Roman Polanski verfilmt Dreyfus-schandaal; waarover ging die "affaire" en hoe actueel is ze nog? 

Filmregisseur Roman Polanski waagt zich aan een van de grootste schandalen uit de Franse geschiedenis: de Dreyfus-affaire. Een verhaal van spionage en doofpot, vervalst bewijsmateriaal, brutale Jodenhaat, wilde perscampagnes en een enorme polarisatie in de maatschappij.  De lancering van de film "J'accuse" gaat zelf gepaard met nieuwe controverse. Een Franse fotografe zegt dat ze in de jaren 70 door regisseur Polanski is verkracht.

Op zijn 86e komt de Pools-Franse regisseur Roman Polanski met een film waar hij lang op heeft gebroed: "J'accuse", het verhaal van de Dreyfus-affaire, de onterechte veroordeling van een Joodse militair in het Franse leger, eind 19e eeuw. De film werd in september op het festival van Venetië bekroond met de juryprijs en komt op 13 november in de bioscoop.

De lancering wordt overschaduwd door een nieuw schandaal over misbruik: de Franse fotografe Valentine Monnier zegt dat ze in 1975 als 18-jarige door Roman Polanski werd verkracht.

Sommige critici vinden het geen toeval dat Polanski voor het Dreyfus-thema kiest: al sinds de jaren 70 is de regisseur zelf op de loop voor het Amerikaanse gerecht, wegens een eerdere zaak van kindermisbruik.  Polanski zelf legde de link deze zomer in een interview: "Ik zie dezelfde drang om de feiten te ontkennen en mij te veroordelen voor dingen die ik niet heb gedaan."

Los van de controverse over misbruik is "J'accuse" een klassieke, historische film, met duidelijke parallellen met 2019: politieke en maatschappelijke polarisering, Jodenhaat, de manier waarop machthebbers de gelederen sluiten om een schandaal toe te dekken.

Bekijk hier de trailer van "J'accuse" en lees daarna verder:

Voor zijn film baseert Polanski zich op de thriller "An officer and a spy" van de Brit Robert Harris, in het Nederlands verschenen als "De officier". De focus in boek en film ligt niet op Alfred Dreyfus maar wel op Georges Picquart, de man die het schandaal aan het licht bracht en als een klokkenluider tegen de heilige huisjes van het leger stampte. Volgens Franse historici is die heldenrol voor Picquart wel wat overdreven. 

De Affaire met hoofdletter A

Waarover ging die Dreyfus-zaak eigenlijk? Terug naar de laatste jaren van de 19e eeuw. Niet enkel Frankrijk, maar heel Europa is in de ban van "de Affaire" met hoofdletter A.

Alfred Dreyfus, Joods kapitein in het Franse leger, wordt in 1895 tot levenslang veroordeeld wegens spionage. Hij zou militaire geheimen hebben verpatst aan de Duitse vijand. Zijn sabel wordt gebroken, zijn insignes afgerukt, een menigte schreeuwt: "Mort aux Juifs", "Dood aan de Joden!"

Dreyfus moet zijn straf aan de andere kant van de wereld uitzitten. Hij wordt eenzaam opgesloten op het tropische Duivelseiland in Frans-Guyana. Waar later ook Henri Charrière zou terechtkomen, bekend van zijn verfilmde memoires "Papillon" en waar in de omgeving en nog later Europese ruimteraketten zouden worden gelanceerd vanop de basis Kourou.

Lees verder onder de foto van Alfred Dreyfus:

De ideale zondebok

Dreyfus zit vier jaar vast op Duivelseiland. Intussen lanceert zijn broer in Frankrijk een campagne om zijn onschuld te bewijzen. Binnen het leger gaat luitenant-kolonel Georges Picquart op onderzoek uit. Het is die Picquart die de hoofdrol speelt in de film van Polanski. Hij ontdekt dat niet Dreyfus, maar iemand anders geheime informatie aan de Duitsers doorspeelde: Ferdinand Walsin Esterhazy was de spion.

Dreyfus is dus ten onrechte en op basis van vervalste documenten beschuldigd, mét steun van de legertop, omdat hij als Jood nu eenmaal de ideale zondebok is.   

Frankrijk smult van elk detail van de Affaire. De samenleving is gespleten; wie niet voor Dreyfus is, is tegen. Voorstanders zijn eerder links georiënteerd, republikeins, Joods of ongelovig; tegenstanders zijn eerder conservatief, koningsgezind, nationalistisch en anti-Joods. Kunstenaars als Monet en Pissarro waren voor, maar Degas en Cézanne waren tegen Dreyfus. Marcel Proust was voor, dichter Paul Valéry tegen. In Polanski's film zit een fijne verwijzing naar het beroemde schilderij "Déjeuner sur l'herbe" van Edouard Manet, met "Dreyfusards" in het gras.

De kloof loopt dwars door families en vriendenkringen heen. Op deze cartoon is te zien hoe een rustig dineetje ontaardt zodra de Affaire ter sprake komt:

J'accuse...! Lettre au Président de la République

Wanneer de echte spion Esterhazy door een militaire rechtbank wordt vrijgesproken gooit schrijver Emile Zola op 13 januari 1898 een bom. De krant L’ Aurore drukt over de hele voorpagina een brief van hem af, gericht aan de president van Frankrijk, met als titel "J’accuse", "Ik beschuldig".

Emile Zola, onder meer bekend van de roman "Germinal", neemt de verdediging van Dreyfus op zich. In de brief schrijft hij dat het het bewijsmateriaal tegen Dreyfus rammelt. Hij valt ook met naam en toenaam enkele hoge militairen aan.

Als gevolg moet Emile Zola zélf voor de rechter komen. Dat proces wordt bijgewoond door die andere grote Franse schrijver Marcel Proust, die zich met boterhammen en koffie in de rechtszaal installeert om geen minuut te missen. Zola krijgt een gevangenisstraf en een boete, maar vlucht weg naar Engeland. Vier jaar later sterft hij door een verdacht geval van CO-vergiftiging. "J'accuse" werd een van de beroemdste brieven uit de geschiedenis.  

Na veel vijven en zessen wordt de zaak-Dreyfus heropend; Alfred Dreyfus krijgt eerst gratie en gaat uiteindelijk in 1906 vrijuit, nadat het Hof van Cassatie zijn veroordeling annuleerde. Hij krijgt eerherstel, overleeft nog een aanslag en de Eerste Wereldoorlog.  

Lees verder onder de afbeelding:

Age du papier - Felix Vallotton

Al die jaren zorgt de zaak-Dreyfus voor krantenkopij en eindeloze inspiratie voor cartoonisten, columnisten, dichters en componisten. Vaak ook vanuit het buitenland: nogal wat pro-Dreyfus-pamfletten en -liedjes worden in het liberale België gefabriceerd. 

Lees verder onder de afbeelding:

Nogal wat auteurs hebben over de beruchte kwestie geschreven: Marcel Proust of Anatole France, die er in "Het eiland van de pinguïns" de draak mee stak. 

Interessant is ook dat een van de allereerste films over Dreyfus gaat: al in 1899 draait de beroemde Georges Méliès, later bekend van "Le voyage dans la lune", elf korte stomme films over Dreyfus. Ze worden overigens verboden in de bioscoop, omdat toeschouwers te vaak met elkaar op de vuist gaan.

De affaire zindert nog altijd na in Frankrijk. In 1998 bijvoorbeeld biedt de katholieke krant La Croix excuses aan voor haar anti-Joodse slogans van een eeuw eerder. De Dreyfus-affaire is verplichte leerstof nu. Rapper Joey Starr maakt er een eigen "instudeerbare" rapversie van: 

Chansonnier Yves Duteil, een achterneef van Alfred Dreyfus, bekend van "Prendre un enfant par la main" schrijft in 1977 een lied over de zaak-Dreyfus:

Ten slotte nog dit:  Alfred Dreyfus heeft enkele bekende nazaten: Francis Dreyfus was een van de grote Franse muziekproducers, onder meer van Jean-Michel Jarre, en zijn dochter, actrice Julie Dreyfus, speelt in enkele films van Quentin Tarantino.