Video player inladen...

Vlamingen én Walen betrokken bij massamoord op 6.000 Joodse vrouwen tijdens WO II

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben niet alleen Vlaamse, maar ook Waalse collaborateurs deelgenomen aan de massamoord op 6.000 Joodse vrouwen uit het concentratiekamp Stutthof in het noorden van het huidige Polen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Franstalige omroep RTBF. In Wallonië wekt het grote beroering, want tot nu toe werd altijd aangenomen dat alleen Vlaamse collaborateurs Duitse soldaten hadden geholpen bij oorlogsmisdaden. "Hopelijk leidt die schok er nu toe dat er ook in Wallonië meer onderzoek komt naar wat daar is gebeurd", zegt historicus Frank Seberechts in "De wereld vandaag".

"Papy était-il un nazi?" of "Was opa een nazi?". Die documentaire op zender La Une van onze Franstalige collega's van de RTBF heeft heel wat losgemaakt in Wallonië. Eén kijker, Antoine, ging zich opnieuw vragen stellen bij het oorlogsverleden van zijn vader. Hij wist dat die gecollaboreerd had en aan het oostfront had gevochten, maar vragen over het lot van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij altijd vermeden. De zoon begon te vermoeden dat zijn vader hem lang niet alles had verteld.

Samen met Antoine gingen de programmamakers op onderzoek uit. Dat bracht hen naar het noorden van het huidige Polen, waar aan het einde van de oorlog gruwelijke oorlogsmisdaden zijn gebeurd waarbij ook Belgische oostfrontstrijders betrokken waren. Vlamingen én Walen. 

Bekijk hieronder het fragment uit "Het Journaal" en lees verder onder de video:

Video player inladen...

Nieuw gegeven? Toch niet

Een onbekend gegeven is het niet. Toch niet voor historicus Frank Seberechts, die onderzoek deed naar de oorlogsmisdaden van Vlaamse oostfrontvrijwilligers. Hij was op de hoogte van de zware feiten die zich in januari 1945 afspeelden onder meer in de buurt van Königsberg, toen Oost-Pruisen, nu Russisch gebied.

Een zestal kampen, subkampen van het concentratiekamp Stutthof, vandaag in Polen, moesten worden ontruimd omdat het Rode Leger in opmars was en Duitsland alle getuigen wilde laten verdwijnen. De kampen werden bevolkt door zo'n 6.000 vooral Joodse mensen, vrouwen volgens de RTBF. Frank Seberechts vertelt het verhaal van de dodenmars in "De wereld vandaag" op Radio 1.

"In januari 1945 - een hele koude winter, het was min twintig, min dertig graden op dat ogenblik - werden die mensen op transport gezet, te voet", vertelt Frank Seberechts. "Ze moesten vanuit hun kampen marcheren, eerst in de richting van Köningsberg, later naar de kust toe. Die mensen waren gekleed in hun dunne kampkleding, sommigen hadden een deken of kartonnen schoenen."  

Organisation Todt

De dodenmars werd begeleid door Duitse SS'ers, maar ook door een aantal Waalse en Vlaamse leden van de Organisation Todt, een paramilitaire organisatie die voor het Duitse leger bruggen en wegen aanlegde. Bij die organisatie hoorde ook een Schutzcommando: bewakers die ook werden ingezet bij het bewaken van concentratiekampen. 

Foto: still uit de uitzending van de RTBF.

"Die colonnes zijn dan vanuit de verschillende kampen op weg gegaan. Ze hebben een aantal dagen verbleven in Köningsberg, zonder veel eten of drinken, opgesloten in kelders. Daar zijn al enkele honderden, duizenden mensen gestorven door koude, ontbering, of doodgeschoten of geslagen, ook door de bewakers", zegt Seberechts. 

In zee gedreven, beschoten, door het ijs van de zee gezakt

Wie het overleefde, werd daarna naar de kust gedreven. "Vanaf daar, zo werd hen wijsgemaakt, zouden ze marcheren in de richting van een klein haventje. Van daaruit zouden ze met de boot worden overgebracht naar Bremen of Hamburg. Maar daar zijn ze nooit geraakt. Ze zijn langs de kustlijn verder in de richting van het haventje gedreven. Toen ging het nog om 2.000, 3.000 mensen. Daar werden groepen van afgezonderd en in zee gedreven. Ze werden dan doodgeschoten of er werd met granaten naar hen gegooid, ze zonken door het ijs van de zee. Van de 6.000 mensen hebben maar enkele tientallen heel die tocht overleefd."   

Beroering

Dat er bij die oorlogsmisdaden dus ook Belgen betrokken waren, staat vast. Het gaat om enkele tientallen, wellicht geen 30 mensen. "Zij zijn na de oorlog, in 1947, in België voor de rechtbank gekomen", zegt Seberechts. "Ze zijn veroordeeld voor collaboratie. Omdat ze de wapens hadden opgenomen tegen België. Maar voor die moordpartijen zijn ze eigenlijk níet veroordeeld."

Foto: still uit de uitzending van de RTBF.

Hoewel de betrokkenheid van Belgische collaborateurs bij die feiten dus geen onbekend gegeven is, wekt ze toch grote beroering in Wallonië. Waarom? 

Frank Seberechts nuanceert: "Ook hier in Vlaanderen was dat gedurende enige tijd niet bekend. Ik heb onderzoek gedaan naar oorlogsmisdaden van oostfronters, en ook voor veel mensen hier was het een schok dat die Vlamingen geen witte ridders waren die aan het oostfront gingen strijden." 

In Wallonië is sowieso veel minder onderzoek gedaan naar de collaboratie

Maar in Wallonië is het inderdaad nog een ander verhaal, erkent Seberechts. "Want daar is sowieso veel minder onderzoek gedaan naar de collaboratie. Dat heeft verschillende redenen. Zo was het verzet in Wallonië een stuk sterker dan in Vlaanderen, dus was het niet verwonderlijk dat de interesse meer die kant uitging. Wellicht speelt er ook een politieke achtergrond mee: de collaboratie werd in Vlaanderen anders benaderd dan in Wallonië. Dat heeft zich voor een stuk ook vertaald in het onderzoek. 

Seberechts kan dus begrijpen dat de RTBF-documentaire nu een schok teweegbrengt in het zuiden van het land. "Ik mag hopen dat die ertoe leidt dat er meer onderzoek komt naar wat daar is gebeurd", zegt hij. "Want dat is absoluut nog nodig."

Meest gelezen