Video player inladen...

China, een land waar alles verandert terwijl je met je ogen knippert

Het is bijna vijf jaar geleden dat ik mijn correspondenten­kantoor in Peking verliet. China heeft sindsdien niet stil­gestaan. Er waren niet alleen spectaculaire gebeurtenissen, zoals de protesten in Hongkong, maar ook kruipende evoluties die grote gevolgen hebben voor de hele wereld: de technologische ontwikkeling, het groeiende patriottisme, de steeds strakker wordende controlemaatschappij, noem maar op. De voorbije dagen kon ik nog eens door mijn oude buurt lopen en daar blijkt alles, zoals in de rest van China, veranderd te zijn.

Het is een cliché om te zeggen dat alles in China razendsnel verandert. Maar cliché of niet, het klopt gewoon. En in de eerste plaats geldt dat voor het uitzicht in de steden. Er verschijnen in ijltempo nieuwe gebouwen, metrolijnen, wegen, en oude buurten verdwijnen. Terwijl ik dit schrijf, kijk ik uit over een uitgestrekt terrein naast mijn hotel, waar groen canvas op de grond ligt. Ruwweg geschat een oppervlakte van 500 bij 500 meter. De huizen die er vroeger waren, zijn weg. Alles ligt klaar om alweer een nieuw complex op te trekken.

Een van de grootste luchthavens ter wereld

Tijdens de eerste Belgische economische missie in Peking en Shanghai die ik volgde, nu alweer vijftien jaar geleden, viel het me al op hoe groot de bouwwoede was bij de Chinezen. Keer op keer moest ik bij daaropvolgende bezoeken hetzelfde vaststellen. En het houdt dus niet op. Het meest spectaculaire bouwwerk van dit jaar in Peking is de nieuwe luchthaven in het zuidelijke district Daxing. Het is een opvallende structuur in de vorm van een zeester, ontworpen door de in 2016 overleden architecte Zaha Hadid, bij ons bekend vanwege het Havenhuis in Antwerpen. (lees voort onder de foto’s)

De nieuwe luchthaven Daxing International in Peking

De nieuwe luchthaven, bijna honderd voetbalvelden groot, moet het bestaande luchthavencomplex met zijn drie terminals in het noordoosten van de stad ontlasten. Daxing International Airport ligt een heel eind buiten het centrum, zowat vijftig kilometer verwijderd van het Tiananmenplein. Jammer genoeg zal ik er tijdens deze reis niet geraken. Mijn vluchten landden en vertrekken in terminal 3 van de oude Beijing Capital Airport. Nu ja, oud is relatief, terminal 3 werd gebouwd voor de Olympische Spelen in 2008. Maar elf jaar geleden, dat staat in China gelijk met het stenen tijdperk. 

Sanering? Of verwoesting van het bruisende stadsleven?

Waar ik dus wel ben geweest, dat is in de buurt waar ik tijdens mijn correspondentschap woonde – de wijk van Gongti of het Workers’ Stadion, voor wie Peking een beetje kent. Een gezellige plek, met een aangename mix van authentieke hoofdstedelijke inwoners, migranten uit het platteland, en expats. Ietwat afgeleefde appartementsblokken staan hier naast bescheiden huizen in de nog overblijvende ‘hutongs’ (steegjes met een geanimeerd buitenleven) en daartussen nieuwe luxegebouwen en winkelcomplexen. (lees voort onder de foto)

Een muur staat waar vroeger tientallen handelszaken gevestigd waren

In een vlak bij mijn woning gelegen straat was er vroeger een hele reeks kleine handelszaken. Een wasserijtje, waar je kleren al na enkele uren schoon en gestreken klaarlagen, een nering met (niet erg legale) dvd’s en cd’s, een noedelbar of een bloemenwinkel. En ook een massagesalon (waar gewoon werd gemasseerd, geen verdoken bordeel zoals die ook bestaan). Allemaal weg. Want gesaneerd door de overheid van Peking. Net als de ontelbare terrassen van cafés en restaurants. Wij vinden buiten zitten gezellig, de Chinese stadsbestuurders zien het als rommelig. En dus moest het weg. Waar vroeger de winkeltjes lagen, is nu een muur opgetrokken. In onze ogen leeg, in de ogen van de autoriteiten proper en niet-storend. 

Hetzelfde lot was ‘Bar Street’ beschoren, een bruisende straat in uitgaansbuurt Sanlitun, op een boogscheut van waar ik woonde. Hier had je een Italiaanse cocktailbar, een Vietnamese eettent en verder tientallen cafés en voedselstandjes. Weg. Een jaar of twee geleden moesten de zaakjes plotseling dicht. Het duurde niet lang voor alles verdwenen was, en de straat heraangelegd. Zonder terrassen, zonder street food, alles clean, alles klinisch. Toen ik er enkele dagen geleden voorbijliep, kon ik het niet opbrengen om de zielloze straat in te gaan. In de buurt blijven er nog wel veel plekken over om te eten en te drinken, maar Bar Street was Bar Street. (lees voort onder de foto)

'Sanering' van Bar Street in 2017

Ook twee Belgische cafés, The Tree en Nearby the Tree, beide van dezelfde eigenaar, gingen in het kielzog van de sanering dicht. The Tree had behalve Belgisch bier ook zowat de beste pizza’s in Peking, met een oven die prominent tussen de tafeltjes stond. Mijn afscheidsfeest voor vrienden en collega’s vijf jaar geleden vond plaats in Nearby the Tree, een paar honderd meter verderop. Het café is er niet meer. Wat er dan weer bij kwam in die buurt, dat is het poepchique Intercontinental Hotel, aan de overkant van de Workers’ Stadion Boulevard. Een monumentaal gebouw dat zeker de goedkeuring wegdraagt van de autoriteiten hier. 

Van cash over smartphone naar facial recognition

Bouwwerken die verdwijnen en verschijnen, dat is de visuele kant van de veranderingen. Maar er verandert nog zoveel anders in China. Neem nu de wijze van betalen. Toen ik correspondent was, van 2012 tot 2014, vormde cash zowat het enige courante betaalmiddel. Creditcards en bankkaarten werden op veel plaatsen wel aanvaard, maar plastic is nooit echt doorgedrongen onder de Chinezen. En dus liep iedereen met dikke pakken geld rond, want het grootste bankbiljet hier is 100 RMB, omgerekend zo’n 12 euro.

Nu geen bankbiljetten meer. Sinds enkele jaren is cashgebruik volledig vervangen door betaling met de smartphone (zie ook mijn recente verhaal over technologie). Dat is vervelend voor buitenlanders die niet permanent in China wonen en er dus geen bankrekening hebben, want zonder zo’n rekening kan je dit handige betalingssysteem niet gebruiken. En dat leidt soms echt tot problemen. In het restaurant is de kassa letterlijk leeg, en dus kan niemand je teruggeven op je briefjes van honderd. En de – doorgaans al niet erg vriendelijke – taxichauffeurs grommen nog meer als je een bankbiljet bovenhaalt in de plaats van je gsm met QR-code.

(Bekijk hier de uitleg over de evolutie van betalen in China in dit filmpje, en lees eronder voort)

Video player inladen...

Maar misschien zal het betalen met de smartphone (bij ons nog maar mondjesmaat ingeburgerd) in China binnenkort alweer achterhaald zijn. Want op steeds meer plaatsen wordt er geëxperimenteerd met facial recognition (gezichtsherkenning) om je rekening te vereffenen. In restaurants gaat dat zo: je kiest je gerechten, je bestelt, zet je mooi voor het scherm dat via een cameraatje je gelaat scant, je drukt op bevestigen en alles is betaald, je hoeft alleen maar te wachten op je eten. Met de snelheid van vernieuwing in China is het niet ondenkbaar dat het systeem al spoedig navolging zal vinden buiten de horeca. In China knipper je met je ogen, en alweer is er iets nieuws, alweer is iets anders hopeloos verouderd.

Bekijk hier de reportage van Stefan Blommaert over het Sociaal Kredietsysteem:

Video player inladen...

Belgische missie in China