Macrofagen - de 'bloemkooltjes' - vallen een kankercel aan, omgeven door rode bloedlichaampjes. Susan Arnold/Dr. Raowf Guirguis./National Cancer Institute/Public domain

VUB-VIB-team combineert voor het eerst radio- en immunotherapie bij behandeling kanker

Een team onder leiding van professor Jo Van Ginderachter (Vrije Universiteit Brussel-Vlaams Instituut voor Biotechnologie) is erin geslaagd om een vernieuwende kankerbehandeling te ontwikkelen waarbij radiotherapie en immunotherapie voor het eerst succesvol gecombineerd worden. Hierdoor zullen artsen de tumor preciezer en effectiever kunnen behandelen, wat de overlevingskansen van kankerpatiënten aanzienlijk zal doen stijgen. Voorlopig is het echter nog niet zover, er moet eerst nog meer onderzoek gebeuren. 

In ons land krijgen ieder jaar zo’n 70.000 mensen kanker en verliezen helaas ook veel patiënten de strijd ertegen. Bij de klassieke radiotherapie - bestraling van de tumor - is het probleem dat de straling ook schadelijk is voor het omliggende gezonde weefsel. 

Bij de nieuwe techniek worden de radioactieve stoffen die gebruikt worden bij klassieke kankerbehandelingen, gekoppeld aan nanobodies, kleine antilichamen. Dat zijn zogenoemde zware keten antilichamen die oorspronkelijk gevonden zijn in het bloed van kameelachtigen. Deze antilichamen worden intraveneus toegediend, met een spuit in een ader dus. 

Zij functioneren dan als drager van de radioactieve stof en binden zich in het lichaam van de patiënt aan macrofagen. Dat is een type van cel dat veel voorkomt in tumoren, vooral in regio's van de tumor die resistent zijn tegen bestraling, die dus niet meer reageren op radiotherapie. 

Op die manier kunnen de radioactieve stoffen tot in de kern van de tumor worden gebracht, zonder dat de omringende organen en het omringende weefsel daar hinder van ondervinden. 

Bovendien, zo zei professor Van Ginderachter in een telefoongesprek, kan zo een hoge dosis straling naar een regio gebracht worden die ook zo'n hoge dosis nodig heeft. Bij de klassieke bestraling moet men ook met de dosis steeds schipperen om het gezonde weefsel niet te beschadigen.

Een zware keten antilichaam van een haai (links), van een kameelachtige (midden) en een gewoon antilichaam, met zware (donkerblauw) en lichte ketens (lichtblauw). Public domain

Groei afremmen

Uit testen in het labo op borsttumoren blijkt dat door deze behandeling de tumoren trager groeien, en dat de therapie bovendien aanslaat bij tumoren die resistent zijn tegen andere vormen van therapie.

Verder onderzoek moet nu uitwijzen of deze gecombineerde behandeling ook werkt bij andere vormen van kanker.

“Wat uitzonderlijk is aan deze therapie is dat we de sterktes van twee bestaande technieken samennemen tot een effectievere behandeling: we hebben de radioactieve stoffen van radiotherapie die de kankercellen bestrijden en het immuuntherapeutische gebruik van nanobodies om de bestraling heel doelgericht naar de plaats in de tumor te kunnen brengen waar die het hardste nodig is.. Het belangrijkste voordeel is dat we zo de bestraling  heel doelgericht naar de plaats in de tumor kunnen brengen waar die het hardste nodig is. Dit is zeker een belangrijke stap voorwaarts die de overlevings- en genezingskansen van kankerpatiënten kan vergroten” zo zei professor Van Ginderachter in een persbericht van de VUB.

Testen met 'dummy-antistoffen'

De proeven met de radioactieve antistoffen zijn tot nu enkel in het labo op kweekstalen en muizen gebeurd, zei professor Van Ginderachter aan de telefoon. 

Wel worden er nu al proeven op mensen uitgevoerd met 'dummy-antistoffen', antilichaampjes zonder radioactieve lading. Ook dat kan al nuttig zijn, volgens Van Ginderachter, want als we die antilichamen koppelen aan beeldvorming, kunnen we zien hoeveel macrofagen er waar in de tumoren zitten. De aanwezigheid van veel macrofagen is meestal behoorlijk slecht nieuws, en dus zou het goed zijn te weten hoeveel er in de tumor aanwezig zijn. 

Het koppelen van de radiotherapie aan de antilichamen bij proeven op mensen is nog wel enkele stappen verder, zo zei Van Ginderachter, en de nieuwe therapie is dus nog niet voor morgen. Wel is duidelijk dat de nieuwe therapie een valabele nieuwe benadering is voor de behandeling van kanker.

De studie van het team van VIB, VUB, UZ Brussel en de Universiteit Gent is gepubliceerd in het Journal of Controlled Release.