Toen jonge rugzaktoeristen nog gewoon naar de Kalmthoutse heide trokken

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je in de reeks "Op reis met Vlaamse meesters" naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu, in 360°.

Vandaag: "Ondergaande zon op de heide" van Adrien Joseph Heymans of de ontdekking van het oerlandschap

© www.lukasweb.be - Art in Flanders vzw

Wat jonge rugzaktoeristen nu drijft naar verre oorden als Australië of Vietnam is niet eens zo verschillend van wat schilders in de negentiende eeuw naar het platteland deed trekken. Ze waren meestal nog geen dertig, kwamen uit een burgerlijk milieu en hadden het gehad met de salonkunst. In de stad vertelden ze hoe ze zich terugtrokken in de onherbergzame natuur en op zoek gingen naar het mystieke in het landschap.Ver buiten de stad hoefden ze daar in de negentiende eeuw overigens niet voor te gaan. Ze werden nog eens geholpen door het nieuwste snufje, de trein.

Het grijs van Kalmthout

In 1854 kreeg Kalmthout zijn eerste spoorverbinding met de stad Antwerpen. Niet veel later strandden de vroegste landschapsschilders in het dorpje. Op goed 25 kilometer van de stad vonden ze de maagdelijkheid van een uitgestrekte zandvlakte met stuifduinen, heide en vennen. Rond 1860 trok Adrien Joseph Heymans naar Kalmthout. De volgende jaren zou hij het Kalmthoutse landschap delen met vele schilders die "en plein air" aan de slag gingen. Later zou de term Kalmthoutse School ingang vinden, al was er nooit sprake van een gestructureerde beweging. 

Nog een andere benaming werd gebruikelijk, de Grijze School. Kalmthoutse schilders grossierden in grijze tinten. Was het geen grijs, dan was het bruin. Ze hielden van wazige contouren, van schemerige impressies en schuwden intens licht. Ze vonden er mist, nevel en wolkenfenomenen. Het ruige landschap vroeg ook om weinig anders. Ook nu nog heeft de Kalmthoutse vlakte buiten de bloeiperiode van de heide weinig kleur.

De Wagner van het landschap

Adrien Joseph Heymans schilderde "Ondergaande zon op de heide" in 1877 tijdens een van de vele keren dat hij naar Kalmthout terugkeerde. Vanuit Frankrijk was intussen het impressionisme doorgedrongen.Heymans laat hemelsblauw licht tussen de wolken doordringen.  Henry Van de Velde beschreef hem als de "wegbereider van het heldere landschap". Later zou Heymans nog meer licht ontdekken als een van de medestichters van kunstbeweging "Vie et lumière".

Nog veel beter is de titel die collega-schilder Constantin Meunier Heymans toedichtte: "de Wagner van het landschap". Schilders als Heymans wilden met hun natuurimpressies een spiegel geven van hun zielstoestand. Een landschap was een uitdrukking van een gevoel of een temperament. Oog in oog met de natuur wilden ze confronteren met eenzaamheid, met melancholie of een gevoel van onbeduidendheid.

Zandwinning en drooglegging

Paradoxaal trokken de Kalmthoutse schilders naar een land dat diepgaand aan het veranderen was. Houtkap, drooglegging, zandwinning en verkavelingen zouden de Kamthoutse vlakte de volgende decennia aanvreten. Ook voor de aanleg van de spoorweg die de schilders naar Kalmthout bracht, moesten duinen wijken. In 1888 werd een concessie goedgekeurd om duinzand te winnen. Een deel van het zand werd getransporteerd naar Antwerpen voor dijkversterkingen.  Verschillende hoge duinen verdwenen waaronder de machtige Vossenberg. Vennen werden gelijktijdig drooggelegd om vruchtbare landbouwgrond te creëren. En intussen trokken meer en meer rijke stedelingen naar de eerste verkavelingen rond de heidevlakte. Net als de schilders werden ze aangetrokken door de stilte van het oerlandschap, of tenminste de bedreigde stilte. 

Protest en bescherming

De Kalmthoutse schilders waren gekomen voor de romantiek van de vrije natuur. Geen enkele schilder vertrouwde de grote veranderingen in het landschap aan het doek toe, al waren ze de eerste getuigen. Sporadisch rees het protest tegen ontginningen en verkavelingen. In 1910 werd een Koninklijke Vereniging opgericht om de Kalmthoutse natuur te beschermen. Pas in 1968 kregen de resten van de Kalmthoutse Heide het beschermd statuut van staatsreservaat.

Sporen van de schilders van Kalmthout zijn er nog amper in het dorp. Het Pannenhuis, de herberg waar schilders elkaar troffen is vandaag een in niets meer te herkennen ijzerwinkel. Alleen midden in de heide is met wat moeite de plek te ontwaren waar het Kambuus lag, een simpele barak waar zowel schilders als zandontginners logeerden. 

Ten slotte, waar precies in de Kalmthoutse vlakte schilderde Heymans zijn "Ondergaande zon op de heide"? Dat is moeilijk te achterhalen. Het heidelandschap is voortdurend in beweging, door menselijke activiteit maar ook door de verandering van de natuur. Ook het karwei van de man met het koeienspan is onduidelijk. Verzamelde hij hout? Of deed hij aan zandwinning? Want al voor de zandbaronnen kwamen, hadden de lokale bewoners het zand van Kalmthout ontdekt.

Volg onze fotograaf op Instagram

"Ondergaande zon op de heide" van Adrien Joseph Heymans hangt in het MSK Gent