Wilde dieren, zoals steenmarters, vossen en dassen, zijn in opmars in Vlaams-Brabant

De laatste jaren duiken er steeds meer grote, wilde dieren op in onze provincie. Denk maar aan de steenmarter, bever, everzwijn, vos of das. Maar ook roofvogels keren steeds vaker terug. Het zijn vooral opportunistische dieren, die zich makkelijk aanpassen aan het veranderend landschap.

De wolf is voorlopig nog niet gespot in Vlaams-Brabant of Brussel, maar de laatste jaren zijn enkele andere grote, wilde dieren wel teruggekeerd. Het everzwijn wordt weer vaker gespot in het Meerdaalwoud in Heverlee, maar ook in de Doode Bemde in Neerijse. Ook de das is sinds 2013 weer actief in onze regio. “De das is eigenlijk een opportunist, en dat zijn net de soorten die het goed doen: de platte opportunisten”, zegt Jan Loos van Landschap vzw. “Het zijn vooral dieren die zich goed kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden. De steenmarter bijvoorbeeld zie je steeds vaker in het centrum van Leuven. Dat was de laatste jaren onmogelijk.”

Vogelsoorten

Ook heel wat vogels zijn teruggekeerd naar onze provincie. “De raaf en de rode wouw zijn opnieuw teruggekomen als broedvogel nadat ze heel wat jaren afwezig waren”, zegt Griet Nijs van Natuurpunt. “Het gaat inderdaad om dieren die geen al te grote noden stellen aan het landschap, die zich makkelijk verplaatsen en die opportunisten zijn. Die eigenlijk alles eten en daardoor makkelijker hun plaats in het landschap terugvinden.”

Ook de oehoe, de grootste uil die in Europa voorkomt, is intussen alweer in het Hageland gespot. Ook de buizerd en steenvalk komen meer en meer voor. “De buizerd is nog zo’n opportunist die zijn voedsel op een luie manier zoekt vanaf een uitkijkpost. Hij vindt zijn voedsel in snelwegbermen, langs wegen waar dieren worden doodgereden.” Ook slechtvalken broeden steeds vaker in hoge torens, vooral in Brussel. Denk maar aan de Sint-Michiels en Sint-Goedele-kathedraal of de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken. 

Bedreigde dieren?

Maar het is niet alleen een 'goed nieuwsshow' voor de natuur, want door de veranderende  omstandigheden zijn er ook dieren die we minder vaak zien. De kievit, bunzing, merel, egel of hazelworm bijvoorbeeld. Het zijn dieren die zich minder makkelijk aanpassen en minder makkelijk voedsel vinden. “Het gaat om soorten die vroeger heel algemeen waren”, zegt Griet Nijs van Natuurpunt. “Denk maar aan de kleine vos, een dagvlinder die graag op grote brandnetels zit. Maar omdat mensen die brandnetel niet graag zien en hem verdelgen, komt die kleine vos minder vaak voor. Vaak gaat het wel om verschillende factoren. Het baart ons toch zorgen dat die algemene soorten zo achteruit gaan.”