Martins Rudzitis

Opstaan als slachtoffer van kindermisbruik is een recht en kan geen verwachting zijn

Minne De Boeck en Tim Stroobants, experten kindermisbruik, wijzen op de valse verwachting die de indieners van het wetsvoorstel voor de afschaffing van de verjaringstermijn voor kindermisbruik rond de pakkans van daders scheppen. De wet is volgens hen vooral symbolisch, want slachtoffers verdienen erkenning, of ze nu ooit wensen op te staan of niet.

opinie
Minne De Boeck en Tim Stroobants
Minne De Boeck, Universitair Forensisch Centrum (UFC) & Stop it Now! Tim Stroobants, Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK)

De Kamer heeft vandaag de afschaffing van de verjaringstermijn voor feiten van seksueel kindermisbruik goedgekeurd. Mochten wij een stem hebben, zeggen wij uitdrukkelijk "ja" tegen dit voorstel. Het had zelfs al sneller mogen komen.

De argumentatie en doelstelling die de wetsvoorstellers aanhalen zijn echter niet helemaal correct. Want voor de slachtoffers zijn er wel wat mogelijke valkuilen en recidive beperken zal deze wet niet doen.

De wet vertrekt van het recht van slachtoffers, maar richt zich in werkelijkheid quasi uitsluitend op het "pakken van de daders". Wanneer je jaren gezwegen hebt, is spreken veel complexer dan "gewoon" even een klacht indienen. Vanuit de ervaring met hulp aan slachtoffers én daders zijn we voor het wetsvoorstel, mits de juiste uitwerking en eerlijke communicatie over wat de wet écht zal betekenen.

Recidive beperken, zal deze wet niet doen

Slachtoffers van seksueel kindermisbruik vonden na jaren de moed naar buiten te treden met wat ze hebben meegemaakt. Als antwoord op de "Commissie Seksueel Misbruik binnen de Kerk" werd in 2012 de verjaringstermijn voor seksueel kindermisbruik verhoogd van 10 naar 15 jaar. Was dit een "compromis Belge" in afwachting van een echt statement?

(lees verder onder de afbeelding)

huiszoeking tijdens operatie naar kindermisbruik in de kerk BELGA/GYSENS

Wat willen we eigenlijk bereiken met veroordeling en bestraffing?

Eerst en vooral is er de vraag: Wat willen we eigenlijk bereiken met veroordeling en bestraffing? Willen we erkenning geven aan het slachtoffer? Ja, en het misbruik van kinderen in gesloten gemeenschappen en gezagsrelaties tonen dat de verjaringstermijn hierbij vaak een probleem vormt.

Het historisch misbruik in de kerk en grensoverschrijdend gedrag van sportcoaches zijn enkele uitgesproken recente voorbeelden van situaties waarbij slachtoffers "te laat kwamen" om erkenning te vragen. Nogal wat slachtoffers zijn dan ook zelf vragende partij om de verjaringstermijn aan te passen. 

 Nogal wat slachtoffers zijn zelf vragende partij om de verjaringstermijn aan te passen 

En toch, er is een maar. De indieners wijzen op het belang van aangifte te doen als slachtoffers -en liefst zo snel mogelijk- zodanig dat we de "pakkans" kunnen vergroten. Want het is juist de onaantastbaarheid die maakt dat daders verder en verder gaan. Hiermee wijzen ze op de verantwoordelijkheid van het slachtoffer.

Maar opstaan na slachtofferschap is een recht en kan geen verwachting zijn. Volwassenen die als kind slachtoffer werden van seksueel misbruik zijn niet steeds uit op een veroordeling van de dader, onder andere omdat de dader meestal een bekende was (of is) uit de nabije omgeving. 

Voor slachtoffers kan een veroordeling een onderdeel zijn van de erkenning voor het onrecht en kwetsuur dat hen is aangedaan, maar nog belangrijker zijn vaak de mogelijkheden op herstel en bemiddeling. En deze mogelijkheden zijn niet altijd even goed uitgebouwd. Velen onder hen doen ook nooit een melding of aangifte, ook niet wanneer ze meerderjarig worden.

  • Ongeveer 10 procent van de gevallen zou leiden tot een aangifte en in 2018 werden in de vertrouwenscentra kindermishandeling 1.247 meldingen van seksueel misbruik gedaan. Wat we weten is dus slechts een fractie van het reële aantal gevallen.
  • Uit een bevraging bij scholieren blijkt dat 4 procent van hen aangeeft ooit seksueel misbruik te hebben ervaren. Dit zijn zo’n 51.000 kinderen in Vlaanderen of bijna 1 kind per schoolklas.

Opstaan na slachtofferschap is een recht en kan geen verwachting zijn

We moeten deze kinderen en volwassenen vooral wanneer ze dat wensen een stem geven en de drempels naar aangifte -maar ook hulp- zo laag mogelijk houden, maar evenzeer moeten we hun wens respecteren wanneer ze geen aangifte wensen te doen.

Effectieve impact is beperkt

De bewijslast zal er immers niet op verbeteren na al die jaren, terwijl de verwachtingen wél worden verhoogd. Bestaat hier niet het gevaar dat slachtoffers op zoek gaan naar erkenning en deze toch niet zullen vinden? Ondanks dat ze de moed hebben gevonden om er iets mee te doen? Moeten we niet eerlijk zijn over de legitimiteit van deze wet en het effect dat deze echt zal hebben?

De wet zal niet voorkomen dat de feiten zich herhalen, want ze richt zich juist op de daders die lang onder de radar zijn kunnen blijven

Deze wet zal bovendien "slechts" een wet zijn voor een aantal zaken die nu –ten onrechte- geen gevolg krijgen, omdat ze verjaard zijn. Een vervolging na jaren van radiostilte kan wel erkenning geven maar de effectieve impact zal in veel gevallen beperkt zijn. Meer vervolgingen impliceren niet per se meer veroordelingen, meer bestraffingen of betere opvolging. Zeker niet als er zo’n lange tijd is overgegaan. Zolang we niets doen aan de lage aangiftegraad, de heel hoge seponeringsgraad en de kans op lage strafmaat dreigen heel wat slachtoffers extra te worden teleurgesteld. 

Wat al te vaak over het hoofd wordt gezien maar minstens zo belangrijk is: we willen met een veroordeling en bestraffing voorkomen dat de feiten zich herhalen. Door de dader op te sluiten, zodat het gevaar geweken is, of door de dader (nadien) op te volgen en te behandelen, om recidive te voorkomen. 

Maar dat is nu net wat deze wet niet zal doen. Dit wetsvoorstel gaat over de vervolgingen na meer dan 15 jaar vanaf het moment dat de slachtoffers de meerderjarigheid (18 jaar) hebben bereikt. Deze wet zal dus vooral van pas komen in gevallen waarbij er jaren is overgegaan, vooraleer er een aanklacht volgt op het seksueel delict. Wanneer de dader in kwestie een recidivist is, zal er hoogstwaarschijnlijk reeds recidive zijn gebeurd in die lange periode. 

De afschrikkingsgedachte die achter deze wet schuil gaat, dreigt het herstelgericht werken aan te tasten

Ja, bestraffing en behandeling kàn risicobeperkend werken, maar daar heeft deze wet nauwelijks invloed op. Want ze richt zich juist op de daders die lang onder de radar zijn kunnen blijven. Preventie van daderschap zal de wet dus niet meteen met zich meebrengen. Of althans niet op korte termijn.

Wel integendeel, de (onbedoelde) maar onderliggende boodschap die Kamerlid Valerie Van Peel (N-VA) met de argumentatie “Wie kindermisbruik op zijn geweten heeft, hoeft voor ons nooit meer gerust rond te lopen” geeft, is dat kindermisbruikers sowieso onverbeterlijk en onveranderbaar zijn, en er geen verbetering of gedragsverandering mogelijk is. 

Deze boodschap is niet hoopgevend, en kan als gevaarlijk gevolg hebben dat seksuele daders zich gestigmatiseerd en uitgesloten voelen en bijgevolg "niets meer te verliezen hebben". Leg dus niet alleen de focus op meer mogelijkheden tot vervolging, maar werk ook aan preventie door de daders verantwoordelijkheid te geven en door "een hand uit te steken" wanneer ze hun gedrag willen veranderen. Naast bestraffing, zijn ook begeleiding en behandeling nodig om ervoor te zorgen "dat ze wel iets te verliezen hebben". Anders dreigt de afschrikkingsgedachte die achter deze wet schuil gaat het herstelgericht werken aan te tasten.

Eenzijdige focus op seksueel geweld is verkeerd

Tot slot, legt de wet de focus op seksueel geweld. De specifieke aspecten die ertoe doen bij seksueel geweld kunnen er echter ook toe doen bij andere geweldsmisdrijven ten aanzien van minderjarigen. Denk maar aan intrafamiliaal geweld, mishandeling, verwaarlozing van kinderen enzovoort. Betrokken professionals zullen beamen dat het hier ook vaak gaat om ernstige situaties, met verschikkelijke gevolgen, dikwijls in familiecontext en –jammer genoeg- ook vaak met ogenschijnlijk onverbeterlijke daders. We houden met deze eenzijdige focus op seksueel geweld onze samenleving in de waan dat seksuele daders de meest ‘gevaarlijke’ groep daders zijn, die sowieso zullen recidiveren. 

We houden met eeneenzijdige focus op seksueel geweld onze samenleving in de waan dat seksuele daders de meest "gevaarlijke" groep daders zijn, die sowieso zullen recidiveren

En dat is het nu juist niet. Een minderheid recidiveert. Studies tonen aan dat in een periode van 5 jaar 10-15 procent van de daders opnieuw aangeklaagd of veroordeeld worden voor een zedendelict. Ook liggen de recidivecijfers voor seksueel geweld, lager dan de recidivecijfers voor andere soorten delicten.

Alle vormen van geweld ten aanzien van minderjarigen raken de meest kwetsbare groep van onze samenleving. Dient de focus dan misschien niet alleen te liggen op de bestraffing van daders van seksueel kindermisbruik? Maar op de bescherming van kinderen in het algemeen? Willen we niet een samenleving waar al onze kinderen vrij kunnen zijn van enige vorm van geweld? 

Is deze wet dan een maat voor niets? Nee. De wet geeft een essentiële boodschap. Namelijk: we staan seksueel kindermisbruik niet toe. En hoe lang het ook geleden is, we blijven erkenning geven voor wat er is gebeurd, voor de ernst van de feiten en de rechten van het slachtoffer. Als slachtoffers van seksueel kindermisbruik ooit willen opstaan, is dat hun recht en dan is het onze plicht als samenleving daar een antwoord op te bieden. En dan is het belangrijk dat zij geen justitieapparaat tegenkomen dat hen met hun moedig verhaal afwijst op basis van verjaring. 

De wet geeft wel de essentiële boodschap dat we seksueel kindermisbruik niet toe staan

Want kindermisbruik is een fenomeen waarbij het vaak jaren duurt alvorens slachtoffers klaar zijn om hiermee naar buiten te komen. Slachtoffers hebben niet altijd de kracht om aangifte te doen. Seksueel kindermisbruik gebeurt vaak in een proces van grooming, manipulatie en verborgenheid. Bovendien wordt het merendeel van de seksuele delicten ten aanzien van minderjarigen gepleegd door een bekende, waarvan 1 op 3 in familiecontext. Wat het nog moeilijker maakt hiermee naar buiten te komen. 

Ook wordt het trauma vaak weggeduwd maar komt het naar de oppervlakte op scharniermomenten in het leven van het slachtoffer (vb. krijgen van kinderen). Hetgeen uiteraard ook kan gebeuren na het 33ste levensjaar. Om deze –en zoveel andere- redenen staat het buiten kijf dat slachtoffers van seksueel kindermisbruik ten allen tijde recht hebben op reactie én erkenning. Want in bepaalde zaken zal deze wet wél het verschil kunnen maken.

De wet is ook -en vooral- symbolisch. Het is zo symbolisch dat het de partijpolitiek overschrijdt, de mogelijke ‘kwetsbaarheden’ van de wet te boven gaat en het ons moreel kompas overduidelijk richting geeft. Want slachtoffers verdienen erkenning, of ze nu ooit wensen op te staan of niet.

Info:

  • 1712 is er voor iedereen die slachtoffer werd van misbruik, geweld of kindermishandeling. Minderjarige slachtoffers kunnen via chat anoniem terecht bij www.nupraatikerover.be
  • Maak je je zorgen over je eigen seksuele gevoelens of gedrag ten aanzien van minderjarigen, of die van een naaste? Neem contact op met stopitnow! www.stopitnow.be - 0800/200.50

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.