Publieke gebouwen onvoldoende toegankelijk: geen enkel onderzocht gebouw voldoet aan de regels

Veel publieke gebouwen - zoals overheidsgebouwen, winkels en appartementsblokken - zijn onvoldoende toegankelijk voor mensen die minder mobiel zijn, zoals rolstoelgebruikers of ouders met een kinderwagen. Dat blijkt uit een studie in opdracht van de Vlaamse overheid die Het Laatste Nieuws kon inkijken. Sinds 2010 moet bij nieuwbouw of verbouwingen rekening gehouden worden met de toegankelijkheid. Maar van de 148 gecontroleerde gebouwen, voldeed zo goed als geen enkele aan de regels. Dat moet beter, klaagt Vlaams Parlementslid Maurits Van de Reyde (Open VLD) aan. 

Sinds 1 maart 2010 geldt in Vlaanderen de gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor toegankelijkheid. Die moet ervoor zorgen dat publieke gebouwen voor iedereen toegankelijk zijn. Om een vergunning te krijgen voor nieuwbouw of een verbouwing moet een project daarom aan een aantal criteria voldoen. Denk bijvoorbeeld aan aangepast sanitair, een toegankelijke lift of een deur die breed genoeg is.

Uit onderzoek blijkt nu dat de regels onvoldoende worden nageleefd. "De resultaten tonen aan dat de toegankelijkheidsverordening momenteel niet de gewenste impact heeft op de effectieve basistoegankelijkheid van nieuwe gebouwen of grondige renovaties", klinkt het.

In het onderzoek werden de bouwplannen van 148 projecten onder de loep genomen die de regels van de toegankelijkheidsverordening hadden moeten naleven. Maar slechts 10 van de 148 plannen voldeden, alle andere projecten hadden dus niet zomaar een vergunning mogen krijgen. Bovendien bleken er van die 10 gebouwen 8 niet in orde te zijn bij de uiteindelijke uitwerking van de plannen, 2 andere projecten waren nog niet voltooid. Met andere woorden: geen enkel afgewerkt project was in orde met de toegankelijkheidsverordening.

"In eerste instantie moet de controle en de handhaving beter", stelt Vlaams Parlementslid Maurits Van de Reyde (Open VLD). "Als regels niet worden gecontroleerd, is het verleidelijk om ze niet na te leven. In tweede instantie kan je ook nadenken of je toegankelijkheid kan opnemen in de non-discriminatiewetgeving. Dan maak je van toegankelijheid een recht dat je als minder mobiel persoon ook echt kan afdwingen." 

Meest gelezen