75 jaar geleden: het verzet ontwapend en politiek uitgeschakeld

Op 25 november 1944 vallen in Brussel een zestigtal gewonden bij een grote manifestatie van verzetsstrijders die protesteren tegen hun ontwapening. Het verzet moet niet alleen zijn wapens inleveren, ook politiek is zijn rol bijna helemaal uitgespeeld.

Dit is een bijdrage van Alain Colignon. Hij werkt bij CEGESOMA -Algemeen Rijksarchief en is gespecialiseerd in de geschiedenis van de collaboratie en dagelijks leven tijdens, en de herinnering aan WO II. Eindredactie en vertaling Jan Ouvry. Meer over België tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt u op Belgium WW II .

Na de bevrijding raken de meest vooruitstrevende elementen van het verzet – het Onafhankelijkheidsfront en de Gewapende Partizanen – het meer en meer oneens met de politieke en  sociale keuzes van de regering-Pierlot. Behalve bij deze progressieve en procommunistische verzetskringen bestaat  een gevoel van frustratie ook bij een meer uitgesproken rechts deel van het verzet, behalve dan bij het Geheim Leger, de Witte Brigade en de Belgische Nationale Beweging. 

Verzetsstrijders van het Onafhankelijkheidsfront voeren collaborateurs af na de bevrijding in Couvin (bron NARA).

De gevechten voor de bevrijding van het land hebben niet erg lang geduurd, maar een tiental dagen op 90 % van het Belgisch grondgebied. De « strijders van de schaduw » hebben amper de kans  gekregen om zich te tonen … en te schitteren.  Vooral de Anglo-Amerikaanse bondgenoten hebben de klus geklaard, terwijl de Wehrmacht zich snel terugtrok naar de Westwall. De enthousiaste bevolking toonde  vooral die bondgenoten haar dankbaarheid.

Het uitzinnige onthaal van Britse troepen in Brussel op 4 september 1944 bij de Naamse poort (IWM).

Dat zorgt ervoor dat grote delen van het verzet snel een gemis voelen, een gebrek aan maatschappelijke erkenning. Enkele verzetsleiders nemen geen vrede met de ministeriële zoethoudertjes en denken dat de hogere Brusselse machten  het verzet zo snel mogelijk willen opzij zetten, hun dromen « over een schitterende nieuwe toekomst » de nek omwringen en de terugkeer van het oude regime voorbereiden …

Helemaal ingebeeld is dit gevoel zeker niet. Maar de wil van de regering om de aanwezigheid van het verzet uit de openbare ruimte terug te dringen, heeft minder te maken met een duister verlangen om het oude regime te herstellen dan met de noodzaak om de rechtsstaat te herstellen , en dus ook het monopolie van die staat op het gebruik van geweld om iets af te dwingen. 

Verzetsstrijders met hun trofeeën,onder andere een buste van Hitler bij de bevrijding van Eupen ( CDH,  Evere).

Premier Pierlot en zijn ministers weten dat ze kunnen rekenen op de steun van het geallieerde opperbevel (SHAEF), dat liever België niet  ziet wegzinken in communistische subversie zoals rond die tijd in Griekenland aan het gebeuren was. Of anders gezegd, de gewezen verzetsstrijders worden helemaal niet meer gezien als de nieuwe kaders  van de bevrijde natie, maar wel heel snel als een bron van mogelijke onrust. 

Jonge verzetslui paraderen in Brussel tijdens de bevrijdingsdagen (CDH Evere).

In hun geïmproviseerde uniformen hebben de weerstanders de neiging om te pas en te onpas hun wapens te laten zien, vooral als ze door het wettig gezag, in de eerste plaats de burgemeesters, worden ingeschakeld als « hulp-ordehandhavers ». Een ministeriële omzendbrief van 24 augustus had  dat, zonder bijbedoeling, toegelaten, maar in de ogen van de publieke opinie verworden de verzetslieden zo tot « hulpflikken ».

En voor een groot deel van de publieke opinie volstaat dit vanaf oktober-november 1944 niet meer om de acties of zelfs het bestaan van het verzet te rechtvaardigen, want de vijand had al enkele weken het land verlaten. Het einde van de Duitse bezetting had het verzet zijn bestaansreden ontnomen, de verzetsstrijders kwamen onvermijdelijk terecht in  het comfortabele maar, zeker als men nog maar twintig of dertig is,  weinig opwindende statuut van « oud-strijder »…

Leden van het Geheim Leger en Duitse krijgsgevangenen (bron SOMA).

De schroeven worden alsmaar nauwer aangedraaid ……

De regering neemt snel na elkaar een reeks maatregelen om het verzet te omkaderen, te controleren en uiteindelijk te ontwapenen. Dat kan omdat  na de bevrijding de rijkswacht snel gezuiverd en herbewapend is, zijn positie in de samenleving terug heeft ingenomen en een ontwapening kan afdwingen .

Een besluitwet van 12 september wil in de eerste plaats het « gewapend verzet » paaien door de acht grootste organisaties officieel te erkennen. Elk erkende weerstander krijgt een soldij van 40 frank. Eind september telt men ongeveer 70.000 gewapende verzetsstrijders, waarbij 25.000 leden van het Onafhankelijkheidsfront en 35.000 van het Geheim Leger.

Zo institutionaliseert de regering het verzet, en, door de soldij krijgt het als het ware “een ring in de neus”, met het vriendelijk verzoek om voortaan te gehoorzamen aan de bevelhebber van de Belgische binnenlandse strijdkrachten, generaal Yvan Gérard.

Dwight D. Eisenhower spreekt op 9 november 1944 in Brussel de leden van de kamer en de senaat toe (NARA).

Op 2 oktober wordt de volgende stap gezet. De geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower  richt zich in een brief tot het Belgisch verzet, op vraag van de regering Pierlot en na advies van de Britse generaal Erskine, die als vertegenwoordiger van het SHAEF in België hier zowat onderkoning  speelt. Eisenhower zingt de lof van de roemrijke acties van de verzetsstrijders in het verleden, maar laat meteen ook weten dat hun strijd voorbij is en dat ze hun wapens moeten inleveren aan de wettelijke overheden.

Op 30 oktober 1944 richt generaal Erskine zich in een radiotoespraak tot de hele Belgische bevolking (bron SOMA).

Een dag later herhaalt Erskine die boodschap en op 10 oktober krijgt hij de niet onbelangrijke steun van generaal Pire, de leider van het Geheim Leger. Die beveelt de demobilisatie van al zijn manschappen, behalve van diegenen die de geallieerde legers nog helpen op het terrein. Zelfs in het Geheim Leger blijken er sommigen doof te zijn, want dat bevel moet op 24 oktober nog eens herhaald worden. Generaal Pire dreigt nu zelfs met sancties voor wie niet gehoorzaamt. 

De derde stap wordt gezet op 31 oktober, amper twee maanden na de bevrijding. Zeker van de Anglo-Amerikaanse steun, beslist de regering dat maximum 40.000 mannen uit het verzet opgenomen kunnen worden in het reguliere leger, de politie of de rijkswacht. De besluitwet van  13 november verordent de totale ontwapening van alle verzetsbewegingen tegen ten laatste 20 november.

Vanuit dezelfde studio van de Nationale Belgische Radio als Erskine geeft minister van landsverdediging Fernand Demets uitleg bij de maatregelen van de regering op 15 november (archief Maurice Dewilde, VRT/SOMA).
Bijna onmiddellijk na het bekendmaken van de deadline voor de ontwapening van de weerstanders brak in het hele land het protest los. Deze foto van een manifestatie in Brussel op 19 november ging de wereld rond; de betogers eisen, ook in het Engels het ontslag van de regering Pierlot (archief Maurice Dewilde, VRT/SOMA).

Revolutie of niet?

Voor uiterst links wordt dat allemaal te veel. Uit protest en met veel kabaal verlaten communistische ministers de regering-Pierlot op 13 november. Ook de straat begint zich te roeren, in het Brusselse en de grote Waalse industriële centra, met de hulp van de Syndicale Strijdcomités, die geïnfiltreerd zijn door de communisten.

Protest tegen de ontwapening van het verzet in Brusse, niet ver van het parlement (bron AMSAB).

Op 25 november wordt een grote protestmanifestatie gehouden in  Brussel in naam van “het verzet”, maar in feite heeft alleen de linkervleugel opgeroepen om te betogen. Enkele duizenden ontevreden betogers rukken op naar de verboden “neutrale zone” rond het parlement en de ministeries. De rijkswacht is in groten getale aanwezig, de Britse militaire politie staat niet veel verder klaar. Hevige schermutselingen breken los, de ordestrijdkrachten lossen enkele schoten, de betogers trekken zich terug. Bij de betogers vallen 45 gewonden, bij de politie en rijkswacht een 15-tal.  Maar geen doden. 

Video player inladen...

Dit fragment uit een Brits bioscoopjournaal toont de manifestaties in Brussel. Als datum wordt 6 december vermeld, maar vermoedelijk was het net iets vroeger.

De strijd  is nog niet afgelopen. De onrust verplaatst zich naar de provincie in het zuiden van het land. Geruchten beginnen te circuleren dat de Henegouwse mijnwerkers, gestuurd door de Communistische Partij van België, massaal in opstand zouden komen, naar het voorbeeld van de wilde stakingen van de 19de eeuw en de arbeidersopstanden van 1932.

De plaatselijke verantwoordelijke van het Hoog Commissariaat voor ’s Lands Veiligheid raakt het Noorden kwijt en laat aan zijn oversten weten dat vijf konvooien op weg zijn naar de hoofdstad om er de ministeries en de telefooncentrales over te nemen. Hij schat dat het gaat om zo’n 6.000 mensen.

Tijdens een van de betogingen eist een groep vrouwen een betere bevoorrading van het land. Tot algemene teleurstelling was die na de bevrijding niet verbeterd.
De Franse pers, zeker de communistische L' Humanité, volgde de gebeurtenissen in België van nabij ( BnF, Gallica).

Al snel wordt duidelijk dat de man het gevaar fel heeft overdreven. De “massale opstand” van het Henegouwse proletariaat is niet meer dan een kleine kolonne van partizanen uit de Borinage, enkele tientallen maar. De rijkswacht houdt ze tegen in de buurt van Bergen. Een ander groepje, dat uit Charleroi komt, wordt onderschept in Halle en laat zich zonder weerstand te bieden ontwapenen. Het  Luikse, waar nochtans in de fabrieken en ateliers veel actie gevoerd was, beweegt niet. Het is duidelijk dat de Waalse arbeidersklasse, die het  al maanden moeilijk had om zich te voeden en verwarmen, niet genoeg energie of zin had om zich in  een revolutie te engageren, terwijl de vijand nog aan de oostgrens van het land stond.

EXIT het gewapend verzet in België . En kon het, gezien dat verzet  zo verdeeld en in de minderheid was, anders zijn afgelopen?

De Vooruit, de krant van de Socialistische partij neemt snel afstand van de communisten en verwijt hen een gebrek aan politiek inzicht in een commentaar op 22 november 1944.
Op 28 november 1944 hekelt de tekenaar van de katholieke Nieuwe Standaard "de manie der betoogingen", een woordspeling op de naam van de verzetsleider Fernand Demany.