Verliezen we met zijn allen geld door de politieke impasse? Of hebben we die regering niet nodig?

Een jaar lopende zaken, en nog altijd is er geen regering. Een provocerende vraag daarbij: hebben we die regering eigenlijk wel nodig? Ja, natuurlijk. En nee, nog niet meteen. Het antwoord van economen op die vraag is gemengd. “Op de korte termijn hebben we die regering niet nodig.”

In 2010 lag België onder vuur van de internationale ratingbureaus, die met een zekere wellust de Belgische kredietwaardigheid verlaagden. Standard and Poor’s was toen een naam die angst inboezemde. Het was in volle financiële crisis, en dat zorgde voor een haast apocalyptisch sfeertje waarin de markten gingen speculeren tegen België. Maar op het einde had dat ook een positief gevolg: aan de rand van de afgrond bleek een compromis over BHV en de staatshervorming wél mogelijk voor Di Rupo I.

Bijna elke dag zegt een politieke partij dat het nú tijd is om uit de loopgraven te komen, dat er nú een regering moet komen om de problemen aan te pakken

Toen waren daar 541 dagen voor nodig, nog altijd meer dan de teller nu aangeeft. Maar ondertussen zakken we toch ook al bijna een jaar lang weg in een politiek moeras. En hanteert (bijna) elke partij het motto dat het lang genoeg geduurd heeft. Dat het nú tijd is om uit de loopgraven te komen, dat er nú een regering moet komen om de problemen aan te pakken.

Vandaar de vraag: is dat zo? Verliezen we met zijn allen geld aan de politieke impasse en aan lopende zaken - de periode tussen het ontslag van een regering en de aanstelling van een nieuwe? Of is die suggestie niets meer dan een strategisch spel om politieke tegenstanders tot compromissen te dwingen of te zwartepieten? Of is het andersom? Misschien hebben we die regering niet zo dringend nodig. Want de markten, die blijven rustig. Het antwoord op die vragen is niet simpel, en heeft vele nuances. 

Het kan vriezen of dooien

Maar laat ons beginnen met de realiteit, en die is dat de economische conjunctuur - zeg maar, het economische klimaat - niet bijzonder gunstig is. Het ondernemers- en consumentenvertrouwen zakte de voorbije maanden – al stabiliseert het zich nu weer wat. De loonkosten groeiden de voorbije jaren sneller dan de productiviteit. De jobgroei blijft onder het Europese gemiddelde steken en de buitenlandse investeringen haperen. De economische groei tout court is niet om over naar huis te schrijven: 1,1 voor 2020 tegen 1,2 voor 2019 en 1,4 voor 2018, volgens de cijfers van de Nationale Bank.

(Lees verder onder de grafieken)

In de wijdere wereld is het niet veel beter. Duitsland hikt tegen een recessie aan, de brexit is op komst en internationaal kan er met Trump of Poetin, of de Chinezen, altijd een wiel afrijden.

Alleen al tijdens lopende zaken ontspoorde de begroting met 3,8 miljard

Alles tezamen maakt dat dat de begroting er, na een periode van lopende zaken, die nu zo’n jaar aansleept, niet bijzonder rooskleurig voorstaat. Tegen het einde van de huidige legislatuur – in 2024 – zal het tekort tot 12 miljard oplopen. Alleen al tijdens lopende zaken ontspoorde de begroting met 3,8 miljard, zo berekende het Monitoringcomité (technici van de federale overheid die de begroting op voorhand becijferen, red.). Niet voor niets maande de Europese Commissie België vorige week nog aan om orde op zaken te stellen. 

Geen reden voor paniek

Dat is reden voor enige ongerustheid, en toch blijven de markten rustig. Dat heeft veel te maken met het beleid van de Europese Centrale Bank, zegt Koen De Leus, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. Bovendien is de openbare schuld voor een stuk geherfinancierd - met goedkopere aflossingen. Dus dat is een dekentje waaronder de Belgische politiek (voorlopig) haar voeten warm kan houden. “Vandaag blijven de rentevoeten laag, bij eerdere regeringscrises daarentegen schoten ze de lucht in.”

Volgens Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van de Vlaamse werkgevers­organisatie VOKA, zijn er weliswaar begrotingsproblemen maar valt de economische situatie al bij al mee. “Door de lage rente liggen de markten niet wakker van de begrotingssituatie. We gaan morgen niet failliet.”

De conjunctuur kantelt: het kan beter worden, maar ook slechter

Paul De Grauwe, London School of Economics

Tegelijkertijd is het moeilijk om waterdichte voorspellingen te doen. Volgens Paul De Grauwe van de London School of Economics bevinden we ons op een kantelpunt. “De conjunctuur kantelt: het kan beter worden, maar ook slechter. De groeivertraging in Duitsland bijvoorbeeld, is die tijdelijk of structureel? Belandt Duitsland in een recessie? Dat zou een heel grote impact op ons hebben.”

Een Belgische regering heeft weinig impact

Alle drie zijn ze het erover eens: de regering van een klein land als België heeft weinig tot geen impact op de conjunctuur. Groei of crisis, de richting die we uitgaan wordt bepaald door de grote wereldspelers – de VS, Rusland, Duitsland, China. En dus maakt het ook niet zo veel uit of we nu wel of niet een regering hebben? “Een regering van een klein land heeft weinig impact, en helemaal geen op conjunctuur”, zegt Van Craeynest. “Als Duitsland in een recessie duikt, duiken wij mee. Of er nu wel of niet een regering is, maakt dan inderdaad weinig uit.”

Op de korte termijn kost lopende zaken ons amper geld

Koen De Leus, hoofdeconoom BNP Paribas Fortis

Koen De Leus zegt onomwonden dat het allemaal nog wat langer mag duren, als dat uiteindelijk uitmondt in een goed – beter – regeerakkoord. “Want er zijn natuurlijk een aantal structurele zaken aan de hand die opgelost moeten worden. Dat de publieke investeringen in infrastructuur of onderwijs afkalven, bijvoorbeeld. Maar die ontwikkelingen zijn al jaren aan de gang. Als dat nog even verder gaat, dan blijven we op hetzelfde zielige pad als de voorbije twintig jaar, maar op de korte termijn kost ons dat geen geld.”

Niet dat Paul De Grauwe het nut van regeringen betwijfelt, “maar ze hebben nul of toch zeer weinig impact op de conjunctuur. De begroting is slecht, ja, maar dat heeft te maken met de slechtere conjunctuur. De begroting slabakt al meer dan een jaar. Had een regering dat kunnen verhinderen met besparingen of – omgekeerd – met extra uitgaven? Ik ben daar niet van overtuigd. Sommigen zeggen dat deze politieke crisis een enorme kostprijs heeft, maar ik geloof dat niet.”

Om zijn stelling te staven haalt De Grauwe het voorbeeld van 2010 aan: 541 dagen van regeringsonderhandelingen en toch wist België de schade van de financiële crisis beter te beperken dan de buurlanden. “Wij hadden toen geen regering, de Nederlanders wel. En die wilden bezuinigen op het slechtst denkbare moment: in volle recessie. Het gevolg was dat de Nederlandse economie de dieperik in ging. Ze hebben toen enorme fouten begaan. Dus ik ben nogal relaxed over deze periode van lopende zaken.”

Maar er zijn nog andere problemen

De drie economen zijn er nogal gerust in: deze politieke crisis zal ons op de korte termijn weinig geld kosten. Ook al is het veel en veel te complex – zeg maar: onmogelijk – om de impact op een enigszins wetenschappelijke manier te becijferen. Maar als er geen regering is, dan kan ze ook geen slechte beslissingen nemen. En impact op de conjunctuur heeft een land als België dus amper.

Of dat dan ook betekent dat er niet zo snel mogelijk een regering moet komen? Dat ook weer niet. Want in lopende zaken is het erg moeilijk om nieuw beleid te ontwikkelen, en kan de politiek amper inspelen op maatschappelijke en economische noden.

En dat die er zijn, daar laat Pieter Timmermans – CEO van werkgevers­organisatie VBO – geen twijfel over bestaan. “We hebben zo snel mogelijk een regering nodig, want we verliezen natuurlijk wél geld. Er zijn kosten die doorlopen, de vergrijzing om er maar één te noemen. Het klopt dat er op de markten nog geen grote manoeuvres zijn, maar Europa heeft vorige week toch al een eerste schot voor de boeg gegeven.”

We hebben zo snel mogelijk een regering nodig, want we verliezen natuurlijk wel geld

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder VBO

Bovendien moet er op het einde van het jaar een klimaatplan komen. “Dat zal ook maar met haken en ogen aan elkaar hangen”, zegt Timmermans. “En eind januari krijgen we de brexit. Wie gaat de crisismanager zijn als dat chaotischer verloopt dan we denken?”

"Tunnels storten in"

Het is natuurlijk niet zo dat economen Van Craeynest, De Leus en De Grauwe denken dat het helemaal niets uitmaakt of we nu een regering hebben of niet. Wel integendeel. Alleen geloven ze niet dat een Belgische regering een internationaal gegeven als de economische conjunctuur kan sturen. Daarnaast zijn er natuurlijk wél een pak problemen, die los staan van de conjunctuur, om zo snel mogelijk op te lossen.

De Grauwe: “Tunnels storten in, of het openbaar vervoer faalt. Punctueel kunnen we wel degelijk dingen doen, en een regering kan een impact maken met publieke investeringen.”

We hebben niet zo snel mogelijk een regering nodig. We moeten een regering krijgen die de problemen aanpakt

Bart Van Craeynest, hoofdeconoom VOKA

Van Craeynest: “Er is nu geen acute druk, maar er zijn tegelijkertijd veel uitdagingen op de langere termijn. De vergrijzing die extra uitgaven in de zorg en pensioenen veroorzaakt, en we moeten hervormen om meer economische groei te krijgen. Moeten we zo snel mogelijk een regering krijgen? Nee, dat is de verkeerde analyse. We moeten een regering krijgen die de problemen aanpakt.”

De Leus: “Hoe sneller we een regering hebben, hoe sneller we de economie kunnen laten groeien. Er zijn structurele zaken die je beter kunt regelen met een goede regering en een goed regeerakkoord. Maar op de korte termijn? Zolang er geen internationale crisis uitbreekt, hebben we op de korte termijn eigenlijk geen regering nodig. Maar dat verandert natuurlijk als er zo’n crisis uitbreekt. En je weet nooit wanneer dat gebeurt.”

Wat is een regering in lopende zaken precies? Bekijk onze explainer: