AFP or licensors

Waarom escaleert het protest in Bolivia en kan dit uitmonden in een burgeroorlog? Vijf vragen, vijf antwoorden

Wekenlange protesten tegen de Boliviaanse president Evo Morales resulteerden deze maand in zijn aftreden. Maar ook na zijn vertrek is de onrust niet gaan liggen. Integendeel: pro-Morales-betogers, vaak inheemse boeren en mijnwerkers, komen de straat op in steeds bloedigere protesten. Het leger treedt staalhard op en al 32 mensen kwamen de laatste weken om. Wat is er nu juist aan de hand? Vijf vragen, vijf antwoorden.

1. Wie heeft er nu eigenlijk de macht?

Samen met president Morales dienen ook de drie regeringsleden die hem in theorie opvolgen hun ontslag in, waardoor er een machtsvacuüm ontstaat. Uiteindelijk verklaart de ondervoorzitter van de Senaat, de 52-jarige Jeanine Áñez, zichzelf interim-president.

Klein probleem: qua hiërarchie is Áñez dan wel de volgende in lijn, maar haar positie moet ook goedgekeurd worden door de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Aangezien de meeste instellingen voor twee derde in handen zijn van Morales’ politieke partij MAS, wordt haar aanstelling al snel verworpen. Bovendien moet ook over het ontslag van president Morales nog gestemd worden. Uiteindelijk geeft het Hooggerechtshof dan maar zijn zegen. Erg democratisch gedragen is de beslissing dus niet.

De interim-regering heeft een mandaat van 90 dagen. Áñez beloofde in die termijn het verdeelde land weer samen te brengen en voor vrede te zorgen. Maar ondertussen pakt ze pro-Morales-betogers hardhandig aan, met tientallen doden en honderden gewonden als gevolg. Met een nieuw presidentieel decreet geeft ze de veiligheidsdiensten van het land bovendien een vrijstelling van aansprakelijkheid bij het herstellen van de orde. Ook het budget van het leger wordt met ongeveer 5 miljoen euro verhoogd. Sinds de verkiezingen hebben zeker 32 mensen het leven gelaten. Er zijn honderden gewonden, waaronder ook een dertigtal militairen en politie-agenten. “Het is een slagveld”, zeggen getuigen ter plaatse.

Gisteren keurde de Boliviaanse kamer van volksvertegenwoordigers een nieuwe wet goed. Met de wet worden de verkiezingen van 20 oktober ongeldig verklaard. De wet stelt ook regels bij de nieuwe verkiezingen. Zo mag oud-president Morales zich geen kandidaat stellen.  

2. Wat gebeurde er nu precies bij de zogenoemde frauduleuze verkiezingen?

Na 13 jaar regeren is Evo Morales, de meest populaire president in de geschiedenis van Bolivia, bij een groot deel van de bevolking het vertrouwen kwijt. Zij willen een nieuwe wind en richten daarvoor hun pijlen op de verkiezingen van 20 oktober. 

Voorlopige tellingen tonen dat Morales wel aan de leiding staat, maar niet voldoende voorsprong zou hebben om de eerste verkiezingsronde te winnen. Volgens het tweerondesysteem dat Bolivia hanteert, moet de winnaar namelijk meer dan 10 procent voorsprong hebben op de eerstvolgende kandidaat - of een absolute meerderheid behalen. En dan blijven de voorlopige tellingen plots stil. Meteen ontstaan er kleine protesten en de eerste geruchten over fraude doen de ronde.

De telling wordt pas de volgende dag geüpdatet en plots lijkt Morales bijna voldoende stemmen te halen om een tweede ronde te vermijden. Met nog slechts enkele stembureaus te gaan, roept hij zichzelf op televisie alvast uit tot winnaar. Maar veel Bolivianen slikken dat niet en de protesten breiden zich uit in verschillende regio’s, met betogers uit allerhande sectoren van de maatschappij. De protesten worden voornamelijk gedragen door burgers uit de stad, studenten en leerkrachten, maar ook de rechtse oppositie en conservatieve bewegingen roeren zich. 

De Organisatie van Amerikaanse Staten analyseert de stembusslag en besluit dat er “ernstige onregelmatigheden” hebben plaatsgevonden. Maar ook in de achterban van Morales komen er barsten: ’s lands machtigste vakbond, de Central Obrera Boliviana, keert zich voor het eerst tegen de president en roept hem op te vertrekken. Leiders van kleinere inheemse groepen herhalen de boodschap en de politie komt in opstand. De figuurlijke doodsteek komt van het Boliviaanse leger. Drie weken na het begin van de protesten “suggereert” generaal Williams Kaliman de president om ontslag te nemen. Zo wil hij naar eigen zeggen verdere escalatie vermijden. 

De rest is geschiedenis: in een televisieoptreden uit Chapare, de cocaregio van Bolivia, kondigt de president zijn ontslag aan. Hij noemt zijn gedwongen vertrek een staatsgreep, roept zijn aanhangers op om op straat te komen en vlucht naar Mexico. Ondertussen is het nog wachten op het finale rapport van de Organisatie van Amerikaanse Staten, waarin de bewijzen voor fraude naar voren gebracht moeten worden.

Begrafenis van een van de gedode betogers op 21 november AFP or licensors

3. Waarom zijn de betogers zo verdeeld?

Bolivianen behoren tot de meest politiek geëngageerde en betrokken burgers in Zuid-Amerika. Met betogingen, stakingen en blokkades beïnvloeden ze de politieke agenda van het land. De vakbonden, mijnwerkers en cocaboeren zijn nauw verbonden met de regering-Morales en leggen het land regelmatig lam, maar ook studenten en leerkrachten komen onder leiding van de grote universiteiten vaak de straat op. Politieke kwesties krijgen vaak een etnisch-cultureel kantje, waarin de machtige maar arme bonden gevormd worden door de Quechua- en Aymara-bevolking van het platteland, die tegenover de gemengde middenklasse uit de stad en de kleinere inheemse groepen uit het zuiden en het oosten staan. 

De laatste vijftien jaar vervaagden de lijnen tussen de armen en de middenklasse, gekleurd en blank, inheems of van gemengde afkomst steeds meer. Toch zijn het net deze tegenstellingen die door de politieke strekkingen worden uitgebuit. Morales gebruikt opzwepende, polariserende taal die zijn aanhangers vaak in een strijdlustige minderheids­positite portretteren. Hij gebruikt daarbij ook eeuwenoude, inheemse symbolen, haalt uit naar het kapitalisme en boezemt angst in voor identiteitsverlies. 

De oppositie, vaak neo-liberaal en rechts tot uiterst rechts, verspreidt dan weer geruchten die soms moeilijk na te trekken zijn. Morales wordt er onder meer van verdacht corrupt te zijn en banden te hebben met de drugshandel. Sommigen hervallen in ronduit racisme en focussen zich op de inheemse roots van Morales. Het moddergevecht tussen beide kampen wordt ondertussen al jarenlang voortgezet op sociale media, waarbij hele bevolkingsgroepen tegen elkaar worden opgezet.  

De komst van de interim-regering maakte het er niet rustiger op. Interim-president Jeanine Áñez behoort tot de oude Spaanse elite: ze is conservatief-katholiek, heeft een erg lichte huidskleur en blondgeverfde haren. Ze omringt zich bijna uitsluitend met mensen van diezelfde klasse en religie en stelde dan ook meteen een conservatief kabinet samen. 

Voor het eerst in 14 jaar ziet de Boliviaanse regering er dus plots heel wat minder divers uit. Erger nog: Áñez staat zelfs bekend om oude, discriminerende uitspraken over haar inheemse medeburgers. In beelden die de wereld rondgaan, houdt Áñez bij haar betreding van het presidentiële paleis een enorme bijbel in haar hand - een beladen gebaar in een land dat het katholicisme net afvoerde als staatsgodsdienst om de inheemse geloven te respecteren. "De Bijbel keert terug naar het paleis", verklaart ze op het presidentiële balkon, terwijl haar aanhangers "het is ons gelukt" scanderen. Voor de inheemse bevolking een klap in het gezicht.

4. Was Evo Morales dan een goede of een slechte president?

Onder de leiding van Morales groeit Bolivia, ooit het allerarmste land van Zuid-Amerika, uit tot de snelst groeiende economie in de regio. Grondstoffen worden herverdeeld, verschillende multinationals wordt de deur gewezen en privébedrijven die handelen in basisbehoeften worden genationaliseerd. Er wordt geïnvesteerd in gratis onderwijs en een lichte verbetering van de gezondheidszorg. Extreme armoede wordt gaandeweg gehalveerd en de levensverwachting verlengd.

Maar als eerste inheemse president van Zuid-Amerika is de voornaamste verdienste van Morales’ partij het installeren van een nieuw machtsevenwicht tussen inheemse volkeren en de oud-koloniale elite. De scheiding tussen verschillende klassen en etnieën wordt beetje bij beetje opgeheven en de nationale identiteit krijgt een diverse vormMaar Morales krijgt ook kritiek dat hij enkel zijn eigen etnie, de Aymara,  en de Quechuabevolking zou steunen. 

Als president toont Morales ook dat hij koste wat kost aan de macht wil blijven. In de Boliviaanse grondwet van 2009 wordt een limiet gesteld op het aantal opeenvolgende mandaten. In 2016 organiseert Morales een referendum om die limiet af te schaffen. 51% stemt tégen een uitbreiding van de presidentiële macht. Een jaar later verwerpt het Grondwettelijk Hof, waarvan de magistraten worden aangeduid door de MAS-partij van Morales, echter het resultaat van het referendum en geeft Morales toch de kans weer op te komen. De onvrede is groot en velen noemen zijn kandidatuur bij de laatste verkiezingen dan ook ongrondwettelijk.

Betogers zoeken beschutting na een traangasaanval door de Boliviaanse politie AFP or licensors

5. En nu?

De Boliviaanse interim-regering heeft een mandaat van 90 dagen, dat zich in theorie beperkt tot het organiseren van nieuwe verkiezingen in januari. Maar intussen werkt ze ook aan verregaande sociale en economische hervormingen die de erfenis van Morales terugdraaien. Zo zou ze de economie opnieuw willen liberaliseren en zet ze de financiering van verschillende sociale programma’s stop, waarbij voornamelijk de plattelandsbevolking in de klappen deelt. Ondertussen blijft het wachten op een datum voor de nieuwe verkiezingen.

Vooral de politieke partij MAS en haar bondgenoten worden nu geviseerd. Er worden rechtszaken gestart tegen Morales, verschillende ministers, burgemeesters, volksvertegenwoordigers van MAS en de nationale kiescommissie. De Venezolaanse diplomatieke missie en een zeshonderdtal Cubaanse dokters moeten meteen het land verlaten en enkele hooggeplaatste legerfunctionarissen vluchten. Maar sympathisanten van de regeringspartij worden ook door ontevreden burgers belaagd en aangevallen. Ook in de andere richting wordt er vaak geweld gebruikt door aanhangers van Morales.

Naast de pro-Morales-beweging voelen ook andere activisten zich geviseerd. Onder de conservatieve interim-regering ligt de scheiding van kerk en staat onder druk - en daardoor ook de vooruitstrevende abortuswetgeving en rechten voor de holebi- en transgendergemeenschap.

Ook journalisten voelen zich geïntimideerd door uitlatingen van kersvers minister van Communicatie, Roxana Lizáragga. Zij waarschuwt dat “pseudo-journalisten die het protest opjutten, uit het land zullen worden gezet”. Verschillende journalisten worden door hun werkgevers uit voorzorg teruggehaald en dat toont zich ook in de buitenlandberichtgeving: er komt opvallend weinig beeld of informatie uit het land. 

Toch is er ook hoop: de interim-regering onderhandelt onder andere met de betogers uit La Paz en toont zich bereid om te voldoen aan 8 van de 9 eisen.  Zo belooft de regering onder meer het presidentiëel decreet in te trekken dat de straffeloosheid voor strijdkrachten garandeert, het leger terug te trekken, verkiezingen te organiseren voor 22 januari, gevangenen vrij te laten en compensaties voor gewonden en de families van overledenen. In andere gebieden gaan de protesten gewoon door. 

Dat de rust niet snel zal gaan liggen, is wel zeker. Vakbonden en pro-Morales-betogers blijven de straten bezetten in hun acties tegen de nieuwe regering. Meer dan 90 blokkades maken het bijna onmogelijk om de grootsteden in of uit te gaan, waardoor er ook een voedseltekort heerst. De slogan van de betogers liegt er dan ook niet om: "Ahora sí, guerra civil", klinkt het door de straten. "Nu wel: burgeroorlog."