Hilde De Windt

5 redenen om vaker buiten te komen: waarom wat extra daglicht een heel groot verschil kan maken

Een sterker lichaam, een beter brein, minder stress: we willen het allemaal, maar hoe pak je dat aan? Er zijn duizenden wetenschappelijke studies over dingen die goed zijn voor lichaam en geest... maar hoe krijg je die ooit gelezen? Om je op weg te helpen, zetten we elke maandag één activiteit in de kijker: 5 wetenschappelijk onderbouwde redenen om iets vaker (of minder vaak) te doen. Vandaag: de positieve effecten van daglicht.

Geen zin om te praten, kort van stof, overgevoelig voor licht en geluid: het zijn de bekende symptomen van een ochtendhumeur.  Naar schatting één op de zes Belgen heeft er last van.

Ochtendhumeur kan verschillende redenen hebben. Misschien ben je een “nachtuil” en word je daarom ’s ochtends later (en moeilijker) wakker. Dat is erfelijk en je kan er weinig aan veranderen. 

Ochtendhumeur kan ook komen door slaapgebrek. Dan is er maar één goede oplossing: ’s avonds vroeger naar bed en langer slapen.

Daglicht helpt tegen ochtendhumeur. Hilde De Windt

Ochtendhumeur kan ten slotte ook komen door de stoffen die ons lichaam aanmaakt wanneer we slapen. “Onze hersenen produceren ’s avonds en ’s nachts melatonine”, zegt professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis (KU Leuven). “Ons lichaam weet dan dat het nacht is… en dus tijd om te slapen. Melatonine wordt daarom ook wel het slaaphormoon genoemd.”

Bij het opstaan hebben we vaak nog wat restjes melatonine in ons lichaam. “Dat zorgt ervoor dat je je loom voelt, nog niet helemaal wakker. Even naar buiten gaan helpt om de slaap uit je lichaam te krijgen, want daglicht onderdrukt de aanmaak van melatonine."

's Ochtends naar buiten gaan kan dus helpen als je last hebt van een ochtendhumeur. Ga met de fiets naar je werk, maak een korte wandeling of ga even de hond uitlaten. Je zal beter gezind aan je dag beginnen.

Daglicht stimuleert ook de aanmaak van serotonine. Dat is een erg belangrijke stof in onze hersenen, die een rol speelt bij het regelen van onze stemming. “Meer serotonine in de hersenen is gelinkt aan een betere stemming en meer tevredenheid”, zegt Lode Godderis. “Serotonine wordt daarom ook wel het gelukshormoon genoemd.”

Australische wetenschappers onderzochten de hoeveelheid serotonine op zonnige en op meer bewolkte dagen. Wat bleek? Mensen hadden méér serotonine op zonnige dagen met veel daglicht dan op donkere, bewolkte dagen. Er bleek geen verband met de temperatuur, wél met de hoeveelheid daglicht. 

Daglicht zorgt voor meer "gelukshormoon". Hilde De Windt

Ga daarom minstens een half uur per dag naar buiten, zeker tijdens donkere herfst- en winterdagen. "Maak bijvoorbeeld een korte wandeling als je je wat minder voelt", zegt Lode Godderis. "De kans is groot dat je beter gezind van die wandeling zal terugkeren. Je kan letterlijk op zoek gaan naar je gelukshormoon door even naar buiten te gaan.”

Ooit gehoord over de postprandiale dip? Dat klinkt als iets heel ingewikkelds, maar we kennen het allemaal. Het is het gevoel van loomheid en vermoeidheid dat ons vaak overvalt na de lunch. Je hebt dan even geen zin om weer aan het werk te gaan. Misschien zou je liever een uurtje in de zetel gaan liggen of een middagdutje doen.

Die namiddagdip heeft alles te maken met je spijsvertering. Je lichaam gaat na de lunch als het ware in “rustmodus”, zodat je eten rustig verteerd kan worden.

“Tijdens de spijsvertering vloeit extra bloed naar je maag en je darmen”, zegt Lode Godderis. “Daarom is er tijdelijk wat minder bloed voor je hersenen. Dat verklaart het typische dipje na de lunch.”

Daglicht helpt als je een dipje hebt na de de lunch. Hilde De Windt

Op zich is die loomheid geen probleem… tenzij je kort na de middag een belangrijke taak moet doen, die concentratie vereist. Dan kan het helpen om even naar buiten te gaan. "Door te bewegen stimuleer je de bloeddoorstroming naar je hersenen. Je zal je alerter voelen, waardoor het werken nadien beter gaat."

Onze concentratie schommelt in de loop van de dag. ’s Ochtends, meteen na het opstaan, kunnen de meeste mensen zich moeilijk concentreren. Dat verbetert in de loop van de voormiddag, met daarna dus dat postprandiale dipje na de lunch. Nadien gaat het weer beter, met optimale concentratie in de latere namiddag en de vroege avond. 

Die schommelingen zijn heel normaal. We kunnen er dus maar beter rekening mee houden. Volgens een Mexicaanse studie plannen scholen bijvoorbeeld beter geen moeilijke toetsen tijdens de eerste uren van de dag, maar wel in de latere voormiddag.

Het beste moment om te studeren voor een examen is volgens dezelfde studie ongeveer twee uur voor bedtijd. Dan is de aandacht optimaal.

Je kan ook je aandacht tijdelijk een duwtje geven door even naar buiten te gaan. “Dat helpt als je je moet concentreren”, zegt Lode Godderis. “Je zou het een lichtdouche kunnen noemen. Het helpt écht en het kost niets."

Een "lichtdouche" helpt als je je moet concentreren. Hilde De Windt

Waarom een lamp niet hetzelfde effect heeft? Dat komt omdat kunstlicht een andere frequentie en intensiteit heeft dan daglicht. We dénken misschien dat het binnen even licht is als buiten, maar onze hersenen weten beter. 

Er zijn tegenwoordig lichtsystemen die het licht van de zon nabootsen. Je brengt dan letterlijk het zonnetje in huis. In sommige Scandinavische scholen wordt nu al geëxperimenteerd met dit soort kunstlicht. De leerkracht kan dan de kleurtemperatuur en de frequentie aanpassen bij een moeilijke toets. Dat zou zorgen voor betere schoolresultaten.

Maar het kan dus ook zonder zo'n duur lichtsysteem. Gewoon even naar buiten gaan en je kan je weer beter concentreren. Gratis en voor niets.

De laatste reden om vaker naar buiten te gaan, is de meest verrassende: een ochtendwandeling helpt om 's nachts beter te slapen. Dat is gek, want hoe kan iets dat je ’s ochtends doet toch goed zijn voor je nachtrust?

Het antwoord heeft te maken met ons dag-nachtritme. Dat is erg gevoelig voor prikkels uit onze omgeving, vooral tijdens de eerste uren van de dag. Als je ’s ochtends naar buiten gaat, dan prikkelt het ochtendlicht speciale cellen in je ogen. Die cellen sturen een signaal naar een centrum diep in je hersenen met een mooie, moeilijk te onthouden naam: de suprachiasmatische nucleus. Je hersenen weten dan dat het ochtend is.

Wie tijdens de eerste uren van de dag buitenkomt, slaapt 's nachts beter. Hilde De Windt

Amerikaanse wetenschappers onderzochten het effect van ochtendlicht bij kantoorwerkers. Wie in de ochtend en de voormiddag meer daglicht binnen kreeg, viel ’s avonds sneller in slaap. Het slaappatroon van de mensen in deze groep was ook regelmatiger dan bij de mensen die meer binnen bleven.

Ook een avondwandeling kan helpen om beter te slapen. “Om goed te slapen, moeten je lichaam en je geest tot rust komen”, zegt Lode Godderis. “Een korte, ontspannen wandeling kan daar zeker bij helpen. Laat op de avond sporten is echter géén goed idee. Dan wordt je lichaam weer geactiveerd en zal je net minder goed slapen. Ga dus naar buiten, maar hou het rustig.”

Als je ’s avonds buiten bent, dan kan je misschien ook even naar de uitgestrekte sterrenhemel kijken. Ook dat heeft positieve effecten. Hoe dat komt, lees je volgende week in het derde artikel van deze reeks: “5 redenen om ’s nachts naar de sterren te kijken.”

Het VRT-programma Pano maakte een reportage over de effecten van daglicht (en duisternis) op slaapkwaliteit en gezondheid: "Waarom slapen we zo slecht?". Je kan die reportage hier herbekijken:

Video player inladen...

Journaliste Linda Geddes schreef een uitstekend boek over de effecten van zonlicht: “Chasing the Sun: The New Science of Sunlight and How It Shapes Our Bodies and Minds”.

Zin om af en toe buiten te werken? Dan kan je tegenwoordig zelfs een heus “tuinkantoor” kopen. Ingenieur Andreas De Smedt ontwikkelde een goedkoop, handig alternatief. Zijn NOTADESK is een mobiele werkplek, die je overal kan installeren, zélfs aan een raam of tegen een boom. Daglicht gegarandeerd.

De NOTADESK, een mobiele werkplek die je zelfs kan bevestigen tegen een boom