Ferd Grapperhaus (archieffoto).

Nederland vraagt om uitlevering van één Syriëganger

Nederland zal slechts om de uitlevering vragen van een van de twee vrouwelijke Syriëgangers die zich bij de Nederlandse ambassade in Turkije hebben gemeld. De vrouw die eerder deze week haar Nederlandse staatsburgerschap verloor komt daarvoor niet in aanmerking, zegt Nederlands minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Twee vrouwelijke Syriëgangers meldden zich woensdag met hun kinderen bij de Nederlandse ambassade in Ankara. Ze vroegen daar om hulp om terug te keren naar Nederland.

Beide vrouwen worden verdacht van terroristische misdrijven. Ze zijn enkele weken geleden ontsnapt uit Al-Hol in Syrië, een kamp waar Syrische Koerden IS'ers en hun familie vasthouden. Een van de vrouwen heeft één kind, de ander twee. Ze zijn drie en vier jaar oud.

Een van de vrouwen heeft op de dag dat ze bij de ambassade aankwam het Nederlanderschap verloren. Ze beschikte ook nog over de Marokkaanse nationaliteit. De vrouwen en kinderen bevinden zich momenteel in Turkse detentie, in afwachting van vervolging en/of uitzetting door de Turkse autoriteiten.

Het Nederlandse kabinet wacht nu eerst af of de Turkse autoriteiten beide vrouwen wil vervolgen. Als dat niet het geval is, zal Nederland om uitlevering van de vrouw vragen die de Nederlandse nationaliteit nog wel heeft. "Dat is staand beleid", aldus de minister. De andere vrouw is geen Nederlandse meer en voor haar is het "meest waarschijnlijke dat we geen uitleveringsverzoek doen". Het welbevinden van de kinderen wordt goed in de gaten gehouden, aldus Grapperhaus.