Bijenkorven in de stad: hip en groen imago, maar het is niet al goud wat blinkt

In grootsteden als Parijs en Brussel staan extra bijenkorven opgesteld. Dat klinkt als een goede zaak voor de natuur, maar het is niet per se goed voor de biodiversiteit, integendeel zelfs. Zo blijkt uit nieuw Frans onderzoek dat een teveel aan honingbijen nefast is voor de andere, wilde soorten. 

Wereldwijd worden in grote steden - van Australië tot Amerika – steeds vaker bijen uitgezet. In Parijs is de bijenpopulatie zelfs geëxplodeerd. In 2011 stonden er nog maar 300 bijenkorven in de stad (met elk vele duizenden bijen), nu staan er al meer dan 2.000 bijenkorven. Het stadsbestuur zet ze in parken, bedrijven zetten ze op het dak van hun kantoor.

(lees verder onder de foto)  

Doel is om de biodiversiteit te stimuleren. Bovendien willen dierenliefhebbers de bij "redden". Op het platteland wordt het insect namelijk bedreigd door bestrijdingsmiddelen. Door bijenkorven in steden neer te zetten, houd je de populatie op peil, is het idee.

Wat is er precies onderzocht?

De wetenschappers doken drie jaar lang parken en plantsoenen in Parijs in om daar de bijenbewegingen nauwgezet vast te leggen. "En wat we zagen is dat op alle plekken waar de honingbij door de mens werd geïntroduceerd, het aantal wilde bijen dat daar al leefde, afnam"’, zegt onderzoekster Isabelle Dajoz van de Université Paris Diderot. "Op sommige plekken zagen we dat de populatie aan wilde bijen zelfs was gehalveerd." 

Op sommige plekken zagen we dat de populatie aan wilde bijen was gehalveerd

Isabelle Dajoz - Université Paris Diderot

De reden daarvoor is simpel. De nieuwe honingbijen zijn actiever en efficiënter met het verzamelen van nectar. Er blijft voor de wilde bijen niets over. En niet alleen voor die wilde bijen: ook andere bestuivers zoals vlinders en kevers verdwijnen.

"De biodiversiteit in Parijs wordt dus juist mínder door het introduceren van bijen door de mens", aldus Dajoz. 

De biodiversiteit wordt dus juist minder door het introduceren van bijen door de mens

Isabelle Dajoz - Université Paris Diderot

Bovendien is de honingbij helemaal niet in alle bloemen geïnteresseerd. Voor orchideeën en tomaten – om maar twee voorbeelden te noemen – haalt de honingbij haar neus op: die zijn dus afhankelijk van wilde bijen voor hun bestuiving. "Maar als die wilde bijen er niet meer zijn, komen er dus geen nieuwe wilde orchideeën of tomaten meer."

Dat heeft ook weer consequenties voor bijvoorbeeld de vogels in de stad, die zich voeden met deze bloemen en planten.

Wat moet er gebeuren?

Milieuspecialiste Dajoz heeft een simpel advies: "Stop met het neerzetten van bijenkorven in steden als Parijs. Of nog beter: haal er een heleboel weg." Er zijn simpelweg te veel honingbijen in Parijs. "Er staan nu 20 bijenkorven per vierkante kilometer in Parijs. In heel Frankrijk is dat 3 per vierkante kilometer."

Stop met het neerzetten van bijenkorven in steden als Parijs

Isabelle Dajoz - Université Paris Diderot

Een andere optie: plant meer groen. Met meer bloemen in de stad, en meer stuifmeel, is er wellicht genoeg nectar voor alle bijen en niet alleen voor de – door de mens geïntroduceerde – honingbij. 

Het onderzoek van Dajoz en haar collega’s heeft tot grote commotie geleid in Frankrijk. Milieuliefhebbers voelen zich een beetje in hun hemd gezet. "Mensen proberen iets goeds te doen door de bij naar de stad te halen. Maar we hebben het te goed willen doen, we zijn te ver gegaan", zegt de wetenschapster.

Hoe zit het precies in België?

De Gentse universiteit (UGent) heeft een wetenschappelijke onderzoeksgroep voor bijen, Honeybee Valley aan Gent Sterre. Dries Laget, die er imkerconservator is, zegt dat het moeilijk is om concurrentie tussen honingbijen enerzijds en wilde bijen en hommels anderzijds precies in kaart te brengen.

Overpopulaties van honingbijen kunnen inderdaad nefast zijn voor andere soorten, maar zij zullen ook zichzelf beconcurreren, benadrukt hij. Hoe dan ook moeten we overbevolking vermijden, “want de drie soorten samen, honingbijen, hommels en solitaire bijen, dat is natuurlijk ideaal voor de biodiversiteit”. Het voornaamste probleem, zegt hij, is de enorme achteruitgang van het voedselaanbod (nectar en stuifmeel).

Het lijkt mooi voor de biodiversiteit, maar dat is het niet per se

Zeker in grootstedelijke omgevingen met sowieso al minder groen, kan dat nog nijpender worden. Daarom moeten we goed uitkijken met het plaatsen van bijenkorven in de stad. Laget denkt dat België in grootsteden als Brussel, Gent en Antwerpen zeker aan de limiet zit met het aantal korven dat nu is uitgezet.

In onze grootsteden zitten we zeker aan de limiet wat het aantal bijenkorven betreft

“Eigenlijk zou het ideaal zijn dat als er ergens een bijenkorf op het dak van een gebouw wordt geplaatst (denk aan het dak van het Vlaams Parlement), dat er dan meteen ook voldoende bloemen en planten met stuifmeel en nectar worden bij geplant.” Maar daar is helaas vaak geen ruimte en/of geld voor. Conclusie: het lijkt allemaal hip en groen, maar enkel een bijenkorf plaatsen zonder meer, is eigenlijk niet goed voor de biodiversiteit.

Waarom zijn honingbijen sterker?

Een teveel aan bijen en te weinig voedsel: dan is het logisch dat dit niet goed afloopt. Honingbijen halen dan de bovenhand op hommels en de tientallen soorten wilde bijen omdat zij de steun genieten van een imker – die opvolgt hoe zijn korf eraan toe is en eventueel in bijkomend voedsel voorziet – en omdat ze zelf van nature meer reserves aanleggen.

“Een hommel bijvoorbeeld zet minder reservevoedsel opzij”, zegt Laget. Honingbijen kunnen 3 kilometer ver vliegen, soms zelfs tot 5 kilometer om voedsel te vinden, terwijl wilde bijen veeleer in hun dichte leefomgeving blijven zoeken.

Wat als… er enkel honingbijen zouden zijn? Is dat eigenlijk een probleem?

Te veel honingbijen zijn dan misschien slecht voor de biodiversiteit, maar er zijn tenminste bijen. Zou dit ook concrete gevolgen hebben voor ons? Toch wel, zegt Laget, want honingbijen bestuiven lang niet alle bloemen en planten. Tomatenplanten bijvoorbeeld worden het best door hommels bestoven.

En er is meer: honingbijen komen pas naar buiten vanaf 12 graden Celsius. Stel dat een vroege bloeier als de perelaar bloesems krijgt in het voorjaar waarna net een koude periode volgt: dan is het belangrijk dat er andere bijen zijn. Verschillende bloemen worden bestoven door verschillende types, afhankelijk van de lengte van hun tong om de nectar op te zuigen.

Ter info: één korf in Honeybee Valley in Gent heeft 50 tot 60.000 bijen in de zomer, en rond de 10.000 in de winter. 

Meer lezen?