6 tot 12 november 1944: de ondergang van het Duitse reuzenslagschip Tirpitz

In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 6 tot 12 november 1944. Na veel pogingen weten de Britten het Duitse slagschip Tirpitz uit te schakelen, de Duitse troepen in Walcheren capituleren en de belangrijkste spion van de oorlog wordt in Japan geëxecuteerd. 

De Britten zijn er eindelijk in geslaagd het Duitse slagschip Tirpitz te vernietigen. Zware vliegtuigbommen gaven de doodsteek aan het enorme schip, dat verscholen was in een Noorse fjord. 

Met 42.900 ton waterverplaatsing was de Tirpitz het grootste Europese slagschip ooit (alleen Japan en de Verenigde Staten hebben er grotere gebouwd), nog iets groter dan zijn in 1941 gezonken zusterschip Bismarck. Het was 251 meter lang en had acht kanonnen van 38 cm. 

De tewaterlating van de Tirpitz in 1939 (Bundesarchiv). Foto bovenaan: de Tirpitz in een Noorse fjord.

Deze zeereus verbleef sinds begin 1942 bijna voortdurend aan de Noorse kust en voer maar een paar keer uit. In 1943 deed de Tirpitz samen met een ander Duits slagschip, de Scharnhorst, een aanval op een geallieerd weerstation op de eilandengroep Spitsbergen. Het was de enige keer dat de zware kanonnen in actie kwamen.  

Daarna verbleef het slagschip alleen nog in Noorse havens en fjorden. De Britten beheersten de zee en Hitler wilde niet dat de Tirpitz hetzelfde zou overkomen als de Bismarck. Bovendien moesten de Duitsers spaarzaam zijn met brandstof. Maar alleen al door zijn aanwezigheid bedreigde het slagschip de geallieerde konvooien naar Rusland.  

Een 'Tallboy'-bom van 5400 kg. Dit soort bommen werd gebruikt tegen de Tirpitz.

Vanwege die dreiging was de Tirpitz vijand nr. 1 van de Britse admiraliteit en zeker van Churchill. Die noemde de vernietiging of het buiten gevecht stellen van de Tirpitz “de grootste gebeurtenis op zee van de huidige tijd”.

In totaal vonden er meer dan twintig Britse aanvallen op deTirpitz plaats, met bestuurbare torpedo’s, minionderzeeërs en vooral vliegtuigen. Pas de ontwikkeling van pantserdoordringende bommen van 5400 kg kon het slagschip echt bedreigen. Om die zeer zware bommen te dragen moesten de Britse Lancaster-bommenwerpers worden omgebouwd. 

De Tirpitz geraakt (IWM)

Op 15 september 1944 werd de Tirpitz door de inslag van een dergelijke bom zo zwaar beschadigd dat het schip nauwelijks nog kon varen.

Het definitieve einde volgde op 12 november, toen 29 Lancasters hun bommen afwierpen. Het slagschip kreeg drie voltreffers. De munitievoorraad ontplofte, waarna de Tirpitz kapseisde.

De meer dan duizend bemanningsleden raakten ingesloten in het schip. Slechts een tachtigtal van hen konden tijdig worden gered door een gat in de romp te boren.  

Het gekapseisde slagschip.

Duitsers op Walcheren capituleren

De strijd om Walcheren is voorbij. Daarmee is een punt gezet achter wat men de Slag om de Schelde is gaan noemen.  

Op 6 november reden een tiental Britse amfibievaartuigen vanuit Vlissingen door het overstroomde binnenland van Walcheren naar de centrale stad Middelburg. Ze hadden een witte vlag bij zich en losten geen schot. De Duitse bevelhebber op Walcheren, luitenant-generaal Wilhelm Daser, ontving  hen en toonde zich bereid eervol te capituleren. Hij begreep dat verdere strijd zinloos was en kon leiden tot een bloedbad onder de burgerbevolking in de overvolle stad.  

Een Brits licht verkenningsvoertuig bij de ingang van Middelburg.

De zowat tweeduizend Duitse militairen in Middelburg lieten zich krijgsgevangen nemen. Ze toonden zich gelaten, zelfs opgelucht.  Velen kwamen spontaan aanlopen, ook al waren ze talrijker dan de Britse troepen. 

Duitse krijgsgevangenen op Walcheren.

Alleen in het noorden van Walcheren is daarop nog gevochten. Een dag na de capitulatie van Middelburg volgde de bevrijding van het stadje Veere. De volgende dag – 8 november – vonden de laatste gevechten plaats in de dorpen Vrouwenpolder en Oostkapelle. Het verzet was daar in actie gekomen, maar pas de komst van de geallieerden deed de Duitsers capituleren. 

Het overstroomde landschap op Walcheren.

Met Walcheren is nu heel Zeeland bevrijd, behalve het noordelijke Schouwen-Duiveland. De Walcherse bevolking heeft wel een zware prijs moeten betalen. Zowat 13 % van de gebouwen is vernietigd en 44 % staat onder water.

De strijd om de Scheldemonding heeft meer dan een maand geduurd. Er werden meer dan 40.000 Duitsers gevangengenomen. Zo'n 13.000 geallieerde mili­tairen zijn dood, gewond of vermist. De helft van hen zijn Canadezen.

Roosevelt herkozen voor vierde ambtstermijn

Franklin D. Roosevelt is herkozen als president van de Verenigde Staten. Hij kan aan een vierde ambtstermijn beginnen, een absoluut record. Geen enkele Ameri­kaanse president voor hem was meer dan twee termijnen in functie.

“FDR” haalde bij de presidentsverkiezingen van 7 november 53,4 % van de stemmen, tegen 45,9 % voor zijn Republikeinse tegenstander Thomas Dewey, de gouverneur van New York. Roosevelts score, hoewel nog altijd comfortabel, ligt lager dan bij de drie vorige verkiezingen. In het presidentiële kiescollege, dat formeel de president moet kiezen, krijgt hij hoe dan ook een grote meerderheid: 432 van de 531 kiesmannen. 

Karikaturen uit de Evening Standard over de verkiezingen. Links: Uncle Sam eist van de presidents- en vicepresidentskandidaten dat ze de puzzel van de verdeling van de kiesmannen over de staten oplossen. Rechts: de jury spreekt het oordeel uit voor rechter Uncle Sam in aanwezigheid van Dewey en Roosevelt: “Het is GEEN tijd voor verandering”. (Roosevelt blijft aan.)

Roosevelts zege is geen verrassing. De Democratische Partij stond vanaf het begin vrijwel unaniem achter de populaire president. Men speelde in op het gevoel dat de leiding van het land tijdens de oorlog liever niet verandert.

De recente geallieerde overwinningen in Europa en het Verre Oosten hebben Roosevelts populariteit alleen maar versterkt.

De Amerikaanse legerkrant Stars and Stripes geeft de (nog onvolledige) resultaten van de verkiezingen. De overwinning van FDR is dan al duidelijk.

Roosevelt krijgt wel een nieuwe vicepresident. Dat wordt de gematigde senator Harry Truman uit Missouri. De zittende vicepresident Henry Wallace kreeg geen nieuwe nominatie van de Democratische Partij omdat velen hem te links vonden en er aan zijn bekwaamheid werd getwijfeld.

De gezondheid van de 62-jarige Roosevelt is niet zo best. Daarom is de keuze van de vicepresident belangrijk.  

De jonge Harry Truman (midden op de foto) bij het begin van zijn carrière, toen hij beëdigd werd als voorzitter van een lokaal bestuur in Missouri. (Harry S. Truman Library & Museum)

Tegenkandidaat Thomas Dewey raakte vooral bekend toen hij als openbaar aanklager de georganiseerde misdaad bestreed. Zo slaagde hij erin maffiabaas Lucky Luciano te doen veroordelen.

Dewey onthield zich in zijn campagne van commentaar over de wijze waarop de president de oorlog voert. Hij had wel kritiek op Roosevelts economisch beleid, waarin hij een communistische invloed ziet. 

Roosevelt in het Witte Huis met zijn populaire Schotse terriër Fala. Tijdens de campagne beweerden de republikeinen dat de president een oorlogsschip naar Alaska had gestuurd om zijn hond op te halen op kosten van de belastingbetaler. “FDR” zei toen ironisch dat hij en zijn familieleden al lang niet meer kwaad werden voor aanvallen op hun persoon, maar dat Fala woedend was voor die lasterlijke praat. “Hij is sindsdien niet meer dezelfde hond”.

Meesterspion Sorge terechtgesteld

Op 7 november is de Duitse journalist Richard Sorge in Tokio opgehangen. Hij was na een geheim proces door een Japanse rechtbank ter dood veroordeeld wegens spionage voor de Sovjet-Unie.

Sorge was tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen hij als militair herstelde van zware verwondingen van het front, een overtuigd marxist geworden. Hij werkte een tijd voor de Communistische Internationale in Moskou en kreeg daar een opleiding als geheim agent voor de Sovjet-inlichtingendiensten.

Richard Sorge

Sorge werkte vervolgens als correspondent van Duitse kranten in China en vanaf 1933 in Japan. In beide landen bouwde hij een goed werkend spionagenetwerk uit. Omdat hij lid van de nazipartij was geworden en ook in dienst stond van de Duitse militaire inlichtingendienst, de Abwehr, genoot hij het vertrouwen van de Duitse overheid.

Tijdens de oorlog leverde hij vanuit Japan uiterst belangrijke informatie aan Moskou, dankzij zijn netwerk en ook zijn persoonlijke contacten op hoog niveau. Hij was goed bevriend met de Duitse ambassadeur en tegelijk de minnaar van zijn echtgenote (en van andere prominente vrouwen). 

De Japanse perskaart van Sorge

Hij waarschuwde Moskou voor de geplande Duitse aanval van 22 juni 1941 op de Sovjet-Unie. Tevergeefs, want Sovjetleider Stalin wilde het niet geloven.

Maar toen het Duitse offensief een feit was, liet Sorge weten dat Japan de Sovjet-Unie niet zou aanvallen. Daardoor kon Stalin het grootste deel van zijn legers uit Siberië weghalen en inzetten tegen de Duitse invallers. Geen enkele informatie van een spion is wellicht belangrijker geweest voor het verloop van de oorlog.

Sorge werd al in oktober 1941 ontmaskerd en door de Japanse militaire politie gearresteerd, ondanks protesten van de Duitse diplomaten. Onder folteringen bekende hij dat hij spioneerde.

Japan heeft geprobeerd Sorge te ruilen tegen Japanse spionnen, maar Moskou heeft altijd ontkend dat hij een Sovjetagent was. Sorges Russische vrouw, die in Moskou leefde, werd intussen gearresteerd wegens spionage voor Duitsland en is in een kamp gestorven.

De toenmalige Duitse Democratische Republiek bracht in 1976 een postzegel uit ter ere van Sorge. Er werden ook straten naar hem genoemd.

Naschrift: de rol van Sorge zal pas lang na de oorlog duidelijk worden. Twintig jaar na zijn dood schonk de Sovjet-regering hem postuum de titel “Held van de Sovjet-Unie” . Ian Fleming, de “vader” van James Bond, noemde hem de meest formidabele spion in de geschiedenis.

Zionisten vermoorden Brits minister

In de Egyptische hoofdstad Caïro is de Britse minister voor het Midden-Oosten Lord Moyne vermoord. Hij werd in zijn auto op straat onder vuur genomen door twee jonge mannen.

Lord Moyne (eigenlijk Walter Guinness, een telg uit de bekende Ierse brouwersfamilie) was een invloedrijk conservatief politicus en een goede vriend van premier Churchill. Als minister-resident voor het Midden-Oosten oefende hij vanuit Caïro in feite de Britse macht uit in Egypte, Irak, Palestina en een deel van Iran. 

Links : Lord Moyne achter Churchill op de groepsfoto van diens kabinet. Rechts: Moyne (rechts) met Churchill en diens vrouw op vakantie in Griekenland, voor de oorlog.

De daders zijn twee Joden uit Palestina die behoren tot de extremistisch-zionistische militie Lehi. Die strijdt tegen de Britse overheersing van Palestina en heeft zich een tijd door het fascisme laten inspireren.

Militante zionisten verweten Moyne dat hij de immigratie van Joden naar Palestina wilde tegenhouden, omdat hij pro-Arabisch zou zijn. Ze stelden hem onder meer verantwoordelijk voor de dood van Joodse vluchtelingen op zee die geen toestemming kregen om naar Palestina te gaan.  

De uitvaartplechtigheid van Lord Moyne in Caïro.

Naschrift: de twee moordenaars van Moyne zullen in 1945 in Caïro worden opgehangen. In 1975 worden hun resten naar Israël overgebracht, waar ze in de Hal van de Helden worden herbegraven.

Herdenkingsplaat in Israël voor een van de terechtgestelde moordenaars van Lord Moyne: Eliyahu Beit-Zuri.

Opnieuw viering 11 november

Voor het eerst sinds vijf jaar is de herdenking van de Wapenstilstand op 11 november officieel gevierd in België.

Onder de Duitse bezetting was 11 november geen vrije dag en werden er geen plechtigheden toegelaten. Toch waren er op 11 november 1940 heel wat mensen naar het graf van de Onbekende Soldaat in Brussel gestapt. Het waren meteen de eerste duidelijke tekenen van protest tegen de bezetting. Er volgden dan ook arrestaties en veroordelingen.

Prins Karel bij het eerbetoon aan de Onbekende Soldaat (links) en in gesprek met oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog (rechts).
Militaire optocht bij de Congreskolom (links) en oud-strijders, waaronder ook oorlogsinvaliden (rechts).

Ditmaal was er bij de Onbekende Soldaat een echte plechtigheid, geleid door prins-regent Karel en onder massale belangstelling. Naast de Belgische hoogwaardigheidsbekleders was ook de Britse generaal-majoor George Erskine aanwezig als hoofd van de missie van het geallieerd opperbevel in België.  

Generaal Erskine (midden) tijdens de plechtigheid in gesprek met Kamervoorzitter Van Cauwelaert. Rechts Senaatsvoorzitter Gillon.

Ook in Parijs is 11 november voor het eerst sinds 1939 weer officieel gevierd. Op de Champs-Elysées defileerden Franse, Britse en Amerikaanse troepen, gevolgd door een enorme optocht van de bevolking. 

De Franse communistische krant L'Humanité besteedt meer aandacht aan de grote volksoptocht dan aan de aanwezigheid van Churchill.

De Britse premier Churchill is daarvoor persoonlijk naar de Franse hoofdstad gekomen. Op een korte uitstap in Normandië na D-day was dit Churchills eerste bezoek aan het bevrijde deel van Europa. Hij is met groot enthousiasme begroet en kreeg het ereburgerschap van de stad Parijs. 

Ook in Ieper vond opnieuw een 11 november-plechtigheid plaats. aan de Menenpoort. Daarbij werd zoals gebruikelijk de Last Post gespeeld.  De dagelijkse Last Post-ceremonies aan de Menenpoort hadden onder de Duitse bezetting niet plaatsgevonden maar werden meteen hervat na de bevrijding van de stad op 6 september (IFF).