Klimaatwoordenboek: CO2? methaan? negatieve emissietechnieken? Check het hier

Het klimaat en alles wat daarmee te maken heeft, komt vaak terug in het nieuws, en dat zal wellicht niet meteen veranderen. Raadpleeg hier enkele termen die wel eens vaker terugkomen: wie of wat is het IPCC, wat zijn de NET's, en zullen die negatieve emissietechnieken ons klimaat redden? Wat is ook weer de permafrost, en hoe is Groenland eraan toe? Dit klimaatwoordenboek laat u door de bomen het bos zien. 

Wat is...

klik op de balkjes voor meer uitleg


CO2?

CO2 of koolstofdioxide is veruit het belangrijkste broeikasgas en dus voor het grootste deel verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde. CO2 komt vrij wanneer fossiele brandstoffen (denk aan olie, aardgas, steenkool, benzine, diesel) en hout worden verbrand. CO2 neemt ongeveer 75 procent van de menselijke uitstoot van broeikasgassen voor zich, op verre afstand gevolgd door methaan (CH4) dat goed is voor ongeveer 15 procent, maar wel een sterker broeikasgas is. Wanneer het wordt uitgestoten, blijft CO2 in onze atmosfeer hangen – we zien en ruiken het evenwel niet. De CO2 verspreidt naderhand zich over de hele aardbol, om daar dan zeer lang te blijven hangen – hoe lang precies, is heel moeilijk te bepalen, omdat een groot deel ook op de langere termijn wordt opgenomen door de oceanen en een deel in de lucht blijft hangen, maar het gaat van enkele honderden tot enkele duizenden jaren. CO2 breekt dus heel erg langzaam af. Intussen vormt het een deken boven onze aardbol, waardoor de door de aarde teruggekaatste warmte moeilijker weer kan ontsnappen. Dat veroorzaakt een geleidelijke opwarming van onze planeet.

CO2-equivalenten?

Soms vind je de uitstootcijfers terug in hoeveelheden CO2, soms in CO2-equivalenten. Bij deze laatste worden alle broeikasgassen in rekening gebracht. De CO2-equivalenten (afgekort tot CO2-eq) geven als meeteenheid het opwarmend vermogen van broeikasgassen weer te geven, vertrekkend vanuit CO2. Dat is het referentiegas, waarnaar andere broeikasgassen dan worden omgerekend. 1 ton methaan wordt 25 ton CO2 in equivalenten, omdat bij eenzelfde massa gas het opwarmende vermogen van methaan ongeveer 25 keer zo groot is.

emissiehandel?

Emissiehandel is een systeem waarbij landen broeikasgassen verhandelen. Concreet betekent dit dat land A een deel van zijn uitstoot niet snel genoeg kan reduceren en om dat te compenseren land B betaalt om een deel vervuilrechten van hen over te kopen, zodat land A tijdelijk meer mag uitstoten. Land B zorgt er dan voor dat “propere” projecten worden opgestart, zoals bijvoorbeeld aanplanting van bossen, om de extra uitstoot te compenseren. Het eerste systeem is opgestart na het Kyoto-protocol uit 1997 als deel van een nieuw klimaatverdrag om de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd te verminderen.

Critici zeggen dat het te weinig transparant is, en sommige criteria niet streng genoeg waren. Sinds 2015 is er daardoor een luide roep om de criteria voor een emissiehandelsysteem onder het Akkoord van Parijs aan te scherpen. De voorwaarden en regels voor dit internationale emissiehandel liggen op tafel op de klimaatconferentie van Madrid, als laatste goed te keuren onderdeel van de richtlijnen voor uitvoering van het Akkoord van Parijs.

Landen die het meeste potentieel hebben om compensatieprojecten te ontvangen, zoals bijvoorbeeld Brazilië, zijn evenwel gekant tegen een verstrenging van de criteria, omdat dit financiële gevolgen voor hen kan hebben.

methaan?

Methaan is een van de broeikasgassen, naast o.a. CO2 en lachgas en gefluoreerde koolwaterstoffen zoals CFK’s. Het ontstaat bij de ontbinding van plantaardig materiaal in een vochtige omgeving, maar kan ook worden geproduceerd door micro-organismen en bacteriën. Het kan zich bijvoorbeeld vormen op de bodem van een moeras of vochtig gebied, en koeien stoten het uit als ze boeren laten. De natuurlijke en menselijke uitstoot van methaan is veel lager dan die van CO2 (ongeveer een vijfde in verhouding), maar onze uitstoot is wel verdubbeld tegenover vroeger. Tegelijk is het een veel sterker broeikasgas: het opwarmende vermogen voor onze planeet is vele malen sterker dan CO2, er is sprake van ongeveer 25 keer, afhankelijk van de bron. Methaan zou verantwoordelijk zijn voor 20 procent van de opwarming van onze planeet. Anderzijds is de levenscyclus van methaan in onze atmosfeer heel wat korter dan die van CO2, ongeveer 12 jaar.

NET's of negatieve emissietechnieken?

Onder NET’s of Negatieve EmissieTechnieken vallen alle methodes waarbij we zelf actief CO2 uit de atmosfeer of uit de oceanen halen, om zo te proberen om het teveel dat we al aan broeikasgassen hebben uitgestoten, weer wat te compenseren. Het is een brede term die onder meer CCS en CCU (links!) omvat, maar ook bepaalde natuurlijke technieken zoals het gebruik van basalt, of andere processen als de verwering van olivijn of andere gesteenten. Maar NET’s kunnen ook gaan over de gigantische ventilatoren van Climeworks die lucht binnentrekken en er zoals een dampkap de CO2 uitfilteren om die dan te hergebruiken. Experts denken dat die verschillende technieken steeds belangrijker zullen worden, omdat ons teveel aan uitstoot steeds verder oploopt.

permafrost?

Permanent bevroren ondergrond die verder wegsmelt, onder meer in Alaska en Siberië, maar evengoed in de hoge delen van bijvoorbeeld de Alpen. Door de klimaatopwarming en het smelten van die permafrost worden gebouwen en constructies instabieler (tot de skiliften in de hoge Alpen toe), maar vooral: in bijvoorbeeld Siberië en Alaska komen oude plantenresten vrij, die verteerd worden door bacteriën en schimmels. Daarbij komen dan weer broeikasgassen als methaan en CO2 vrij. De schattingen lopen uiteen, maar er is sprake van honderden gigaton broeikasgassen (1 gigaton = 1 miljard ton) die potentieel kunnen vrijkomen, verschillende keren onze algehele jaarlijkse uitstoot van CO2 wereldwijd. Volgens het VN-klimaatpanel IPCC zal twee derde van de permafrost weg zijn tegen 2030.

albedo-effect?

Het weerkaatsen van de zonnewarmte door besneeuwde of bevroren oppervlaktes. Hoe meer gletsjers en ijs- en sneeuwvlaktes wegsmelten, hoe minder albedo-effect, want een donkerder ondergrond kan die zonnewarmte wel makkelijker opnemen. Of hoe de opwarming van het klimaat de verdere opwarming in de hand werkt.

Antarctica?

Antarctica, ook wel gekend als de Zuidpool, is net als de Noordpool bijzonder gevoelig voor klimaatverandering. Algemeen kan je stellen dat de opwarming van de aarde sneller verloopt aan de polen, tot dubbel zo snel (of zelfs nog sneller). De ijskap op Antarctica is de grootste ter wereld, en van tijd tot tijd breken grote stukken ijs af die dan op drift gaan. De voorbije 10 jaar is er op Antarctica 3 keer meer ijs gesmolten dan de 10 jaar daarvoor. Het wegsmelten van alle ijs op Groenland en Antarctica samen zou voldoende zijn om de zeespiegel 67 meter te doen stijgen, maar gelukkig heeft zo’n gigantische massa een trage responstijd: het zal nog wel even duren voor dat zover is. Terwijl we de Noordpool vooral kennen van de ijsberen, associëren we de Zuidpool vaak met de pinguïns.

basalt?

Een van de technieken om CO2 op een duurzame manier (en op natuurlijke wijze) uit de lucht te halen, is basalt. Dat gesteente neemt door verwering op het land door de jaren heen CO2 op, en tegelijk kan het dienen als bodemverbeteraar voor landbouwers. Maar de impact voor het weghalen van CO2 blijft al bij al beperkt, als we onze totale uitstoot bekijken. Een nuttig instrument dus, maar dit alleen zal ons klimaatprobleem zeker niet oplossen. Er lopen momenteel wetenschappelijke experimenten met grote projecten, waarbij basalt o.a. wordt toegevoegd bij de kweek van soja of suikerriet. Een testproject in Illinois leverde in dat verband al heel goede resultaten op.

bosbranden?

Hoe meer en langere droge periodes, hoe groter het gevaar voor bosbranden. 2019 was een zwart jaar voor bosbranden, met nog meer bosbranden dan anders, o.a. het Amazonewoud in Brazilië, en in Rusland. Die bosbranden laten op hun beurt veel CO2 los in de atmosfeer, die opgeslagen was in de bossen. Of hoe ook de bosbranden, net als het albedo-effect, een zichzelf versterkend effect hebben.

Carbon Capture and Storage (CCS)?

Het actief opvangen (capture) en die daarna opslaan (storage) van CO2, bijvoorbeeld in een leeggepompt olieveld. Het vangen van de CO2 kan meteen tijdens het productieproces, of pas later door het uit de lucht te halen. Klinkt goed, maar de nadelen zijn dat het proces van het opvangen op zich ook weer energie vraagt, en dat het ergens opslaan extra transport of infrastructuur vraagt.

Carbon Capture and Usage (CCU)?

Opnieuw carbon capture, maar de gevangen CO2 (opvang tijdens het productieproces, of uit de atmosfeer) wordt dit keer niet ergens weggemoffeld, maar nuttig hergebruikt. Een voorbeeld is wat Arcelor doet in Gent: de CO2 meteen opvangen en er bio-ethanol van maken, een energiebron die fossiele brandstoffen kan vervangen. Een ander voorbeeld: bosbouw in Zweden. De bomen plukken de CO2 uit de lucht, en worden daarna gebruikt als bouwmaterialen voor hoogbouw ginder: zo moet er dan weer minder beton en cement worden gebruikt en blijft het CO2 opgeslagen, althans toch voor een hele tijd. Of nog: zogenoemde klimaatnegatieve bakstenen, die opgeslagen CO2 bevatten. Klinkt als ideaal en dat is het eigenlijk ook wel, afhankelijk van de precieze techniek, maar bij sommige processen is wel weer energie nodig.

Groenland?

Groot noordelijk eiland, een autonoom gebied dat toebehoort aan Denemarken. Groenland is ongeveer 70 keer zo groot als België, maar telt amper enkele tienduizenden inwoners. Het komt vaak in de klimaatactualiteit terug omdat de immense ijsmassa’s in sneltempo aan het smelten zijn. De ijskap is de op één na grootste ter wereld, na de Zuidpool.

De bijdrage van het smelten van de ijskappen op Groenland aan de algemene zeespiegelstijging, is volgens experts bijzonder hard aan het versnellen.

hittedoden?

Bij extremer weer horen ook meer hittegolven, die ook intenser kunnen zijn. Zo’n extreem warme periode, zoals die in de zomer van 2019, leidt tot zogenoemde hittedoden: een verhoging in het sterftecijfer als we vergelijken met de gemiddelde, normale statistieken. Mensen overlijden dan vroeger als gevolg van de grote hitte.

hitte-eilanden?

In de zomer is het in steden vaak warmer dan op het platteland. Dat komt omdat het asfalt, de bakstenen en het beton veel meer de warmte opnemen, om die dan ’s nachts weer uit te stralen. Het koelt dus ’s nachts veel minder af in grootsteden, een effect dat makkelijk verschillende graden kan bedragen. Een ander element dat speelt, is dat er veel minder groen is in een stad, en dus veel minder schaduw. Daarom wordt ervoor gepleit om ook in de stad meer groen te voorzien.

hittegolven?

Voor een officiële hittegolf moet het 5 dagen na elkaar warmer zijn dan 25 graden Celsius (zomerse dagen), waarvan 3 dagen warmer dan 30 graden Celsius (tropische dagen). Hittegolven worden door de klimaatopwarming alsmaar “gewoner”. Dit jaar beleefden we er drie, iets wat 72 jaar lang niet meer gebeurd was. Terwijl we in de jaren 70, 80 en 90 samen 7 hittegolven op 30 jaar beleefden, zijn dat er sinds de eeuwwisseling 14 op amper 20 jaar.

Nog sterker wordt het als we de laatste 10 jaar bij elkaar nemen: 10 hittegolven, gemiddeld eentje per jaar, en dat terwijl we er bijvoorbeeld in de hele jaren 60 en de hele jaren 80 geen enkele hadden.

Dat we nu aan drie op een jaar zitten, is niet meer gebeurd sinds 72 jaar, maar het is geen absoluut record. In het speciale jaar 1947 hadden we er vier, maar dat was toen nog vrij geïsoleerd. Terwijl we hittegolven nu als vrij normaal zijn gaan ervaren, was dat vroeger echt wel een uitzondering.

IPCC?

Het klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat de klimaatverandering evalueert. Het IPCC doet zelf geen onderzoek, maar bundelt wetenschappelijke studies en zorgt ervoor dat die nagekeken worden door vakgenoten(peer-reviews), zodat we een betrouwbaar beeld krijgen uit meerdere, verschillende onderzoeken over de hele wereld. Daarvoor wordt samengewerkt met internationale wetenschappers, onderzoekers en andere experts.

Marien fytoplankton?

Doet net als bomen aan fotosynthese. En dat is interessant, want het betekent dat het door middel van zonlicht koolstof gebruikt om te groeien. Bovendien is die capaciteit aan CO2-opname veel groter dan die van bomen. Fytoplankton zijn eencellige plantjes, een soort algen, die ijzer en kobalt nodig hebben om te groeien. Maar dat is niet overal in even grote mate aanwezig. Via geo-engineering zou men de oceanen willen ‘bemesten’ om zo meer fytoplankton te verkrijgen, en dus meer CO2-opname. Let wel: een groot deel van de opgenomen CO2 wordt meteen weer vrijgegeven, terwijl naar schatting 25% wel langdurig wordt opgenomen en in zee opgeslagen, maar slechts voor 150 jaar.

oceanen?

De oceanen regelen ons klimaat wereldwijd. Zij absorberen grote hoeveelheden CO2 (een kleine 25 procent van wat we wereldwijd uitstoten, wordt op korte termijn geabsorbeerd) en ook grote hoeveelheden warmte. Door de opname van CO2 verzuren de oceanen, en sterven koraalriffen af. Door de opwarming van de oceanen, gaan vissen migreren, maar vooral: omdat warm water minder gassen kan vasthouden, gaat het zuurstofgehalte dalen. Dat heeft een negatieve invloed op het plankton, wat een primaire voedselbron is. Oceanen regelen voor een groot deel ons klimaat, en dus ons weer, denk bijvoorbeeld aan de warme golfstroom vanuit de Golf van Mexico, noordwaarts door de Atlantische Oceaan tot in onze streken en tot voor de kust van Noorwegen. Grote veranderingen in het klimaat kunnen die golfstromen en dus ook ons weer beïnvloeden.

Door warmere oceanen kunnen er intensere stormen of orkanen ontstaan. Oceanen werken als buffers voor de opwarming: omdat ze veel van de extra warmte opslaan, heeft dit een milderend effect, maar intussen is de warmte er wel opgeslagen.

olivijn?

Olivijn is een olijfgroen gesteente dat CO2 aan zijn omgeving onttrekt wanneer het door erosie gaat uiteenvallen. Olivijn kan als silicaatgesteente zowel op het land als in de zee uitgestrooid worden, waarbij dan door verwering CO2 aan onze atmosfeer of aan de oceanen wordt onttrokken. Het is een veelbelovende techniek met op het eerste gezicht geen ecologische nadelen tijdens de testfase, maar om 1 ton CO2 te capteren, moet 1 ton olivijn worden uitgestrooid, en dat veronderstelt logistiek toch wel een hele klus als we het op grote schaal willen uitrollen. Anderzijds is olivijn in voldoende mate aanwezig, net als andere silicaatgesteenten met dezelfde functie, om het op grote schaal te doen. Professor Filip Meysman, die een olivijnproject leidt in Oostende, zegt dat technieken als olivijn op termijn zeker kunnen helpen om ons CO2-probleem op te lossen, maar slechts voor een klein deeltje. Het is een stukje van de puzzel, het is een en-en-verhaal, waarbij het minstens even belangrijk is om de uitstoot te blijven verminderen. In de oceanen heeft olivijn het voordeel dat het onttrekken van CO2 het water ook minder zuur maakt, wat goed nieuws is voor de koraalriffen.

Parijs (klimaatakkoord 2015)?

In december 2015 beloofden een kleine 200 landen onder de paraplu van de VN-klimaatconferentie om de opwarming van onze aardbol “well below 2 degrees” te houden, ruim onder de 2 graden dus. Intussen blijkt evenwel dat we helemaal niet op de goede weg zijn om die doelstelling te halen, en dat er eigenlijke scherpere doelstellingen nodig zijn. Met andere woorden: hoe positief het akkoord in Parijs ook werd onthaald, er is meer nodig omdat de realiteit van de klimaatopwarming ons aan het inhalen is.

PPM?

Parts Per Million. Deze eenheid wordt gebruikt om de hoeveelheid aan CO2 in onze atmosfeer te meten. Hoewel CO2 op bepaalde plaatsen intensief wordt uitgestoten en op andere helemaal niet, verdeelt het zich relatief snel gelijkmatig over de atmosfeer in de hele wereld, zodat we perfect een meting kunnen doen in bijvoorbeeld Hawaï. De laatste decennia klimt het PPM-gehalte bijzonder snel. Omdat CO2 het belangrijkste broeikasgas is, is de PPM-waarde ook een indicatie over hoe snel de opwarming zal gaan. De voorbije jaren is de PPM-waarde gestegen boven de symbolische 400. Momenteel staat de waarde op ruim 408. Als we naar de geologische geschiedenis van de aarde kijken, is een stijging van de temperatuur altijd hand in hand gegaan met een stijging van de CO2 in onze atmosfeer.

zeespiegel?

Een van effecten van de klimaatopwarming is dat de ijsmassa’s op aarde (aan de polen, in de gletsjers) steeds sneller wegsmelten. Dat zal hoe dan ook leiden tot een wereldwijde stijging van de zeespiegel – en omdat de zeeën warmer worden, zal het watervolume door die hogere temperatuur ook nog wat uitzetten. In het jongste rapport van het VN-klimaatpanel is de stijging van het zeeniveau naar boven bijgesteld. Voor het einde van deze eeuw zouden we, volgens het slechtste scenario – waar we nu op afstevenen - gaan naar ruim een meter stijging.