usage worldwide, Verwendung weltweit

Zwaarste seksuele misdrijven verjaren sneller door fout in nieuwe wet, hoe kan dat?

Door een fout in de nieuwe wet rond de verjaringstermijnen van seksuele misdrijven zal het zwaarste seksuele misdrijf tegen meerderjarigen, verkrachting met de dood tot gevolg, sneller verjaren. Dat schrijft het Nieuwsblad. Vorige week werd in de Kamer een wet goedgekeurd die de verjaringstermijn van seksuele misdrijven tegen minderjarigen schrapt. Maar die wet heeft dus ook onbedoelde gevolgen voor de verjaringstermijn van seksuele misdrijven tegen meerderjarigen.

De fout in de nieuwe wet rond seksuele misdrijven is eigenlijk een pijnlijke vergetelheid. Het opzet van de wet blijft natuurlijk wel overeind, namelijk het schrappen van de verjaringstermijn van seksuele misdrijven tegen minderjarigen.

Maar door de koppeling over het hoofd te zien van de verjaringstermijnen tussen sek­suele misdrijven op minderjarigen en die op meerderjarigen, heeft de wet een ongewenst effect. Het zwaarste seksuele misdrijf op meerderjarigen - verkrachting met de dood tot gevolg - zal daardoor niet meer na 15 jaar, maar al na 10 jaar verjaren.

Kamerlid Stefaan Van Hecke (Groen) ontdekte de fout en legt uit hoe dit kon gebeuren. "Bij de wijziging van de wet zijn er heel wat artikelen geschrapt, toegevoegd en van plaats verwisseld. Bij die omzettingen is één artikel tussen de mazen van het net geglipt: het artikel dat spreekt over verkrachting of aanranding met de dood tot gevolg, één van de zwaarste misdrijven die er zijn."

Verwijzing klopt niet meer

Van Hecke zag dat er een fout is geslopen in de aanpassing van het gedeelte dat de verjaringstermijnen regelt. "Omdat men daar een aantal artikelen heeft uitgehaald, klopt een bepaalde verwijzing niet meer. Dat komt door een heel technisch juridisch probleem, doordat het artikel is opgesteld met allerlei kruisverwijzingen naar misdrijven die gepleegd worden op minderjarigen enerzijds en meerderjarigen anderzijds."

De Groen-fractie heeft intussen al een voorstel klaar om de fout in de wet recht te zetten. Maar omdat het wellicht een paar weken zal duren om die rechtzetting door te voeren, kan het zijn dat rechtszaken, die nu worden gepleit en draaien rond misdrijven van meer dan 10 jaar geleden, bij de publicatie van de foutieve wetgeving, verjaren.

Hoe kan dat?

Hoe kunnen er nu zulke kemels in een wetteksten sluipen? Daarvoor moeten we even kijken naar hoe een wet tot stand komt. Een wettekst kan ofwel door de regering (strikt genomen de koning, vandaar de term koninklijk besluit) ofwel door het parlement geschreven worden. 

Wetsontwerpen die door de regering worden ingediend, worden altijd gecontroleerd door de Raad van State. Bij wetsvoorstellen vanuit het parlement is dat niet verplicht. Daardoor kan er een fout in sluipen, zoals nu het geval was.

Gelezen en goedgekeurd

De aangepaste wet over de verjaring van verkrachtingen kwam vanuit het parlement, op initiatief van o.a. John Crombez (SP.A) en Valerie Van Peel (N-VA). Hun tekst werd eerst gelezen en goedgekeurd in een commissie en daarna door de volledige Kamer. 

Daar stelde de Groen-fractie vast dat er drie fouten in de teksten zaten. Twee fouten werden tijdig opgemerkt. De cruciale fout werd pas na de stemming opgemerkt en moet dus zo snel mogelijk rechtgezet worden door een nieuwe wettekst, een reparatiewet.

Vaak achteraf

Het gebeurt helaas wel vaker dat pas achteraf fouten worden ontdekt in wetteksten. Vaak gebeurt dat pas bij de toepassing: bijvoorbeeld als er iemand voor de rechter verschijnt en een advocaat een fout vindt in een wet die van toepassing is op zijn cliënt.

Zo ontdekte een advocaat uit Diksmuide vorig jaar een fout in de verkeerswet: doordat één woordje ontbrak konden veelplegers van verkeersovertredingen een lichtere straf krijgen. Ook hier moest een reparatiewet het gat in de wetgeving dichten.

In het parlement is er ook een speciale commissie die zulke fouten moet bekijken: het Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie. Dat comité kijkt kritisch naar wetten op basis van het jaarlijkse rapport van de Raad van State, uitspraken van het Grondwettelijk Hof en klachten van burgers, ondernemingen of administraties.