, maar even goed kritiek, zoals van Brad Parscale, de campagneleider van de Amerikaanse president Donald Trump bij de volgende verkiezingen. Zuckerberg verandert alvast niet van idee. Ook niet onder druk van zijn eigen personeel, want deze week lekte een brief uit, ondertekend door 250 werknemers van Facebook, waarin ze hun bezorgdheid uiten over de beslissing van Facebook om geen politieke advertenties te weren.

Een ander fundamenteel debat wordt niet gevoerd

De heldere standpunten van Facebook en Twitter, met name "ja, we weren advertenties" en "neen, wij niet", gaan tegelijk ook een fundamenteel debat uit de weg. Als die bedrijven zouden kiezen voor een tussenweg, zijnde het screen- of factchecken van advertenties, dan zouden we ook het debat kunnen voeren over de "neutraliteit" van zulke platformen. En wie er achter de schermen berichten mee beoordeelt. En hoe die mensen en computersystemen werken.

Het screenen en beoordelen van politieke advertenties zou een bijzonder delicate evenwichtsoefening zijn. Berichten met feiten kan je zelfs in deze tijden van desinformatie nog checken. Maar wat doe je met politieke boodschappen die een beetje uit de context zijn getrokken en best wel wat nuance kunnen hebben, maar niet zozeer fout zijn? Iets wat vandaag voortdurend gebeurt.

Hoe probeer je als moderator politiek neutraal te blijven, ook al hebben bedrijven als Facebook uiteraard richtlijnen over zoals ze dat noemen in vaktermen: content moderation, het controleren van de inhoud. Het wordt een pak moeilijker wanneer het gaat over ideeën dan pakweg het beoordelen van hate speech (haatdragende boodschappen) of kwetsende beelden. Maar ook dat is al geen evidentie. 

De kritiek die er is op de beslissing van Facebook om geen politieke advertenties te weren, valt nog mee in vergelijking met de kritiek die er zou zijn mocht Facebook beslissen om net wel advertenties te screenen. Of ze helemaal te verbieden. Zogenoemde conservatieve stemmen en politici vinden dat net door de sociale media hun ideeën veel meer mensen kunnen bereiken omdat ze geen beroep meer moeten doen op klassieke media, waar ze opnieuw naar eigen zeggen te weinig aan bod zouden komen. In Facebooktijden kan er rechtstreeks met de kiezer worden gepraat. Het verbod op politieke advertenties zou aangegrepen worden om de censuur van Facebook aan te klagen en het bedrijf vervolgens weer in het rijtje te plaatsen van de vele zogenoemde progressieve bedrijven uit Silicon Valley. 

Twitter en Facebook doen het niet voor het geld

Het is alvast niet uit financiële overwegingen dat Facebook er niet aan denkt om politieke advertenties te verbieden, ze maken volgens Facebook amper 0,5 procent uit van de winst. De Amerikaanse krant The Washington Post berekende op basis van cijfers van vorig jaar dat het gaat om 279 miljoen dollar inkomsten uit politieke advertenties. Twitter verdient amper wat aan politieke advertenties, dus zo moedig is de beslissing van Jack Dorsey ook weer niet. Het bedrijf merkt er amper de impact van.

Mark Zuckerberg zei bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers gisteren dat het in een democratie niet aan privébedrijven is om politici of nieuws te censureren. Hoewel je daar al meteen de bedenking kan bij maken dat algoritmes wel mee bepalen welke berichten populair zijn en welke niet. Wie meer of minder gezien en gehoord kan worden.

“Hoewel ik er in het verleden al over heb nagedacht heb of we deze advertenties nu wel of niet moeten plaatsen, zullen we dat blijven doen", zegt Zuckerberg. Advertenties kunnen een belangrijk onderdeel zijn van mensen in hun strijd om gehoord te worden - vooral voor kandidaten en belangengroepen die anders misschien niet in de media aan bod zouden kunnen komen, zodat ze met hun boodschap het debat kunnen voeren.

En het is moeilijk te bepalen waar de grens ligt. Zouden we echt advertenties willen blokkeren voor belangrijke politieke kwesties zoals klimaatverandering of de "empowerment" van vrouwen? In plaats daarvan denk ik dat het beter is om te werken aan meer transparantie. Advertenties op Facebook zijn al transparanter dan waar dan ook. We hebben een politiek advertentie-archief, zodat iedereen elke geplaatste advertentie kan bekijken - je kunt elke boodschap zien, wie het heeft gezien, hoeveel er is uitgegeven - en dat is iets wat geen enkele televisiezender of dag- en weekblad doet."

Facebook vindt dat haar apps een wezenlijk onderdeel van de democratie zijn. Anderen vinden dat Facebook net onze samenleving zwaar onder druk zet. Die discussie is nog niet meteen beslecht. En allen die vanuit politieke hoek kritiek hebben op Facebook, zullen het platform uiteindelijk ook weer moeten gebruiken om hun politieke ideeën te verspreiden. Want het bedrijf is intussen zo een gigantische marketingmachine geworden die zowel in de Verenigde Staten als bij ons een almaar groter wordende rol bij verkiezingen zal blijven spelen.