Waarom de houten windmolen maar beter folklore blijft

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden. Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu. Vandaag: "Molen bij maanlicht te Latem" van Albijn Van den Abeele of de burgemeester die liever natuurschilder werd.

Toen duurzame energie nog geen duurzame energie heette, had elk dorp of stad minstens een windmolen. Het is nog geen honderd jaar geleden dat graan lokaal werd gekweekt en gemalen met een gratis krachtbron van de natuur.

Een oude standaardmolen die richtbaar was naar de wind produceerde gemiddeld tussen de 3,5 en 7 kilowatt. Een moderne windmolen produceert 1000 kilowatt. Er bestaan al types die 8000 kilowatt genereren. Dus nee, de oude houten windmolen zal altijd folklore blijven. De skyline van het Vlaamse landschap zal voor lang bepaald worden door moderne windmolens. Eeuwen hebben houten en later ook stenen windmolens dat gedaan voor elk Vlaams dorp of stad, samen met de onvermijdelijke kerk.

Windmolens stonden verder op alle lieflijke schilderijtjes van zondagsschilders die aan de muren hingen van ontelbare volkshuisjes. Maar ze inspireerden ook de reguliere kunst, de Koutermolen van Sint-Martens-Latem zelfs meerdere keren. Latemenaar Albijn Van den Abeele schilderde hem in 1900 als "Molen bij maanlicht te Latem". Van den Abeele was een bijzonder geval in de Vlaamse kunst. Het moet de enige schilder zijn die eerst in de politiek ging en daarna resoluut voor het schilderspenseel koos. 

De politicus die schilder werd

Binus, want zo kende iedereen hem, was de dorpsintellectueel in een tijd dat velen niet eens konden lezen. Hij werd gemeenteraadslid en daarna burgemeester. Hij schreef tegelijk verhalen, een soort zedenschetsen in de stijl van de populaire Conscience. Rond zijn veertigste besloot Van den Abeele zelf te gaan schilderen. "Schilderen in de lege uren", zo beschreef hij het zelf. Hij zou de enige Latemse schilder van tel worden die geboren werd in het dorp, en er ook zou sterven.

Meer dan om zijn schilderstalent, zou Van den Abeele de geschiedenis in gaan als de stamvader van de Latemse school. Hij werd de gastheer van de stroom landschapsschilders die de pastorale Leie ontdekten. Hij ving Xavier De Cock op, was bevriend met Emile Claus en lokte Valerius De Saedeleer naar Latem. Voor anderen regelde hij de huur of zocht hij nieuw onderdak. Binus was de minzame man die met zijn gave om te bewonderen Latemse schilders prikkelde en aanmoedigde.

Mijn meester, de natuur

Zelf had Van den Abeele maar één meester, de natuur. Hij moet ongeveer 170 doeken hebben geschilderd waarop hij de natuur observeerde. Het meest bekend zijn de sous-bois-gezichten waarvoor hij zijn schildersezel opstelde in het diepste van het bos. Uiterst consciëntieus schilderde hij berkenbasten, sparrennaalden en grashalmen. Als autodidact bleef hij in de schaduw van de grote schilders die in zijn dorp waren neergestreken. Zijn vakmanschap was echter onbetwistbaar gegroeid toen hij in 1900 de Koutermolen schilderde.

De Koutermolen heeft haar naam te danken aan de Kouter, het vlakke landbouwgebied tussen Latem en Afsnee. De molen dateert uit de veertiende eeuw. Het is een staakmolen, een voor Oost-Vlaanderen zeldzaam type. De molen rust op een centrale houten stam. Daarrond is de molenkast gebouwd die kan meedraaien met de wind. De Koutermolen is ontelbare keren verbouwd. Bij de laatste grote restauratie van 1977 werd hij zelfs 88 meter verplaatst om meer wind te vangen.

Kriepende krekels en galmende nachtegalen

De rust van de Kouter als avondland, meer wilde Albijn Van den Abeele niet tonen met zijn molen bij maanlicht. Ordelijk schikte hij de korenschoven, de hooimijten, de windmolen en het molenaarshuis in een landschap van gedempte en bezonken kleuren. In 1904 beschreef schrijver en tijdgenoot Karel van de Woestijne hartstochtelijk het schilderij:  "Het licht dat gelijk-vloeiend als olie is, het licht uit de klaarte-doorweven hemelen. Gij hoort éen-enkelen kriependen krekel; maar gij hoort, drie en vier, de vér-galmende nachtegalen. Gij denkt niet meer, want gij zijt breed-gelukkig."

Het weidse panorama op de Koutermolen bestaat niet meer. De akkers van Latem hebben plaatsgemaakt voor hoge bomen en bebouwing. Bij plannen om de woningbouw te verdichten werd enigszins rekening gehouden met het zicht op de Koutermolen. Hij is nu een pleister- en picknickplek geworden voor wandelaars en fietsers. Enkele hobbymolenaars houden de molen in bedrijf en demonstreren regelmatig nog de oude stiel. En doen er ons aan herinneren hoe moeizaam voedselproductie eens ging.

"Molen bij maanlicht te Latem" van Albijn Van den Abeele hangt in het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle

Meest gelezen