2 miljoen extra om jonge onderzoekers wegwijs te maken op de arbeidsmarkt

De Vlaamse regering investeert 2 miljoen euro extra voor de vijf Vlaamse universiteiten om jonge onderzoekers beter te laten doorstromen naar de arbeidsmarkt. Heel wat onderzoekers verlaten na het behalen van hun doctoraat de universiteit en vinden niet altijd even gemakkelijk hun weg op de arbeidsmarkt. “Met die extra subsidie kunnen universiteiten de jonge onderzoekers beter voorbereiden om die stap te zetten”, zegt Vlaams minister Hilde Crevits bevoegd voor Wetenschappelijk Onderzoek.

In de afgelopen twee decennia is het aantal jonge onderzoekers in Vlaanderen fors toegenomen. Het aantal vaste jobs bij de universiteiten is echter gelijk gebleven, waardoor steeds meer jonge onderzoekers meteen na het doctoreren de Vlaamse academische omgeving verlaten. Een groot aantal van hen zet zijn of haar carrière buiten de academische omgeving verder. Vandaag heeft 9 op de 10 doctorandi een loopbaan buiten de universiteit.

Die stap van de universiteit naar de arbeidsmarkt is niet altijd evident. Een goede voorbereiding op een carrière buiten de academische wereld is dan ook noodzakelijk. Daarom investeert Vlaams minister Hilde Crevits, bevoegd voor Wetenschappelijk Onderzoek, 2 miljoen euro extra subsidies voor de Vlaamse universiteiten om jonge onderzoekers beter te laten doorstromen naar de arbeidsmarkt.

Universiteiten moeten extra kunnen investeren om de kloof tussen het onderzoek en de praktijk te verkleinen

Hilde Crevits, Vlaams minister voor Wetenschappelijk Onderzoek

“We zien dat het voor sommige doctorandi moeilijk is om een loopbaan buiten de universiteit te starten”, zegt minister Crevits. “Het is niet zo evident voor een jonge onderzoeker om de stap te zetten naar de bedrijfswereld. We vinden het van belang dat onze universiteiten extra kunnen investeren om die kloof die er soms is tussen het onderzoek dat ze doen en de praktijk kleiner te laten worden.”

Extra opleidingen, trainingen, coaching en sensibilisering

De vijf Vlaamse universiteiten krijgen samen in totaal 2 miljoen euro extra middelen om de jonge onderzoekers bij te staan de stap naar de arbeidsmarkt te zetten. Concreet krijgt elke Vlaamse universiteit:

  • Katholieke Universiteit Leuven: € 719.106,96
  • Universiteit Antwerpen: € 267.339,62
  • Universiteit Gent: € 623.822,63
  • Universiteit Hasselt: € 141.955,47
  • Vrije Universiteit Brussel: € 247.775,32

Universiteiten kunnen met de middelen coaching trajecten op stapel zetten voor de jonge onderzoekers

Hilde Crevits, Vlaams minister voor Wetenschappelijk Onderzoek

Die subsidies worden ingezet om een kader te creëren voor de ontwikkeling, uitvoering en versterking van activiteiten die jonge onderzoekers moeten ondersteunen. Bijvoorbeeld door het aanbieden van extra opleidingen, trainingen, coaching en sensibilisering. Zo kunnen de universiteiten de verdere ontwikkeling van jonge onderzoekers in de verschillende fasen van hun carrière versterken.

“Het is de bedoeling dat de universiteiten met de middelen coaching trajecten op stapel kunnen zetten voor de jonge onderzoekers", verduidelijkt minister Crevits. "Tegelijk maken we ook wat meer ruimte voor de onderzoekers om tijdens het onderzoek bijvoorbeeld ook een stukje tijd te gebruiken om stage te doen in een onderneming of om een onderzoek een tijdje te onderbreken om in een bedrijf aan de slag te gaan.”

Samenwerking met een onderneming

Het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen maakt eveneens werk van een betere voorbereiding van hun jonge onderzoekers op de arbeidsmarkt en ontwikkelt maatregelen voor een vlottere doorstroming naar die arbeidsmarkt. Het FWO is een Vlaamse stichting van Openbaar Nut die het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen financiert.

  1. FWO-aspiranten en postdoctoraten krijgen de mogelijkheid om hun onderzoek uit te voeren in samenwerking met een onderneming of een andere organisatie
  2. Elke FWO-onderzoeker kan 20 procent van zijn of haar beschikbare tijd besteden aan andere activiteiten in het academisch onderwijs of het uitvoeren van een stage in een organisatie.
  3. Ondernemende predoctorale onderzoekers krijgen de mogelijkheid om een betaalde activiteit uit te oefenen naast het doctoraat buiten de universiteit.
  4. Specifiek voor postdoctorale onderzoekers bestaat de mogelijkheid om het mandaat te onderbreken voor het opnemen van een onderzoeksmandaat of –beurs aan een universiteit, een wetenschappelijke instelling, in een onderneming of organisatie.