Schakeljaar na aso "zinvol, maar geen mirakeloplossing" en "wie gaat dat organiseren?" 

Het idee van het zevende jaar of "schakeljaar" dat minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wil invoeren na het algemeen secundair onderwijs roept nog veel bedenkingen op. Dat jongeren nog beter voorbereid kunnen worden op het hoger onderwijs, daar is iedereen het over eens. Toch zal het schakeljaar zeker geen mirakeloplossing zijn.

Voor 18-jarigen in ons land zijn de mogelijkheden qua studiekeuze zo goed als onbeperkt, want enkel voor de opleidingen arts en tandarts zijn er beperkende (in aantal geslaagde studenten die mogen beginnen) én bindende (als je niet geslaagd bent, kan je er niet aan beginnen) toelatingsproeven in ons land. Er zijn dan ook veel factoren die meespelen waarom studenten niet (meteen) slagen in het hoger onderwijs. 

"Wij hebben een zeer open toegang naar het hoger onderwijs", zegt Marc Verdyck, directeur studentenzaken bij Thomas More hogeschool. "Regelmatig zien we dat er daardoor een totale mismatch is tussen een persoon en een studiekeuze. Dat is een groot probleem. Een schakeljaar kan een zinvol idee zijn om , maar zal nooit een mirakeloplossing zijn." 

Regelmatig zien we een totale mismatch tussen een persoon en een studiekeuze.

Marc Verdyck, directeur studentenzaken Thomas More

Ook Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent, beaamt dit. "Wat in ons land vrij uniek is, is die vroege studiekeuze. Maar op je 18e doet het er niet meer toe welk diploma je precies hebt, want dan kan je -behalve arts en tandarts- in feite nog alles gaan studeren."

"In veel landen moet je vooraleer je aan bepaalde richtingen in het hoger onderwijs mag beginnen wel in het licht van je verdere studies examens afleggen", gaat De Bruyckere verder.  "Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het secundair onderwijs voorbereidt op verder studeren. Nu zie je dat jongeren op jonge leeftijd al keuzes kunnen maken en dat daarna weer alles mogelijk wordt. Mogelijk is dat schakeljaar een oplossing om dit te compenseren." 

Vooral zinvol voor specifieke groepen

Een schakeljaar kan vooral zinvol zijn voor zeer specifieke groepen, jongeren die iets willen studeren wat minder aansluit bij hun studiekeuze in de middelbare school. "Bijvoorbeeld iemand die in het hoger onderwijs chemie (of een andere wetenschappelijke opleiding) kiest, maar te weinig voorkennis heeft opgedaan in het secundair onderwijs. Ook voor de taalopleidingen zien we vaak grote verschillen in competenties. Maar het is belangrijk om mee te geven dat dat probleem zich meestal niet situeert bij mensen die van aso-niveau komen."

Ook De Bruyckere ziet in het schakeljaar een manier om ervoor te zorgen dat mensen beter georiënteerd en voorbereid zijn. "Maar de ironie van dit voorstel is dat je een verlenging van de periode waarin studenten hoger onderwijs volgen (te veel studenten doen langer over hun opleiding dan de bedoeling is) probeert tegen te gaan door het secundair onderwijs te verlengen met dat zevende jaar."

Wie, wat, waar, hoe?

Het zevende jaar moet nog concreet uitgewerkt worden, wellicht zal dat gebeuren per regio. De vraag blijft: wie gaat die schakeljaren organiseren? "Het secundair onderwijs is het duurste onderwijsniveau dat we hebben", zegt De Bruyckere. "De organisatie van die schakeljaren zou het secundair onderwijs veel extra werk bezorgen en er moet ook budget voor vrijgemaakt worden. Leg je de verantwoordelijkheid hiervoor bij het hoger onderwijs, dan moet er daar meer geïnvesteerd worden. En ook dan blijft de vraag: hoe ga je het vormgeven?" 

Nu zijn er voor bepaalde opleidingen al niet-bindende oriëntatieproeven, bijvoorbeeld voor de lerarenopleiding. Het was al de bedoeling dat die er gaandeweg ook voor andere opleidingen zouden komen en in de beleidsnota staat dat de minister wil onderzoeken of die oriëntatieproeven voor bepaalde opleidingen (bv. de lerarenopleiding) niet bindend zouden moeten worden. 

"Vrijheid in hoger onderwijs moeilijk om mee om te gaan"

Er is trouwens niet enkel het probleem van een beperkte voorkennis bij jongeren die aan een bepaalde hogere opleiding beginnen, jongeren weten vaak ook te weinig over hoe ze studies in het hoger onderwijs moeten aanpakken. 

"Dat gaat dan over hoeveel zelfstandigheid, in de zin van persoonlijke planning, er van hen verwacht wordt", legt Verduyck uit. "In het hoger onderwijs lijkt het erop dat ze plots alle vrijheid hebben en voor velen is het moeilijk om daar mee om te gaan.  Dat leidt onder meer zelfs tot alcoholproblemen, iets wat we frequent zien opduiken in studentensteden. We krijgen veel studenten onvoldoende snel aan het werk. Een mogelijke oplossing hiervoor is meer tussentijdse feedback, maar daarvoor hebben we dan weer te weinig middelen. Wij zijn nu op zoek naar een systeem om risicostudenten sneller op te sporen, op basis van hoeveel bagage ze vooraf hebben en hoe actief zijn ze?"