De vijf boeken die het leven van Hugo Matthysen hebben veranderd

De literaire rechterhand van Sinterklaas beleeft drukke tijden: zowel de oude als de nieuwe reeks van "Dag Sinterklaas" werden door Hugo Matthysen bedacht. Als rocker Clement Peerens maakt hij vanavond de Muziekodroom van Hasselt onveilig, en later deze maand ook nog De Roma in Antwerpen. Maar welke boeken hebben zijn leven veranderd?

Kan een boek iemands leven écht veranderen? Die vraag krijgt hier elke zondag wisselende antwoorden. Scenarist, muzikant en auteur Hugo Matthysen twijfelt: “Strikt genomen zijn er geen boeken die mijn leven hebben veranderd, ik denk niet dat een boek daar toe bij machte is. Op één boekenreeks na.”

Een nieuwe Brusselmans lees ik quasi altijd

Maar boeken zijn wel al van kindsbeen af erg belangrijk in het leven van Matthysen. Er waren altijd boeken in huis, en elke week stond een uitstap naar de bibliotheek op het programma. Het zorgde jaren later voor inspiratie, voor televisiereeksen zoals "Dag Sinterklaas", “Kulderzipken” of “Het Peulengaleis”. 

“Een nieuwe Herman Brusselmans lees ik quasi altijd. Ik vind hem de beste Nederlandstalige stylist. Vakmatig schrijft hij de beste zinnen, dat verschaft me veel leesplezier. Je merkt bij sommige boeken dat ze met plezier zijn geschreven, het werk van Pjeroo Roobjee bijvoorbeeld. Dat plezier helpt je ook als lezer, zelfs als het bloedernstig is. Dat plezier zorgt voor licht, net zoals bij muziek.”

1. “Knikkertje Lik” - Daan Zonderland

De boeken van de nu vergeten Nederlandse schrijver Daan Zonderland hebben het leven van Hugo Matthysen wel degelijk veranderd. “Zonderland was razend populair in de jaren 50 en begin jaren 60. Ik was zeven of acht toen ik die boeken begon te lezen, en ik heb ze werkelijk verslonden. Ik ken(de) heel wat passages uit mijn hoofd.” 

In "Kulderzipken" is toch wel wat van die boeken ingeslopen

“Dat waren heel goede, maar ook heel bizarre kinderboeken, met verhalen die alle kanten opgingen, vol taalspelletjes. Toen ik die boeken dertig jaar later voorlas voor mijn kinderen heb ik tot mijn schade en schande moeten ontdekken dat er in “Kulderzipken” toch wel wat van die boeken is ingeslopen. Zonder dat ik het zelf doorhad. Geen letterlijke fragmenten, maar wel dezelfde sfeer en dezelfde soort logica.” 

2. “Sprookjes van Grimm” - Gebroeders Grimm

“Bij Grimm hebben we vaak een Disney-gevoel, maar dat klopt totaal niet. In de aanloop naar “Kulderzipken” hadden we eigenlijk het idee om iets te doen met de Sprookjes van Grimm, en dan ben ik die gaan herlezen. Dat was toch een openbaring: wat een gruwelijk zootje is me dat.” 

“Zo is er het bizarre kortverhaal over een ondankbare zoon die kip zit te eten. Wanneer zijn vader langskomt, verstopt de zoon de kip en stuurt de man weg. Als hij het eten daarna terug op tafel zet, verandert die kip in een grote pad, en moet de zoon die de rest van z’n leven eten blijven geven, of anders zal dat beest zijn gezicht opvreten. Punt. Einde verhaal.”

“Kortom, die sprookjes bleken onbruikbaar voor "Kulderzipken". Er zijn wel een hoop elementen die we konden gebruiken: een koning, een prinses, .. Dat hebben we samengevoegd, maar buiten het verhaal van de drie haren van de duivel in het begin, hebben we het allemaal zelf verzonnen.” 

Bekijk hieronder de allereerste aflevering van "Kulderzipken":

3. "Discours de la méthode" - René Descartes

Hugo Matthysen studeerde filosofie, en dat heeft hem naar eigen zeggen gevormd: “Heel wat mensen hebben de indruk dat filosofie over levenswijsheid en Grote Vragen gaat, en dat klopt tot op zekere hoogte. Maar wat mij altijd bijzonder heeft gecharmeerd is het gepuzzel.”

In bed lees ik vaak filosofisch getinte boeken

“Neem nu “Discours de la méthode” van Descartes”, legt Matthysen uit. We duiken de 17e eeuw in. “Descartes vraagt zich af: stel je nu eens voor dat er in mijn hoofd een malin génie zou zitten, een boze geest, die mij heel de werkelijkheid voorspiegelt. En dat mijn bewustzijn dus het enige is dat écht bestaat, dat wat ik zie allemaal fantasie is. Hoe kan ik bewijzen dat dat toch niet zo is? Ik vind dat interessant gepuzzel.”

“Dat heeft mij later – zelfs bij “Dag Sinterklaas” – geholpen. Filosofie is een soort training in nadenken. Een training om a) te lezen wat er staat en b) intellectueel wat te puzzelen. En tijdens de opleiding wordt er een emmertje cultuurgeschiedenis over u gegoten. In bed lees ik vaak filosofisch getinte boeken, trouwens.”

4. Verzameld werk - Willem Elsschot

“Het werk van Willem Elsschot is oneindig goed geschreven. “Tsjip” en “De leeuwentemmer” vind ik bijvoorbeeld fantastisch omdat het zo menselijk is. Maar dat geldt voor zowat al z’n boeken. Ik kan niet kiezen. Dus neem ik alles van Elsschot, zelfs de gedichten. Hoewel ik doorgaans niet ontvankelijk ben voor poëzie.” 

“Ik was een jaar of 17 toen ik het verzameld werk voor het eerst las. 20 jaar later las ik het nog eens, en 20 jaar later nóg eens. (Matthysen wordt 64 in januari, red.) Hoe is het mogelijk dat ik dat als 17-jarige goed en boeiend kon vinden? Een 17-jarige snapt dat niet, die heeft te weinig levenservaring.”

Welke gek heeft ooit besloten dat ze Hesse de Nobelprijs moesten geven?

“Het omgekeerde kan ook: Ik heb onlangs “De Steppewolf” van Herman Hesse herlezen. Ik vond dat als 18-jarige fantastisch. Maar wat is dat voor een narcistisch, van een zevenderangsfilosofie - en dan nog van het bedenkelijke soort - doordrongen, bedenkelijk rotboek! En niet eens goed geschreven. Welke gek heeft ooit besloten dat ze Hesse de Nobelprijs moesten geven? Dat lijkt allemaal heel bevlogen en mysterieus, maar het is gewoon pulp.”

5. “Het geheim van Matsuoka” - Marc Sleen

Nero van Marc Sleen heeft mij altijd enorm aangesproken, zeker het vroege werk. Je komt in een soort geschift universum terecht, iets waar ik me later ook wel eens aan heb bezondigd. De “Jos Bosmans-show” in “Het Peulengaleis” heeft wel een zeker Nerogehalte.” 

“Die oude strips ogen ook zo oer-Vlaams. Daar voel je nog wat Permeke door, maar je voelt ook dat er ooit iemand als Kamagurka zal komen. Dat zit allemaal wat in dezelfde sfeer.”

Suske wil je als kind niet in je vriendenkring, die is gewoon oersaai

“Bij stripverhalen is het hoofdpersonage meestal oninteressant: Suske wil je als kind niet in je vriendenkring, die is gewoon oersaai. Bij Nero is dat niet zo. In het eerste stripverhaal is dat zelfs een ontsnapte gek, die denkt dat hij keizer Nero is. Maar ook de andere figuren in de strip intrigeren: Madam Pheip, Tuizentfloot, ... Dat ging alle kanten op, en dat sprak aan.”

Zin in meer boekentips? Ga dan naar de website langzullenwelezen.be. Neus rond in de boekenkast van bekende boekenwurmen, vrienden, familie, buren, collega’s en ontdek wat zij van hun boeken vinden. Maak ook zelf je eigen boekenkast en geef bij elk boek je ongezouten mening en score.