© Kabinet Pascal Smet

Twee 19e-eeuwse cafés aan het Zuidstation in Brussel worden beschermd

De Brusselse regering heeft op voorstel van staatssecretaris voor Urbanisme Pascal Smet (one.brussels-SP.A), bevoegd voor de bescherming van het erfgoed, de authentieke cafés Le Laboureur en La Ruche beschermd. De cafés liggen op de Jamarlaan 1a en 1b in Sint-Gillis, niet ver van het Brusselse Zuidstation. Niet alleen de gevels, maar ook het interieur van de cafés zelf worden beschermd. Zo blijft het authentieke decor bestaan.

De Brusselse regering gaat twee cafés beschermen. "Deze authentieke cafés uit de 19e eeuw bepalen mee de identiteit van onze stad. Het zijn symbolen die dreigen te verdwijnen als we ze niet beschermen. Door ons erfgoed te erkennen en te onderhouden, maken we Brusselaars fier op hun stad en dragen we bij aan de internationale uitstraling van de stad, want Brussel heeft nog heel wat onbekende, en soms ook onbeminde pareltjes," zegt de Brusselse staatssecretaris Pascal Smet.

De eclectische voorgevels van de twee cafés hebben neoclassicistische invloeden en dateren van 1875. Ze gaven karakter aan het Grondwetplein, het plein aan het prachtige oude Zuidstation. Naast de gevels wordt het interieur van de cafés beschermd, zoals de schilderijen en het glas-in-loodraam.

De verbouwingswerken aan de cafés werden in 2014 en 2016 stopgezet. "Door de gebouwen vandaag te beschermen, zetten we onze ambitie kracht bij om Brussel een karaktervolle smoel te geven. Een stad die trots is op haar rijk verleden en haar toekomst omarmt," besluit Pascal Smet.

De bescherming van beide cafés is de nieuwste in een al uitgebreide lijst van Brusselse cafés en kroegen, met onder meer het Goudblommeke in Papier (Cellebroersstraat 55), het beroemde literaire cabaret waar kunstenaars van de surrealistische beweging van gedachten wisselden, het eeuwenoude L'Estrille Du Vieux Bruxelles in de Rollebeekstraat en de staminee van het Toone Theater.

De lijst telt ook pareltjes uit de buitenwijken, zoals die van de Waterloosesteenweg 830 in Langeveld en Au Vieux Spijtigen Duivel (Alsembergsesteenweg 621) in Ukkel, of La Ferme du Wilg (Wemmelse Steenweg 162-164, Jette), de voormalige melkerij van De Oude Linde en de Auberge de Boondael in Elsene.

Vanaf het derde kwart van de 19de eeuw duiken grote cafés op langs de nieuw aangelegde centrumlanen en in de aangrenzende straten: Le Falstaff en Le Cirio aan het Beursgebouw, het café van Hotel Metropole op het De Brouckèreplein, taverne Greenwich in de Kartuizersstraat en A La Mort Subite in de Warmoesberg.

Tot slot zijn er de art-decocafés, met onder meer Café de l'Espérance, op het gelijkvloers van een hotel in de Finisterraestraat, en L'Archiduc in de Dansaertstraat. La Ruche en Le Laboureur, in de zuidwijk, sluiten perfect aan bij de Brusselse brasseries uit het begin van de twintigste eeuw. Nagenoeg aan de overkant staat het historische Caulier Express Midi, met zijn publicitaire voorgevel nog zo een brasserie die het Brusselse landschap kleur geeft. Vandaag huisvest het L'Avenida.

© Kabinet Pascal Smet
© Kabinet Pascal Smet