Jasper Jacobs

Niet elk gebruik van slimme data leidt tot Big Brother

Het stond in de sterren geschreven: de trotse aankondiging van het Kortrijkse stadsbestuur over haar gebruik van big data en slimme camera’s lokte hevige kritiek uit vanwege de vermeende aantasting van de privacy, op zijn beurt gevolgd door een gebeten reactie van de Kortrijkse bewindsvoerders. Even voorspelbaar was dat de discussie grotendeels een dovemansgesprek werd.

opinie
Pieter Ballon
Pieter Ballon is directeur van SMIT, het onderzoekscentrum van imec en de VUB over maatschappij en technologie, en is professor aan de Vrije Universiteit Brussel

De stad Kortrijk benadrukt eenzijdig de voordelen van de Proximus- en Mastercarddata die het aankoopt voor een gerichter winkel- en toerismebeleid, en van de camera’s met slimme software om snel op bepaalde uiterlijke kenmerken te kunnen zoeken. Privacy-activisten zoals Matthias Dobbelaere-Welvaert verwijten de Kortrijkzanen dan weer dat ze doelbewust een glijdende schaal installeren die pas stopt bij een totale erosie van onze privacy.

De relatie tussen datatech en burgerlijke vrijheden is een belangrijk debat, dat de komende jaren nog vaker en heftiger zal gevoerd worden. Alleen zullen we nooit aan conclusies toekomen als beide kampen blijven hangen in stereotiepe stellingnames.

Het helpt daarbij niet om liberalen "dwepers met dictatoriale technologieën" te noemen, zoals Dobbelaere-Welvaert doet, of om vervolgens zoals burgemeester Van Quickenborne smalend te riposteren over "privacy experts", tussen aanhalingstekens. Als we een maatschappelijke consensus willen over wat wel en niet kan op dit vlak, is een genuanceerdere en tegelijk bredere visie nodig.

Correcte aanpak

Te stellen, zoals sommige privacy-evangelisten doen, dat elk gebruik van slimme data leidt tot Big Brother, is zich neerleggen bij de onbeheersbaarheid van onze stedelijke samenleving. Een stad bestuurbaar houden, is onmogelijk zonder intensieve informatieverzameling en snelle communicatie.

Daarbij weigeren de mogelijkheden van nieuwe technologie te gebruiken, is de kop in het zand steken en elke voluntaristische aanpak onmogelijk maken. Laat de winkelleegstand, het onveiligheidsgevoel en het asociaal gedrag dan maar welig tieren.

Ook als we naar de details kijken, is er veel dat het Kortrijkse stadsbestuur vrijpleit. Ook anonieme data kan leiden tot persoonlijke identificatie? Jazeker, maar de grens van minstens 30 anonieme personen die bedrijven als Proximus hanteren voor ze data rapporteren, lijkt tot nader order effectief hiertegen.

Continuë surveillance en tracking van burgers is invasief en zet de deur open voor misbruik? Absoluut, maar het verbieden van gezichtsherkenning bij cameragebruik zet daar een sterke rem op. Dit zijn dus wel degelijk belangrijke, zelfs cruciale grendels die ons beschermen tegen Big Brother. 

Principiële onrust

Anderzijds zou het de Kortrijkse en andere beleidsmakers sieren als ze uitdrukkelijk en principieel zouden afstand nemen van toekomstig, meer invasief gebruik. Nu wordt er enkel gezegd dat men zich houdt aan de huidige interpretatie van de wet. Er wordt nauwelijks verwezen naar inhoudelijke principes en criteria die ook voor niet-specialisten begrijpelijk zijn, en ook niet gradueel kunnen opgerekt worden.

Zolang dat niet gebeurt, blijft altijd de verdenking van ‘function creep’ (het uitbreiden van technische functies voor steeds meer doeleinden) en het installeren van een glijdende schaal. Gezichtsherkenning is inderdaad vooralsnog verboden, maar staat bij een aantal partijen expliciet of impliciet wel degelijk op de agenda, bijvoorbeeld nabij voetbalstadions of in de luchthaven. 

De publieke ruimte: anonimiteit, onschuld en gelijkheid

Waar is een eenvoudig te begrijpen en te checken leidraad te vinden om de balans tussen datatech en privacy te evalueren? Eigenlijk hoeven we niet ver te zoeken: die ligt in het begrip publieke ruimte. In onze straten, buurten en pleinen, aanvaarden we van oudsher dat we bekeken en gehoord worden. We eisen zelfs dat mensen identificeerbaar kunnen zijn, en willen niet dat mensen hun gezicht bedekken, behalve dan op halloween of carnaval.

Anderzijds zijn we er anoniem, is er het vermoeden van onschuld en de verwachting dat iedereen gelijk behandeld wordt. Dat zijn belangrijke principes, waaraan niet getornd mag worden. Ze worden ook zo aangevoeld bij de bevolking. Zo blijkt uit de Smart City-meter, die mijn onderzoeksgroep jaarlijks uitvoert bij Vlamingen en Brusselaars, dat anonieme camera’s of geluidssensoren in het openbaar domein door een grote meerderheid van de mensen aanvaard worden, maar dat deze aanvaarding tot onder de helft zakt als in onze private sfeer wordt binnengedrongen, bijvoorbeeld via camera’s met gezichtsherkenning of Google Home die binnenshuis je gesprekken afluistert.

We aanvaarden ook gps-trackers voor demente bejaarden en elektronische enkelbanden voor veroordeelden met huisarrest. Het verlies van het recht op anonimiteit is in vele gevallen te verkiezen boven het opleggen van isolement. Maar dan moet er eerst een recht op anonimiteit en een vermoeden van onschuld zijn, dat indien nodig kan afgenomen worden. Anders zijn we straks allemaal gevangenen met een onzichtbare enkelband.

Alle jongeren met een allochtoon uiterlijk eruitfilteren als mogelijke herrieschoppers? Zelfs zonder gezichtsherkenning aanvaarden we dat niet

Tenslotte verwachten we in de publieke ruimte dat iedereen gelijk wordt behandeld. Dus ook als we geen gezichtsherkenning hanteren, zijn er grenzen. Terugspoelen in de camerabeelden om personen met een paarse jas te zoeken nadat een winkeloverval gepleegd werd, is een nuttige en aanvaardbare toepassing. Maar enkel BMW’s beginnen te volgen op verkeersovertredingen of alle jongeren met een allochtoon uiterlijk eruitfilteren als mogelijke herrieschoppers? Zelfs zonder gezichtsherkenning aanvaarden we dat niet, omdat het niet strookt met hoe een publieke ruimte functioneert.

Het debat over data en privacy is dus eigenlijk een debat over hoe onze publieke ruimte, zowel fysiek als digitaal, er moet uitzien. Zo bekeken, is een maatschappelijk draagvlak voor een gebalanceerde slimme stadsaanpak misschien eenvoudiger te vinden dan men denkt.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.