Lobbyen in de Kamer en de regering: "Dat begint heel simpel, je krijgt een uitnodiging voor het voetbal of een etentje"

Lobbyisten, vertegenwoordigers van sectoren die druk proberen uit te oefenen op de politiek, ze zijn overal. Ze cirkelen rond de regering en ze zijn actief in het parlement. Sluitende regels zijn er niet, ondanks de gevaren. "Een professionele lobbyist gaat op zoek naar je zwakke plekken." Getuigenissen uit de Wetstraat. 

Er waren de voorbije jaren talloze overstappen tussen privé en politiek. Het zorgt er mee voor dat er een subtiel lobbynetwerk is ontstaan in de Wetstraat. Want wie vanuit een kabinet overstapt, neemt ook zijn of haar netwerk mee. En voor privébedrijven is dat een hoogst gegeerd goed. 

"Iedereen wilde me zien"

Want het mag duidelijk zijn: lobbyisten zijn bijzonder actief in de Wetstraat. Dat zegt ook Monica De Coninck (SP.A). Zij was minister van werk in de regering-Di Rupo, en haar grootste dossier toen: de eenmaking van het statuut van bedienden en arbeiders, een dossier met een grote impact op de bedrijven.

De grotere organisaties leggen soms zelfs geschreven wetteksten voor

Monica De Coninck, ex-minister

“De bedrijven, de vakbonden, de werkgevers – die wilden allemaal met me spreken om op de gevaren te wijzen. Iedereen wou me zien, bijna honderd organisaties.” En die kunnen behoorlijk assertief te werk gaan. De grotere organisaties, met eigen juristen, leggen soms zelfs gewoon uitgeschreven wetteksten voor. “Sommige lobbyisten denken aan het algemeen belang, maar er zijn er ook die erg cru te werk gaan en enkel aan hun eigen winst denken.”

Lobbying hoeft geen kwalijke zaak te zijn: het is ook gewoon een manier om met alle betrokken partijen te praten. Maar die betrokken partijen zijn overal, niet enkel in en om de regering, ook in het parlement. Stefaan Van Hecke (Groen) is lid van de Kamercommissie Justitie en houdt zich van daaruit bezig met de goksector. “Brieven, telefoontjes, of ze komen hier op bezoek: ze zijn heel erg actief. Maar wel poeslief. Ik heb onlangs nog een aantal vertegenwoordigers van de sector gezien en die willen je overtuigen van het belang van hun sector. Maar bij mij heeft dat geen effect.”

"Lobbyist kwam tot in de Commissie"

Eenzelfde verhaal bij Kamerlid Valerie Van Peel (N-VA), ondertussen ook ondervoorzitter van de Kamer. “Wij hebben ooit zo’n wettekst ontvangen rond een regeling voor orgaantoerisme, van een grote lobbygroep. Het is maar hoe je daarmee omgaat natuurlijk. Wij hebben die tekst aangepast zoals wij vonden dat het hoorde. Maar je krijgt die belangenorganisaties natuurlijk allemaal over de vloer.”

Van Peel maakte ooit ook mee hoe iemand van werkgeversorganisatie VBO kwam lobbyen tegen haar wetsvoorstel ten gunste van asbestslachtoffers, in de commissie Sociale Zaken was het, in maart van dit jaar. “Hij kwam in de commissie zelf lobbyen”, zegt ze, “wat verboden is.” Of hij een impact had? Moeilijk te zeggen, maar de leden van Open VLD, CD&V en MR verlieten vervolgens wel de commissie, waardoor er niet voldoende parlementsleden aanwezig waren om te kunnen stemmen. 

"Van sommigen weiger ik alle uitnodigingen"

De impact van lobbyisten is moeilijk in te schatten, niemand zal ook zomaar toegeven dat hij of zij is beïnvloed. Maar volgens Egbert Lachaert, fractieleider in de Kamer voor Open VLD, zijn er veel valkuilen. “Zeker voor beginnende parlementsleden. Ik heb twee keer gezien hoe lobbyisten met geschreven wetteksten kwamen aandraven en een parlementslid zochten om dat in te dienen. Nogal onterend, eigenlijk. Maar in zo’n situatie moet je heel goed opletten: zo’n wettekst van een lobbyist biedt een parlementslid de kans om te scoren, maar er zitten natuurlijk wel voordelen voor de sector in kwestie aan vast. Ze komen dat niet voor niks brengen.”

Lobbyisten proberen een persoonlijke band te smeden met politici

Egbert Lachaert, Kamerfractieleider Open VLD

Lachaert vertelt hoe lobbyisten proberen om een persoonlijke band te smeden met politici. “Dat begint heel simpel. Je krijgt een uitnodiging hier of daar. Naar het voetbal, of het wielrennen. Of voor een etentje. Van sommige sectoren – energie of vastgoed – weiger ik alle uitnodigingen. En als ik toch eens zou meegaan, dan betaal ik alles zelf. Een perceptie is snel gecreëerd."

Bekijk hieronder een fragment uit het interview met Egbert Lachaert:

Video player inladen...

"Eens je de grens over bent, is dat voor de rest van je leven"

Volgens Monica De Coninck wordt er ook al eens een geschenk uitgedeeld. “Met nieuwjaar gebeurt dat wel. Op het kabinet verzamelden wij die en die verlootten we dan tijdens pakweg een nieuwjaarsreceptie. Maar vooral met privé-uitnodigingen moet je oppassen. Voor een restaurant, of een reis, of studiedagen. Je moet vooral je autonomie weten te bewaren. Het is zoals zwanger zijn, je kunt dat niet een beetje zijn. Eens je de grens bent overgestoken, dat je niet langer eerlijk en onomkoopbaar bent, is dat voor de rest van je leven. Men vertelt dat ook door. Voor je het weet ben je bezoedeld.”

“Je moet voortdurend op je hoede zijn, want het is snel gebeurd. Professionele lobbyisten zoeken ook je zwakke plekken. Dat kan een hobby zijn, een gebrek aan tijd, immo, kunst of andere materiële behoeften. Ik heb ooit op een receptie gezegd dat ik op vakantie ging maar mijn huis nog moest schilderen. Wel, direct stapte een aannemer op me af die zei dat hij kon helpen. Het begint met kleine dingen, en soms is verleiding groot.”

Bekijk hieronder een fragment uit het interview met Monica De Coninck:

Video player inladen...

Regels zijn er niet, of makkelijk te omzeilen

De vraag is: wat doe je eraan, want lobbying verbieden is geen optie. Het is voor een politicus onontbeerlijk dat hij of zij met verschillende groepen in de samenleving praat. In het parlement hebben ze het proberen op te lossen met zoiets als een lobbyregister. Na een moeizame start, begin dit jaar, zijn daar ondertussen meer dan 90 lobbyisten in ingeschreven.

Stefaan Van Hecke: “Maar het is zo makkelijk te omzeilen. Sectorvertegenwoordigers moeten zich inschrijven, privébedrijven bijvoorbeeld niet. En het geldt ook enkel voor contacten binnen het parlement. Als je op café afspreekt, hoeft het niet.” Bovendien is het een verminkt register, in vergelijking met de aanvankelijke plannen. Alles wat nodig is, is dat lobbyisten zich inschrijven. Het idee om elk contact afzonderlijk te melden, sneuvelde op weerstand van een meerderheid in de Kamer.

En voor de regering is er helemaal niets. Lachaert: “Er is wel een lobbyregister voor de Kamer, maar dus niet voor de kabinetten. Terwijl daar toch negentig procent van de wetgeving gemaakt wordt. Dat is werken met twee maten en gewichten. Dat er geen lobbyregister is voor de regering, vind ik een miskleun.”

De Coninck: “Transparantie is nodig. Als er niets fout gebeurt, waarom zou je dan niet transparant zijn?”