Deze foto schetst de hellingsgraad die niet van de poes is.

Na zware valpartijen in de Zesdaagse: hoe gevaarlijk is wielrennen op een bangelijk steile piste tegen top­snelheden?

Gisteren is de Zesdaagse van Gent opgeschrikt door twee valpartijen. Mark Cavendish maakte in de baanronde een uitschuiver en moest zich laten vervangen, Gerben Thijssen crashte zwaar tijdens de supersprint en ligt momenteel op de afdeling intensieve zorg met breuken en enkele hersen­bloedingen. Rijden op de piste oogt spectaculair met een steile baan en waanzinnige snelheden. Maar hoe gevaarlijk is de discipline? 

De Brit Mark Cavendish noemde de Zesdaagse van Gent in het Kuipke maandag nog "de Tour de France van de piste", eentje van 166 meter lang. De renners zullen na zes dagen maar liefst 4.500 ovale rondjes gereden hebben. En wat meteen opvalt aan de piste: ze is bangelijk steil, vooral in de bochten met een hellingspercentage van 48 procent. Daarmee is de piste van Gent - na die van Bremen - de steilste piste van de wereld. 

De piste in Gent. BELGA/CLAESSEN

En dan zijn er nog de snelheden. "Cavendish viel gisteren tijdens de baanronde en was juist met 70 tot 75 kilometer per uur op zijn topsnelheid", vertelt voormalig baanwielrenner en pistekenner Stan Tourné aan onze redactie. 

Cavendish was gisteren na zijn val te suf om nog te rijden. © Cor Vos Fotopersburo-Video ENG Postbus 210 3190 AE Hoogvliet Nederland 0653119028 -www.corvospro.com fotodesk@corvospro.com

Pistefiets: geen remmen, geen versnellingen

Of om het met de woorden van kampioen Iljo Keisse te zeggen: "Vallen op de baan op volle snelheid is je ergste nachtmerrie." Je mag dan nog een valhelm dragen. De baanwielrenners rijden bovendien op een fiets zonder remmen en versnellingen. Ze rijden met één vaste versnelling en kunnen de benen niet stil houden.   

Vallen op de baan op volle snelheid... je ergste nachtmerrie

Toch vindt kenner Tourné het wielrennen op de weg gevaarlijker. "Op de piste weet je in principe altijd perfect wat er gaat gebeuren. Je kan nooit alle elementen uitsluiten, maar de verrassingsfactoren zijn geringer dan op de weg. Je hebt geen versmallingen van straten, geen hindernissen die tevoorschijn komen", legt Tourné uit.

Maar het vergt zeker de nodige ervaring. "Op de piste rijd je zonder remmen en moet je blijven trappen, dus vanaf het ogenblik dat er iets gebeurt, heb je slechts één uitweg: naar boven of naar onder. Het wielrennen in het algemeen is geen ongevaarlijke sport", besluit Tourné.

Bekende drama's

Op de piste in ons land kwamen al wielrenners om het leven. De bekendste is wellicht Stan Ockers in 1956, in het Sportpaleis van Antwerpen. Het jaar ervoor behaalde Ockers nog de wereldtitel (of de regenboogtrui) op de weg. In 1950 en 1952 eindigde hij als tweede in de Tour de France. 

Recenter liet Isaac Gálvez het leven bij een crash tijdens de wieler­zesdaagse van Gent. In 2006 maakte de Spanjaard een ongelukkig contact met collega Dimitri De Fauw en raakte een metalen balustrade. Waarna Gálvez onmiddellijk met breuken en interne bloedingen het bewustzijn verloor.

Tourné herinnert zich dat ongeluk erg goed, want hij zat toen in de tribune. "Gálvez vloog net voor mij uit de bocht", klinkt het. Tourné benadrukt dat sinds dat drama er meer veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, met bijvoorbeeld extra beschermingslagen.   

(archieffoto) Isaac Gálvez in 2006 in Gent.